Opinie Iraanse oppositie

Verzetsbeweging Iran moet van terroristisch etiket worden verlost

In Iran en Irak zijn verzetsbewegingen actief tegen de Iraanse mullahs, maar daar horen we weinig van. Het Nederlandse parlement zou hen meer krediet moeten geven, betoogt Johanna Maria van Winter.

Aanhangers van de Iraanse oppositie (NCRI) betogen in Brussel tegen het regime in Teheran, afgelopen vrijdag. Beeld REUTERS

Na de dood van generaal Qassem Soleimani van de Iraanse Qud-strijdkrachten samen met Abu Mahdi al-Muhandis, commandant van de pro-Iraanse milities in Irak, brengt het nieuws allerlei informatie over de politieke toestand in deze twee landen, waarbij de nadruk ligt op de positie van de VS na de onverhoedse moordaanval. Door wraakgevoelens bij de Iraakse en Iraanse overheden komt de invloed van Amerika in deze landen onder druk te staan. Welke betekenis deze gebeurtenis voor de bevolking zelf kan hebben, blijft buiten beeld, zoals ook de hele voorlichting over deze mensen in Nederland zeer summier is.

In Iran en Irak zijn democratische verzetsbewegingen actief tegen de invloed van de Iraanse mullah’s op hun leven. In Irak door uitbarstingen van spontaan verzet ­tegen de door Iran aangestuurde milities, in Iran door georganiseerde maar ongewapende aanvallen op banken en andere overheidsgebouwen. Afgelopen november zagen we daarvan grootschalige voorbeelden die door een in paniek geraakte overheid koelbloedig zijn neergeschoten, met zo’n 1.300 doden en duizenden gewonden als gevolg.

De publieke opinie in westerse landen is boos, maar doet niets om de Iraanse regering tot de orde te roepen. Nederland gaat door met de handel met Iran in een poging het nucleaire verdrag overeind te houden, waar Trump in 2018 uit is gestapt.

Wij horen hier zelden over het Iraanse verzet, binnen en buiten Iran, met knooppunten in de wereld van de asielzoekers in de diaspora.

Hoofdkwartier in Albanië 

Het hoofdkwartier van de Mujahedin Khalq (aangesloten bij de koepelorganisatie Nationale Verzetsraad van Iran - NCRI) bevindt zich met ongeveer tweeduizend leden in Albanië, in een nederzetting bij de hoofdstad Tirana, Ashraf 3 geheten (twee eerdere hoofdkwartieren waren in Irak). Er heeft zich hier een complete schaduwregering gevormd met een gekozen president, Maryam Ravani, die het bewind in ­Teheran wil overnemen zodra de mullahs ten val zijn gebracht. Er is een tienstappenplan voor democratische verkiezingen, waarbij de scheiding van moskee en staat het uitgangspunt is, naast vrijheid van levensovertuiging en kleding. De nucleaire centrifuges zullen worden stilgelegd en de tegenstelling tussen sjiieten en soennieten zal in de politiek geen rol spelen.

Deze beweging dateert van de jaren tachtig, de tijd van de massamoorden door het nog steeds heersende regime op de toenmalige democratische oppositie, culminerend in de terechtstelling van zo’n 30 duizend opposanten in 1988. Die massamoord blijkt aan het Europese en Amerikaanse publiek voorbij te zijn gegaan. Als er in onze media aandacht voor wordt gevraagd, wordt die oppositie afgedaan als terrorisme, in lijn met de Iraanse regeringsterminologie.

Ik roep de Nederlandse parlementariërs op de Iraanse verzetsbeweging recht te doen en tot een evenwichtige beoordeling van de oppositie te komen, in plaats van haar af te wijzen als (ex)terrorisme. Het Nederlandse volk heeft baat bij eerlijke voorlichting in plaats van dat het Iraanse verzet wordt doodgezwegen, zoals nu.

Johanna Maria van Winter is emeritus hoogleraar geschiedenis.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden