Inlichtingen

Verwacht geen wonder van geheime diensten

Het idee dat inlichtingendiensten met meer geld wél alle terreurverdachten kunnen volgen, is irreëel.

Beeld reuters

Door Parijs en Verviers is de dreiging van het jihadistisch terrorisme weer scherp op het netvlies komen te staan. Uit alle aandacht die politici en journalisten aan het onderwerp schonken de afgelopen anderhalve week blijkt hoe beperkt het politieke en publieke begrip van inlichtingen- en veiligheidsdiensten is. Zowel de probleemanalyse (Parijs was een intelligence failure) als de oplossingsvoorstellen (meer geld en meer bevoegdheden voor geheime diensten) berusten op een verkeerde voorstelling van zaken.

Om te beginnen was 'Parijs' geen intelligence failure. Dat wil zeggen: er zit geen fundamentele weeffout in het Franse inlichtingenbestel die verklaart waarom deze aanslagen hebben kunnen gebeuren. Natuurlijk is het de vraag waarom de broers Kouachi, die sinds de aanslagen van 11 september 2001 voldoende alarmbellen hebben doen rinkelen (bijvoorbeeld met hun reis naar Jemen en hun veroordeling voor ronselen) zich aan de aandacht van de Franse binnenlandse veiligheidsdienst (Direction Générale de la Sécurité Intérieure, DGSI) hebben kunnen onttrekken.

Natuurlijk weten we dat als niet-ingewijden niet precies. Mogelijk werd er met andere binnenlandse (Frankrijk heeft er acht!) en buitenlandse (Amerikaanse) inlichtingen- en veiligheidsdiensten niet goed samengewerkt. Ook kan het zijn dat belangrijke signals intelligence (onderschept berichtenverkeer) is genegeerd of dat relevante inlichtingen ergens in de onlangs hervormde maar nog altijd verkokerde inlichtingengemeenschap zijn blijven hangen.

Maar dat deze jongens (en vermoedelijk één meisje) anno 2015 niet nog steeds met de meest indringende inlichtingenmiddelen 24 uur per dag in de gaten werden gehouden, mag de Franse veiligheidsdienst niet worden aangewreven. Alle inlichtingen- en veiligheidsdiensten, zelfs de grootste ter wereld, hebben een beperkte hoeveelheid beschikbare mankracht en middelen. En daarom moeten ze keuzes maken over de inzet daarvan.

Een 24-uurs observatie van één iemand, waarvoor in ploegendienst onder meer volg- en observatieploegen, telefoon- en internettaps, bewerkers en analisten nodig zijn, vergt twintig tot dertig medewerkers. Onlangs zei het hoofd van de Britse veiligheidsdienst MI5 dat zijn dienst (met bijna vierduizend medewerkers) slechts 'een dozijn' mensen zo intensief kan volgen.

Geen dienst ter wereld heeft voldoende capaciteit om alle individuen die zij als een veiligheidsrisico beschouwt met deze zware middelen in de gaten te houden. Reken maar uit: met 400 teruggekeerde jihadisten zouden de Franse diensten dan uitgebreid moeten worden met minimaal achtduizend medewerkers. En als daar de komende jaren nog honderden terugkeerders bijkomen, spreken we over tienduizenden extra medewerkers. Geen Europees land zal, uit financieel en rechtstatelijk oogpunt, diensten van zulke omvang willen optuigen. De oppositie in Nederland, die meer geld voor de AIVD wil, suggereert dus ten onrechte dat die dienst met een klap geld erbij wel in staat zou zijn alle terugkeerders 24 uur per dag met de meest indringende inlichtingenmiddelen op de huid te zitten.

Om met dit probleem om te gaan prioriteren geheime diensten hun 'targets'. Op basis van uiteenlopende indicatoren schatten zij het risico dat iemand vormt. Zo had de Britse veiligheidsdienst MI5 voorafgaand aan de Londense aanslagen van 2005 een lijst van achthonderd essential targets, die vermoedelijk op veel van die indicatoren hoog scoorden. De mensen die iets minder van die rode vlaggetjes activeerden, werden preferred targets genoemd.

Constant Hijzen schrijft een proefschrift over veiligheidsdiensten aan Universiteit Leiden.

Naar verluidt hadden de broers Kouachi al geruime tijd geen 'rode vlaggetjes' geactiveerd. Daarom schroefde de DGSI haar inlichtingeninwinning ten aanzien van de broers terug, net zoals MI5 met één van de daders van de aanslagen van 7/7 had gedaan. Dat is achteraf beschouwd een fatale inschattingsfout geweest, maar het prioriteren is onlosmakelijk verbonden met inlichtingenwerk.

Politiek en maatschappij moeten dus geen magische krachten van hun geheime diensten verwachten. Snowden heeft onterecht de indruk gewekt dat geheime diensten alziende, alwetende instituten zijn. De inlichtingenblik op een continu veranderende werkelijkheid is fragmentarisch en deze diensten kunnen niet ieders intenties kennen. Scherm dus niet categorisch met extra geld en bevoegdheden, maar formuleer reële en concrete verwachtingen. Alleen dan is het inlichtingeninstrument van waarde.

Constant Hijzen schrijft een proefschrift over veiligheidsdiensten aan Universiteit Leiden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden