Opinie

Vier Prinsjesdag in de provincies als het Binnenhof sluit

Mijd het Binnenhof tijdens de grootschalige renovatie en vier Prinsjesdag in wisselende provincies.

Koning Willem Alexander en koningin Maxima komen in de Glazen Koets aan op het Binnenhof voor het voorlezen van de troonrede in de Ridderzaal.Beeld anp

Al sinds de laatste decennia van de 16de eeuw is het Binnenhof het staatkundig hart van Nederland. Slechts gedurende twee periodes in die bijna vier en een halve eeuw was dat niet het geval: de Hollands-Franse jaren tussen 1807 en 1813, toen het centrum van de macht via Utrecht naar Amsterdam en vervolgens ook Parijs werd verplaatst, en de trieste jaren van de Duitse bezetting tussen 1940 en 1945.

De beslissing om het Binnenhof tussen 2020 en 2025 vijfenhalf jaar te sluiten - een periode die ongeveer even lang is als de twee genoemde - blijft armetierig. Sinds de Tweede Wereldoorlog zijn schier alle onderdelen van het Binnenhof voorwerp van uitvoerige restauraties en nieuwbouw geweest. Het blijft onduidelijk waarom toekomstige renovaties niet als vanouds onderdeel voor onderdeel kunnen worden aangepakt. Doch de teerling is geworpen.

Woensdag schetste minister Stef Blok zijn plannen. Het ministerie van Algemene Zaken, tot 1977 gevestigd op Plein 1813, daarna op het Binnenhof, zou zich concentreren op en rond het Catshuis. Daar valt veel voor te zeggen. Toen de Trêveszaal tijdens de jaren van het kabinet-Den Uyl werd gerestaureerd, vergaderde de ministerraad in wat sinds 1963 de ambtswoning van de minister-president is. Dat is een vertrouwde en inmiddels enigszins historische locatie.

Ook de verplaatsing van de Eerste Kamer naar het fraaie en voorname Huis Huguetan aan de Lange Voorhout, van 1819 tot 1982 de locatie van de Koninklijke Bibliotheek en van 1988 tot 2016 de zetel van de Hoge Raad, kan men in de gegeven omstandigheden billijken. Maar dat de Tweede Kamer naar het lelijke gebouw van het ministerie van Buitenlandse Zaken, de Apenrots, verhuist, is lichtelijk onthutsend. Democratische vertegenwoordiging vergt een minimale representativiteit.

'Dat de Tweede Kamer naar het lelijke gebouw van het ministerie van Buitenlandse Zaken, de Apenrots, verhuist, is lichtelijk onthutsend'Beeld anp

In de brief van Blok blijft de vraag echter onbeantwoord waar de Verenigde Vergadering der Staten-Generaal op Prinsjesdag bijeen moet komen. Er is geopperd om daarvoor de Grote of Sint-Jacobskerk in Den Haag te benutten. Ook is wel gesuggereerd om het Binnenhof elk jaar toch weer tijdelijk vrij te maken, zodat de Grote Zaal, tegenwoordig ook wel Ridderzaal genoemd, in gebruik zou kunnen blijven. Er valt iets voor te zeggen om deze traditie, die in 1904 tijdens het kabinet-Kuyper ontstond - daarvoor kwam de regerende vorst(in) naar de vergaderzaal van de Tweede Kamer - aldus vol te houden, maar er zou ook een geheel andere, veel creatievere oplossing gezocht kunnen worden.

De Grondwet schrijft niet voor waar de Staten-Generaal bijeen dienen te komen. Constitutioneel gezien zouden de Kamers ook permanent in Delfzijl of Vaals kunnen vergaderen, al lijken dat weinig waarschijnlijke opties. De Grondwet bepaalt in artikel 32 alleen dat de Verenigde Vergadering, waarin een nieuwe koning wordt beëdigd en ingehuldigd, in de hoofdstad Amsterdam gehouden dient te worden. Op 30 april 2013 hebben we dat voor het laatst gezien.

Het gaat om zes Prinsjesdagen. Ik zou zeggen: als het Binnenhof gedurende die tijd toch niet als het kloppend hart van de democratie functioneert, mijd het dan ook. En maak er echt iets moois van - met grote symbolische waarde. Zes jaar lang zou men Prinsjesdag op verschillende plaatsen in het land kunnen houden. Er zijn twaalf provincies. Omdat de beide Hollandse provincies al aan de beurt zijn gekomen, zou men het oog op zes buitengewesten kunnen laten vallen. De enige vraag zou dan zijn welke vier provincies zouden moeten afvallen, maar daar valt wel een mouw aan te passen.

Men zou aan de provinciale hoofdsteden kunnen denken. Maar men zou ook plaatsen kunnen kiezen die anderszins een rol spelen in de Nederlandse politieke geschiedenis. Breda bijvoorbeeld, waar de wortels van de Oranjes liggen, Apeldoorn met het Loo, en Leeuwarden, waar de huidige dynastieke lijn tot 1747 hof hield. (Ook volgens zo'n ander criterium kunnen provinciehoofdsteden er uiteraard wel uitkomen.) Of denk aan Venlo, waar in 1543 het verdrag gesloten werd waarbij het laatste gewest, Gelre, bij de Bourgondische Nederlanden gevoegd werd. Of ook aan het patriotse Zwolle, de geboorteplaats van J.R. Thorbecke, die in 1848 een belangrijk aandeel had in de zo belangrijke tweede herziening der Grondwet.

Er valt van alles te bedenken om zes interessante steden uit te zoeken voor de bijeenkomst van de Verenigde Vergadering op Prinsjesdag. Men zou zelfs een prijsvraag kunnen uitschrijven.

Zulke Prinsjesdagen in de provincie zouden een aantrekkelijk schouwspel kunnen opleveren. Ook dan zou uit het hele land het publiek samendrommen voor de traditionele en toch elke keer geheel nieuwe koninklijke rijtoer. Zulke Prinsjesdagen in den lande zouden vooral het besef kunnen bevestigen dat de Staten-Generaal het gehele Nederlandse volk vertegenwoordigen. En dat dat overal kan en niet alleen in de oude hoofdplaats van Holland, 's-Gravenhage, hoeft te geschieden.

Jan Dirk Snel is historicus.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden