COLUMNIbtihal Jadib

Vijf uur zonder kinderen gaat sneller voorbij dan je denkt

Beeld Aisha Zeijpveld

Het was de afgelopen weken even wennen om de kinderen weer kwijt te zijn. Inmiddels lijken de afstandsprotocollen bijna normaal en ontstaat er langzaam iets dat op een weekritme lijkt, maar die eerste dag was bevreemdend. Mijn zoontje liep dapper het schoolplein op – ik mocht niet verder komen dan het hek – en keek niet eens meer achterom. Mijn laatste luchtkus gleed onbeantwoord van zijn rug. Hij was mij natuurlijk ook zat, zoiets werkt twee kanten op. Vervolgens leverde ik zijn zusje af bij de crèche, waar ik haar vanaf de drempel met zo ver mogelijk uitgestrekte armen probeerde over te dragen aan de juf, hetgeen de indruk moet hebben gewekt alsof ik een lekkende vuilniszak overhandigde. Gelukkig kreeg ze gewoon een knuffel van de juf. Al begon ik me daardoor af te vragen of het onverstandig was geweest om even daarvoor mijn neus in haar halsje te steken voor de laatste kriebelkusjes. Had ik dat eigenlijk wel mogen doen, zo vlak voor de overdracht?

Onwennig stapte ik op de fiets en ging huiswaarts. Zo licht had ik me in tijden niet gevoeld. Dertig kilo lichter om precies te zijn, er lag enkel nog een verdwaalde zandschep in de bakfiets. De zon scheen en Alfred Jodocus Kwak begon zijn vrolijke lied in mijn hoofd te neuriën, terwijl ik op mijn vingers de uren telde die voor mij lagen: vijf! Een zalige driehonderd vrije minuten, geheel naar eigen inzicht te besteden, de weelde! Ik trapte sneller door, het was nu zaak efficiënt te zijn. De planning schoot kriskras door m’n hoofd: zou ik eerst m’n administratie bijwerken of moest ik met die mailbox beginnen? Misschien was het beter gebruik te maken van de stilte en achterstallige vakliteratuur door te spitten. Of nee wacht, ik moest schrijven, eindelijk meters maken met dat boek. In vijf toegewijde uren valt een hoop te tikken.

Het eerste dat ik thuis deed, was naar de wc gaan. Dat kon gewoon. In m’n eentje. Zonder onderbreking. Vervolgens stond ik in de hal onderweg naar m’n werkkamer wat appjes te beantwoorden, toen mijn oog viel op de djembé. Ik heb dat ding jaren geleden gekregen voor m’n verjaardag met de bedoeling erop te leren spelen. Eigenlijk had ik om een darbuka gevraagd, maar die djembé was zo bloedmooi dat ik ’m beslist niet wilde omruilen. Nee hoor, had ik hebberig geroepen, ik leer wel eerst op de djembé te spelen en daarna koop ik alsnog een darbuka om dat instrument óók even onder de duim te krijgen. Zo ben ik, bruisend en leergierig verzet ik de ene berg na de andere. U raadt het waarschijnlijk al: ik heb dat ding nooit aangeraakt. Althans, tot die eerste schooldag, toen ik ’m ineens zag staan met dat prachtige ingekerfde hout. Ik streek dromerig over het zachte leer en dacht: ah toe, héél eventjes trommelen, daarna ga ik hyperefficiënt werken.

Veertig youtube-filmpjes later waarin alle slagtechnieken werden uitgelegd, keek ik verschrikt op de klok. Hoe was het mogelijk, ik had urenlang getrommeld! Vol zelfverachting snelde ik naar m’n werkkamer om alsnog aan de slag te gaan, maar het typen ging moeizaam, met die beurs getrommelde vingertoppen. En het eerste kind moest alweer bijna worden opgehaald. Nee, zo’n nieuw ritme, daar glij je niet meteen lekker in.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden