Column Lisa Bouyeure

Vlees eten als een oerman gaat je niet redden van de oprukkende vrouw

Daar stond hij hoor, met een groot stuk bloederig vlees in zijn knuisten. Blonde paardenstaart, loeistrakke tanktop om zijn sportschoolspieren gespannen, triomfantelijke blik in zijn ogen en kauwen maar. De Zweedse anti-veganismevlogger had zich zondag smikkelend van een rauw kalfshart bij de ingang van het Vegan Food Festival in Amsterdam geïnstalleerd. Op vergelijkbare evenementen in Berlijn en New York had hij zich al tegoed gedaan aan respectievelijk een geitenhoofd en rauwe hersenen. Dat zou die vuile planteneters leren. Natuurlijk ging het hem niet echt om wat andere mensen al dan niet in hun mond wensen te stoppen. De druipende hompen hadden een diepere maatschappelijke lading.

Toen ik net op mezelf woonde en ineens elke dag moest koken, leerde ik van een nieuwe vriendin het verschil tussen mannenvlees en vrouwenvlees. Onder mannenvlees vielen spareribs, hamburgers, buikspek en grote steaks. Vet, rauw, zout en botten. Vrouwenvlees daarentegen, zoals kipfilet, rosbief, gegrilde kalkoen en entrecote, haastte zich na het doorslikken niet direct naar je dijen, was te eten zonder knoflookadem en sausdruipers op je kin, en accentueerde bovendien zo min mogelijk de aanwezigheid van een maagdarmkanaal.

Later ontdekte ik dat Pierre Bourdieu een dergelijke analyse al veel eerder had gemaakt. En vooruit, een tikkie doorwrochter ook. In La Distinction (1979) stelt de Franse socioloog dat eten een van de middelen is waarmee sociale groepen zich van elkaar onderscheiden, zo ook mannen en vrouwen. Mannelijke arbeiders halen bijvoorbeeld hun neus op voor vis, omdat het met beleid ontleden en voorzichtig om de graten heen eten indruist tegen het masculiene happen en schrokken. Ze zijn toch zeker geen wijven? Mannen worden gezien als de natuurlijke vleeseters, aldus Bourdieu. Terwijl vrouwen het met de crudités moeten doen, storten zij zich op de charcuterie.

Vroeger, toen vrouwen nog op de keuken waren aangewezen, sneden mannen al op zondag het gebraad. En tegenwoordig hoef je maar met een zak houtskool te rammelen of ze doemen uit het niets op met een griltang en een pak worsten. ‘Als er geen vrouwen waren geweest,’ zei Orson Welles ooit, ‘zaten we nu nog in grotten rauw vlees te eten.’ Inmiddels wordt het op de Weber gelegd in een aangeharkt tuintje, zoals het een moderne jager-verzamelaar betaamt.

Ik bestudeerde de commentaren onder het filmpje van de YouTube-Zweed, wiens vriendin naast hem keurige, bescheiden hapjes van een klein reepje kalfshart stond te nemen. ‘Je hebt je erg mannelijk gedragen’, aldus een bewonderaar, ‘goed werk.’ Anderen moedigen hem aan om de volgende keer een tandje bij te zetten en een levend dier te verorberen, of gehuld in bont te verschijnen. ‘Dat zou hilarisch zijn.’ Maar de meest veelzeggende opmerking kwam van Jean: ‘lol, veganisten zijn gehersenspoelde soy boys.’

Voor alt-rightmannen is sojajongen zo’n beetje de allergrootste belediging die er bestaat. In soja zitten namelijk fyto-oestrogenen en sommigen denken dat die je van binnenuit zullen feminiseren. Eén hap van een vegaburger en je stem schiet drie octaven omhoog. Bij de tweede hap verlaat alle testosteron per Barbie-auto het lichaam. Na de derde ben je links en, gruwel, vóór vrouwenrechten. Vice noemde het paleodieet niet voor niets het favoriete dieet van alt-right, en ook de schrijver van The Paleo Manifesto stelde dat het vooral conservatieven aantrekt.

Vlees eten als een oerman als remedie tegen de oprukkende vrouw. Als dat het plan van aanpak is, heb ik veel vertrouwen in de toekomst.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.