Vier sterren

Ombudsman

 ‘Vriendjespolitiek’ of een ‘afrekening’: recensies van boeken door eigen redacteuren blijven een mijnenveld.

Jean-Pierre Geelen

Vier sterren kreeg het boek van oud-Volkskrant-redacteur Jan Tromp en VVD-politicus Frank de Grave op de pagina’s Boeken van Sir Edmund. Mooi. Maar een lezer die het boek had gelezen, had er kritiek op. Die had hij opgestuurd naar de Opinie­redactie, als tegengeluid. Zijn stuk werd niet geplaatst, en toen was het cirkeltje rond: ‘Volkskrant-­redacteur recenseert boek van Volkskrant-redacteur en biedt geen ruimte voor kritisch tegengeluid. Een heel hoog WC Eend-gehalte. Integriteit geldt alleen voor anderen’, bromde het al gauw op Twitter, waar dat soort geluiden vaak op zachte aarde landen.

Over deze casus kunnen we kort zijn: de opinie­redactie ontvangt vele bijdragen, en heeft de luxe te kiezen, waarbij ook adequate, publicabele stukken over de rand vallen. De chef Opinie vond dit stuk echter te particulier, de lezer zou er weinig van begrijpen. ‘Bovendien’, zo voegt hij eraan toe, ‘zijn wij altijd terughoudend met kritiek op recensies.’ Recensies zijn immers per definitie vatbaar voor discussie.

Daarmee raakt de kwestie een veel breder, heikel punt. Wat te doen met boeken geschreven door ­‘eigen’ redacteuren of medewerkers? Het is bij voorbaat glad ijs. Nog gladder wordt dat ijs wanneer een literatuurrecensent zich waagt aan een roman.

Het is mooi dat redacteuren en medewerkers boeken schrijven. Dat geeft hun werk diepgang, en zowel auteur als krant kunnen zich er, in de betere gevallen, aanzien mee verwerven. Maar dan begint het gedoe: het moet (misschien) besproken. Bij een lovende recensie ontstaat voor de buitenwereld al gauw de indruk van vriendjespolitiek. Een negatieve bespreking leidt tot interne strubbelingen. De gemiddelde drie sterren staan officieel voor ‘goed’, maar ogen voor sommigen als laf compromis, de kwaadwillende lezer (of collega) kan er toch nog allerlei machinerieën achter bevroeden. Kortom: het is nooit goed. Zeker als kritiek daarop niet lijkt te worden getolereerd, blijft onvrede het enige residu.

Het beleid van de redactie Boeken is: boeken van eigen redacteuren worden niet besproken door ­directe collega’s, maar door externe medewerkers, die geen band mogen hebben met de auteur. Het in het begin genoemde boek had eigenlijk niet door een interne redacteur besproken moeten worden, beaamt de chef Boeken. Soms wordt een kwestie voorgelegd aan de hoofdredactie. Er kan gekozen worden voor een voorpublicatie, of een interview met de auteur. Een bespreking blijft dan uit. Onoprechte recensies blijven taboe. Wel zegt de chef Boeken dat ze soms afziet van het laten schrijven van een recensie, als duidelijk is dat die negatief zou uitpakken. Ter bescherming van de collega.

Daarmee is niet elke valkuil omzeild: soms blijven banden tussen auteur en bespreker verborgen, evenals akkefietjes die leiden tot een afrekening in het journalistieke milieu.

De chef Boeken is er persoonlijk voor boeken van ‘eigen’ mensen niet te bespreken. Ze kiest liever voor een interview of voorpublicatie. Een recent boek van eigen hand heeft ze niet in haar kolommen vermeld.

Voor niet bespreken valt iets te zeggen. Misschien zou een redacteur het ook niet moeten willen. Maar werken bij de krant mag ook geen handicap zijn. En een krant die wil informeren over het aanbod, bewijst lezers geen dienst door werken niet te recenseren die dat journalistiek gezien wel verdienen.

Het netelige: het doet er niet toe hoe ter redactie de gang van zaken is geweest, het gaat om ‘de schijn van’. Schijn heeft geen feiten nodig om negatieve beeldvorming te wekken.

Het raakt aan een ander fenomeen: de begeleidende publiciteit rond boeken, films, tv-programma’s en andere (artistieke) uitingen. Het interview is een vehikel in de pr-gedreven mediawerkelijkheid. Het wordt steeds vaker gebruikt als marketinginstrument, bespeeld door agenten, uitgevers en pr-afdelingen die vóór het moment van verschijnen bij alle media ‘shoppen’. Het (begrijpelijke) doel: de aandacht vangen en daarmee hopelijk de verkoop-, bezoek- of kijkcijfers te stuwen.

Daar is weinig mis mee, behalve dat media zich ­weleens mogen beraden op hun afhankelijkheid van die pr-industrie: er is nauwelijks nog een BN’er die zich laat interviewen zonder het directe belang van een net verschenen boek, film of tv-programma. De pragmatische houding: zolang dat interessante ­interviews oplevert, is er weinig op tegen.

Maar tegelijk zenden die invoelende, persoonlijke vraaggesprekken een ongeschreven boodschap uit: deze persoon is interessant, omdat die iets waardevols heeft afgescheiden. Daarom is het zo verwarrend wanneer daarna een totaal tegengestelde ­recensie verschijnt.

Dat gebeurde onder meer rond de biografie van Jan Wolkers. Meer dan twee jaar schreef biograaf Onno Blom er wekelijks bloemrijke stukjes over. Toen zijn boek verscheen, wijdde de V er de hele bijlage aan. De feestvreugde werd dagen later verstoord door de recensie: drie sterren. Officieel ‘goed’, maar de goede verstaander wist wel beter.

Recenter voorbeeld: de Boekenweekproducties van Jan Terlouw en Griet Op de Beeck werden publicitair begeleid door een briefwisseling van de twee in Sir Edmund. De lezer moest niet denken dat kwaliteit de aanleiding was: Op de Beeck kreeg één broodmagere ster van recensent Arjan Peters, Terlouws essay is niet besproken.

Niets tegen negatieve recensies, maar ze lijken met terugwerkende kracht afbreuk te doen aan de eerdere publiciteit (waar de recensent zich uiteraard niets van moet aantrekken). Natuurlijk kun je het een los zien van het ander. Ook kan de lezer na een negatieve recensie zijn eigen oordeel vellen. De krant is niet meer één meneer of mevrouw, maar een veelstemmig koor, zo luidt de postmodernistische opvatting. Maar verwarrend is het wel, die verschillende signalen in één krant die culturele gids wil zijn.

De redactie Boeken maakt alleen interviews met auteurs wier boeken goed genoeg worden gevonden, verzekert de chef. Maar andere deelredacties hanteren heel andere criteria; een slimme pr-func­tionaris weet alle loketten van de krant te vinden.

Een mijnenveld, kortom, waarin slingerend langs de valkuilen een rechte redactionele lijn moeilijk valt te trekken. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.