OpinieRechtspraak

Videoverbinding in tijden van virus bedreigt rechtspraak

Verdachten zijn ernstig in het nadeel door hun zitting alleen via videoverbinding bij te mogen wonen. De maatregel moet zo snel mogelijk geschrapt.

Advocaat Gerald Roethof in de rechtbank van Maastricht, vorige week voorafgaand aan de pro-formazitting in de zaak tegen Jos B.Beeld ANP

De coronacrisis zet het strafproces onder zware druk. De advocatuur wordt regel­matig ernstig belemmerd in de verdediging van haar cliënten. Zo wordt het voeren van persoonlijk overleg met cliënten in voorarrest onmogelijk gemaakt. Coronamaat­regelen ontbreken voor advocaten en verdachten op plekken als politiebureaus en gevangenissen. Bovendien zijn er grote zorgen rond de strafzittingen. Tijdens een zitting komt het erop aan. Dan moet de advocaat, en ook de verdachte, optimaal presteren. De rechter, officier van justitie, belanghebbenden, benadeelde partijen, maar ook journalisten moeten ze overtuigen. Zij zijn naar hun aard zeer diverse actoren tot wie de advocaat en zijn cliënt zich moeten kunnen richten.

De dynamiek van een zitting is fascinerend. In de juridische arena speelt de verdachte een cruciale rol. Zijn of haar houding, lichaamstaal, mimiek, woorden, toon of überhaupt aanwezigheid kunnen de zaak maken of breken. De rechter moet allereerst een oordeel vormen over onder andere de rechtmatigheid van de opsporing en de vraag of er voldoende wettig bewijs is om de verdachte te veroordelen. Veelal zijn dit kwesties die voor een advocaat in grote lijnen te voorspellen zijn.

Klein Duimpje

Anders ligt dat voor de tweede voorwaarde waaraan het bewijs moet voldoen om een verdachte persoon of onderneming te veroordelen. De rechter moet door het bewijs ervan overtuigd raken dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de verdenking. Of een rechter overtuigd raakt en vooral hoe, is een abstract, weinig onderzocht en in feite een volstrekt ongrijpbaar proces. Juist dit belangrijke onderdeel voor de verdediging ligt zwaar onder vuur. Immers, de verdediging moet alles op alles kunnen zetten om de rechter te overtuigen van het gelijk van de verdachte. De verdachte die het toch al als Klein Duimpje moet opnemen tegen de machtige, niet altijd genuanceerde overheid.

Het is een fundamenteel recht van de verdachte om aanwezig te zijn tijdens de zitting, maar door de coronacrisis is dit niet langer vanzelfsprekend. Het recht om aanwezig te zijn heeft als belangrijkste doel de verdachte optimaal in staat te stellen zich te verdedigen tegen de beschuldigingen. De nu geboden alternatieven op afstand als telehoren en zittingen via video, kunnen voor de verdachte dramatisch uitpakken. De gemankeerde interactie via een videoverbinding is onmiskenbaar in het nadeel van de verdachte om zijn standpunt zo goed mogelijk voor het voetlicht te brengen. Verdachten die in voorarrest zitten zijn bovendien afhankelijk van de directeur van de gevangenis voor onder meer de duur van de videoverbinding met de zittingszaal.

Voor de toekomst behouden

De videoverbindingen tijdens zittingen moeten zo spoedig mogelijk van de baan. Of het nu gaat om de verduistering van koffiemelkpoeder, een bedrijfsongeval met dodelijke afloop, een drievoudige moord of een economisch delict, feit is dat een essentieel onderdeel van een eerlijk strafproces – tijdens de zitting in persoon je verhaal goed kunnen doen – een ‘surrogaat’ dreigt te worden.

De huidige aanpak raakt nog een belangrijk onderdeel van onze rechtsstaat, namelijk de openbaarheid van de strafzitting. Belangstellenden worden nu geweerd en vertegenwoordigers van de media hebben slechts beperkt toegang. Juist nu staat of valt de legitimiteit van het strafproces bij openbaarheid. Media moeten hun functie als waakhond optimaal kunnen uitoefenen, zittingen mogen niet in achterkamertjes plaatsvinden. Het ‘dwingt’ de rechter om goed te motiveren, en dat is van belang voor de rechtszekerheid en vertrouwen in de rechtspraak. De openbaarheid van de strafzitting is dan ook vastgelegd in artikel 121 van de Grondwet.

Het coronavirus maakt veel kapot en de rechtspraak en opsporingsinstanties moeten snel schakelen om de rechtsstaat voor de toekomst te behouden. Plankgas geven met het aanbrengen van zaken op zitting is gewenst. Daarnaast dient berechting immer in de lijfelijke aanwezigheid van de verdachte op zitting te kunnen plaatsvinden, als de verdachte dat wenst. Niet in de laatste plaats omdat zijn beklager, de officier van justitie, altijd naast de rechter in de zaal zit, met alle communicatiemogelijkheden die er zijn. Onder de huidige omstandigheden is er door diverse partijen begrip geweest voor de pragmatische benadering. Dit mag niet de gebruikelijke gang van zaken worden: er kleven rechtsstatelijke bezwaren aan.  

Frank van ­Ardenne is strafrecht­advocaat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden