EssaySamen tegen de haat

Vijf jaar na Charlie Hebdo is het hopen op een islamitische renaissance

Beeld Sjoerd van Leeuwen

Vijf jaar na de aanslag op het Franse satirische blad Charlie Hebdo hoopt schrijver en wetenschapper Fouad Laroui op een islamitische renaissance die het gedachtegoed van de Arabische filosoof Averroes in ere herstelt.

Soms komen gebeurtenissen op een wonderlijke manier samen. Op 6 januari 2015 ruimde het tv-journaal van France 2 een kwartier zendtijd in om Michel Houellebecq zijn roman Soumission te laten promoten, waarvan de intrige je de koude rillingen bezorgt: het is 2020, botsingen tussen verschillende etnische groeperingen zijn gemeengoed in de straten van Franse steden en extreemrechts bereidt een burgeroorlog voor ­tegen de moslims.

Wat Soumission nog gevaarlijker maakt is dat het goed is geschreven; helaas maakt het boek racisme tot iets alledaags. De verteller spreekt voortdurend van ‘zwarten’ of ‘Arabieren’, terwijl het om jonge Fransen gaat. Een Arabier kan geen Fransman zijn, dat is wat Houellebecq schijnt te zeggen.

De ochtend na dat interview richten twee gewapende mannen een massaslachting aan op de burelen van Charlie Hebdo. Beelden van die gruweldaad passeren alle schermen. Emoties beheersen Parijs. Zijn dit de Fransen die Houellebecq verwerpt, die hij misprijzend en hatelijk ‘Arabieren’ noemt?

Oog in oog met dat overweldigende toeval, weet je niet wat te doen. Wanneer we op zo’n manier tussen twee vuren belanden, tussen islamisten en islamofoben, tussen de broers Kouachi en Houellebecq, hoe kunnen wij, vreedzame humanisten, ons dan beschermen tegen de handelaren in haat?

Na de aanslag werd her en der ‘een ­minuut stilte’ in acht genomen om samen de slachtoffers te gedenken. Zo’n minuut stilte is altijd indrukwekkend. Gezichten staan strak, zakdoeken knisperen, soms welt een traan op in een ooglid. Bij het gadeslaan van die taferelen bekroop je soms de aanvechting die te verstoren.

Een minuut stilte? Nee, als we nu eens het omgekeerde deden. Als we nu eens ­minuten organiseerden die tot aan de rand waren vervuld van geschreeuw en kabaal om daarmee de propaganda van de haat te smoren? Een algehele gekte tegen het fanatisme? Een minuut om degenen uit te ­joelen die zich als denkers presenteren en niets anders doen dan oude ideeën herhalen? Een minuut van vervloekingen aan het adres van de kwade meesters die louter leegte onderwijzen?

Er zijn van die dagen dat het de anderen zijn die moeten zwijgen: zij die de vrijheid van denken ontkennen, de gewetensvrijheid, de vrijheid van meningsuiting.

Contra-propaganda

Wat te zeggen na deze aanslag? Woorden schieten tekort. Argumenteren? De contra-propaganda tegen IS bestaat al eeuwenlang, die hoeft niet meer te worden uitgevonden. Dat zijn alle kunstwerken in de musea, dat is alle muziek wereldwijd, van Bach naar melhoun (Arabische liedkunst, red.) via de Gregoriaanse gezangen; dat zijn de meesterwerken uit de wereldliteratuur, van Duizend-en-een-nacht naar Don Quichot, van de Gebroeders Karamazov naar Op zoek naar de verloren tijd. Dat is ook, heel simpel, een diner met vrienden, een strandwandeling, de glimlach van een kind. Het beste verhaal om tegenover de fanatici te plaatsen, is de schoonheid van de ­wereld, de smaak van de dingen, alles wat van elk leven een verblijf maakt in een betoverde tuin. De filosofen van de islam, van Bagdad tot Cordoba, zeiden dat God niet te kennen is anders dan in het aanschouwen van zijn werken: al die wonderen die ons omringen.

Enkele maanden na de aanslag ontdekte ik met ontsteltenis dat minstens 60 procent van de Nederlanders die op jihad gingen naar Syrië, een psychiatrische geschiedenis hebben (schizofrenie, psychoses, etc.). Die ziekteverschijnselen openbaarden zich al voor de radicalisering van de jihadisten, zelfs voordat ze geobsedeerd raakten door pseudo-religieuze aangelegenheden. Met ­andere woorden: de propaganda van IS ­bereikt vooral patiënten.

