Opinie

Verzacht de gruwelijkheid van het kolonialisme niet

Is de kritiek op Johan Maurits en de slavenhandel overdreven, zoals Piet Emmer beweert? Een repliek.

Portret van Johan Maurits (1604-1679).

Onder invloed van het slavernijdebat en de Zwarte Pietendiscusssie - termen voor de omslag in Nederland naar een nieuwe omgang met het koloniale verleden - besloot het Mauritshuis een beeld van Johan Maurits van Nassau-Siegen (1604-1679), de bouwheer en naamgever van het museum, niet langer als een gastheer in de hal te plaatsen maar als iemand met een beschadigde reputatie buiten zicht in een depot te zetten.

Dit gedrag vindt de Leidse emeritus hoogleraar Piet Emmer maar 'een vreemde geste van het Mauritshuis'. Hij is in het openbaar bezig met een omscholing tot pamflettist en van de ophef rond Maurits begrijpt hij niets: 'Hij was geen eigenaar van een plantage of van een suikermolen, en hij heeft geen vermogen verdiend aan de slavenhandel.' (Ten eerste, 16 januari).

Hier is een veronderstelde expert aan het woord, maar zoals veel van wat hij beweert is deze opmerking faliekant onjuist. Maurits is een van de meest uitvoerig bestudeerde WIC-bevelhebbers. Hij wist volgens een tijdgenoot al in 1636 als nieuw bevelhebber in Pernambuco 'dat het in Brazilië onmogelijk is iets te ondernemen zonder slaven (...) als iemand vindt dat dit verkeerd is, kan hij beter zijn geweten niet nodeloos bezwaren.'

De feiten bewijzen dat onder het bestuur van Johan Maurits de Nederlandse export van levenslang gevangen mensen uit Afrika naar Amerika snel in omvang toenam. Met vele anderen voerde hij een langjarig plan van de West-Indische Compagnie uit: binnen een jaar na zijn aantreden vertrokken vanuit Recife WIC-troepen naar West-Afrika en zij veroverden het slavenkasteel Elmina in Ghana op de Portugezen. Dit was het begin van de grootschalige Nederlandse trans-Atlantische mensenhandel. Tijdens de bestuursperiode van Johan Maurits werd de Nederlandse export van gevangen Afrikanen naar Amerika voor het eerst omvangrijker dan de Portugese: in zijn tijd werkten de Nederlanders zich op tot de succesvolste mensenhandelaren ter wereld.

Emmer beweert over Maurits: 'Hij heeft geen vermogen verdiend aan de slavenhandel.' De feiten zijn anders. Sommige schatten die hij meebracht lijken afkomstig uit een fabel, bijvoorbeeld een compleet stel meubels van Afrikaans ivoor waaronder een tafel, stoelen, een vijfpersoonszitbank en zelfs een hele vloer - alles van ivoor. Deze meubels behoorden tot de goederen ter waarde van 50 duizend daalders die hij met de vorst van Brandenburg ruilde voor het landgoed Freudenberg. Bij de vele Europeanen die hun loopbaan op de slavenhandel bouwden, staat Maurits vooraan.

Maar niet volgens Emmer. Volgens hem was de Nederlandse export van gevangen Afrikanen zo kleinschalig (maar 5 procent van het Europese totaal, slechts ongeveer 600 duizend personen) dat aandacht hiervoor al snel overdreven is. Hij verwijt hedendaagse historici dat moderne inzichten, zoals mensenrechten en gevoelens van solidariteit met onderdrukten, hun het juiste zicht op het verleden ontnemen. Wild schopt hij tegen de nieuwe koloniale geschiedschrijving in het algemeen en met name die van mij. Bijna twintig jaar geleden besprak ik zijn slavernijgeschiedenis en de kritiek was niet lovend. Onlangs met een pamflet op de markt wil hij aandacht trekken met provocaties. 'Als hij het werk van Vanvugt bespreekt, vallen harde woorden. Aperte leugens, drammerige eenzijdigheid.' (O&D, 6 januari).

Duidelijk bedoelt hij mijn boek Roofstaat waarin honderden personen voorkomen en waarin goed mogelijk ook fouten staan. Omdat de zesde druk uitkomt, is dit het juiste moment voor de vraag: kan een pamflettist iemand beschuldigen van 'aperte leugens' zonder voorbeelden?

In het gesprek waarin hij de hedendaagse kijk op het kolonialisme en met name mijn werk aanvalt, beschrijft hij van de weeromstuit uitdagend de 'goede kanten' van het kolonialisme: 'We hebben gezondheidszorg, landbouw, onderwijs en bestuur gemoderniseerd. We hebben riolering, leidingwater, telefoonverbindingen, wegen en spoorwegen aangelegd.' Hij weet dat deze uitspraak een doorzichtige provocatie is en hij verkneukelt zich al op de felle reacties. Maar weet hij ook dat het niet waar is?

Dat iemand de rol van apostel van het weldoende kolonialisme op zich neemt om reacties in het publieke debat uit te lokken overschrijdt de grens van het fatsoenlijke. Dat een pamflettist tot iedere prijs aandacht zal vragen hoort bij zijn bezigheid. Maar dat een gepensionneerde professor belegen propaganda en desinformatie verspreidt als wetenschap, moet worden weersproken.

Ik daag hem uit: kom met voorbeelden! In welke districten precies werd 'gezondheidszorg, landbouw, onderwijs en bestuur gemoderniseerd'? Welke kampongs hadden leidingwater? De rijk geworden apotheker H.F. Tillema bekeek letterlijk de beerput van de koloniale tijd. Hij besteedde veel tijd en geld aan studies en voorstellen voor betere riolering in Oost-Indië. Door zijn inspanningen kregen twee wijkjes in 1915 in Semarang een waterleiding met openbare kranen. Het was iets zeer uitzonderlijks. Vertel eens precies: welke minieme minderheid genoot onderwijs en gezondheidszorg? Waar brachten Nederlanders beschaving in de door-en-door racistische koloniale samenleving?

Propaganda voor het weldoende kolonialisme lijkt tegelijk het schrille licht te willen verzachten op de gruwelijke basiskennis dat het ene volk met veel geweld het andere onderdrukte en voor zich liet werken.

Ewald Vanvugt is auteur en fotograaf. Hij schreef onder andere Roofstaat.

Ewald Vanvugt.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.