Daar komt bij dat het opleidingsniveau en de intelligentie van de jihadisten die geen psychiatrische antecedenten hebben, buitengewoon laag zijn. Hun begrip van theologische vraagstukken is nihil. Bovendien is het merendeel van deze jongeren opgegroeid in gebroken gezinnen (een afwezige of gewelddadige vader, etc.) De ­jihad is voor hen niet meer dan een manier om een zekere structuur in hun leven aan te brengen. De imam is een substituut voor de vader. Met andere woorden: IS fungeert als een soort bezemwagen die de gekken, de achtergelatenen, de onaangepasten en de delinquenten verzamelt.

Oorlog der beschavingen

Een politicus wordt geacht zijn woorden op een goudschaaltje te wegen. Des te betreurenswaardiger dat Manuel Valls, toenmalig eerste minister van Frankrijk, zich niets heeft aangetrokken van die aloude wijsheid. Anders zou hij hebben vermeden van een ‘oorlog der beschavingen’ te spreken, zoals hij dat enkele dagen na de aanslag deed. Dit is wat hij toen verklaarde: ‘We mogen deze oorlog niet verliezen, want het is een oorlog der beschavingen.’

Valls eigende zich daarmee een gevaarlijk idee toe, dat van de ‘botsing der beschavingen’, door Samuel Huntington in de jaren negentig ontwikkeld. Die essentialistische visie op de geschiedenis kwam als geroepen voor het Pentagon. Na het verdwijnen van de Sovjet-Unie waren er stemmen opgegaan die op een verlaging van het sterk gegroeide defensiebudget aandrongen. De haviken konden nu tegenwerpen dat er geen enkele reden was de verdediging te laten zakken: de oorlog der beschavingen was zojuist uitgebroken… George W. Bush maakte zich dat idee eigen, dat het voordeel van de eenvoud had en dus geen al te groot beroep deed op zijn kolibriebrein. De gevolgen ervan waren, zoals bekend, desastreus in Irak en Afghanistan.

Dit idee is vals omdat het veronderstelt dat waarden als democratie, emancipatie van het individu, gewetensvrijheid, tolerantie en pluralisme de Europese beschaving (en zijn Amerikaanse afgeleide) kenmerken. En dat dat hetgene is waartegen andere beschavingen strijden. Historisch gezien zijn die waarden niet aan één beschaving verbonden. Niet zo heel lang geleden was het fascisme de officiële ideologie van Italië, het nazisme heerste in de helft van Europa, Franco wurgde op zijn gemak zijn tegenstanders, Stalin deporteerde hele volkeren.

De daden en ideologie van IS zijn verwerpelijk, niet te verdedigen. Maar het is te veel eer voor IS de strijd daartegen te plaatsen in het kader van een oorlog der beschavingen. Welke ‘beschaving’ van moordenaars vertegenwoordigen zij?

Ibn Roshd

Drie weken na de aanslag, op 28 januari, vierden christenen het feest van de heilige Thomas. Door de leer van Aristoteles te verbinden met het geloof en de rede in het hart van het menselijk handelen te plaatsen, bevrijdde Thomas van Aquino de christenen van duizend jaar Augustijnse vaagheid. De heilige Thomas citeert in zijn werken meer dan vijfhonderd keer Averroes (onze Ibn Roshd), zo vaak dat je van zuiver plagiaat zou kunnen spreken. Grote geesten denken hetzelfde.

Een detail nog: Thomas werd in 1323 gecanoniseerd, de katholieken verleenden hem niet minder dan veertig eretitels, waaronder die van ‘engelachtige leraar’ en ‘licht van de wereld’. En wij, wat hebben wij moslims met Ibn Roshd gedaan? Welnu, we hebben zijn boeken verbrand. We verbieden, tot op de dag van vandaag, de verspreiding van zijn gedachtegoed. Als hij nu in Raqqa of Khartoem opduikt, zou hij ogenblikkelijk worden onthoofd.

Schokkend, niet? Terwijl we wachten op de echte islamitische renaissance die het rationele denken in het hart van zijn ontwikkeling zal plaatsen, blijft ons niets anders over dan, net als de katholieken, het feest van de heilige Thomas te vieren: dan is het alsof we toch Ibn Roshd eer bewijzen.  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden