column Max Pam

Vertrouwen en wantrouwen in politici

Vorige week maakte het Sociaal en Cultureel Planbureau bekend dat de Nederlandse burger in de tijd van Joop den Uyl negatiever dacht over politici dan nu. Het werd gepresenteerd als een opmerkelijke bevinding, die haaks zou staan op het algemeen heersend sentiment dat het vertrouwen in de politiek een dieptepunt heeft bereikt in deze tijd van gele hesjes.

Als je het rapport van het SCP doorneemt, zie je dat de conclusie slechts gebaseerd is op drie tamelijk slap geformuleerde enquêtevragen, zoals: ‘Ik denk niet dat Kamerleden en ministers veel geven om wat mensen zoals ik denken.’ Daar kan methodologisch nog wel wat aan verbeterd worden, maar afgezien daarvan lijkt de uitkomst mij een open deur van jewelste. Ik spreek uit ervaring, want de tijd van Den Uyl en wat daar direct aan voorafging, heb ik van nabij meegemaakt.

Toen Den Uyl in 1973 premier werd, was het vertrouwen in politici juist tot een dieptepunt gedaald. De provobeweging had de autoriteiten bespot en de elite aan het wankelen gebracht. Den Uyl kreeg in zijn eigen partij te maken met de Jong-Turken van Nieuw Links, die onder meer uit de Navo wilden. Voor het eerst na de Tweede Wereldoorlog moest ook worden bezuinigd. In 1975 zorgden de Nieuwmarktrellen voor chaos in Amsterdam. Maar boven dit alles hing, als symbool van wantrouwen en verzet, de Vietnamoorlog die ook in Nederland tot heftige emoties had geleid.

Wie wil weten hoe groot de impact van die oorlog op het Westen is geweest, moet beslist kijken naar de tiendelige Netflixserie

The Vietnam War van Ken Burns en Lynn Novick. Tien keer ruim anderhalf uur over een oorlog die twintig jaar heeft geduurd en waarbij honderdduizenden doden zijn gevallen. Hoe gruwelijk ook, het is een geweldige serie, die je steeds naar je stoelleuning doet grijpen. Je wist alles al, maar je wist ook niets. Dat moet je bij jezelf vaststellen, telkens wanneer weer een helikopter neerstort, een dorp in de fik gaat of Hanoi wordt gebombardeerd.

Die oorlog heeft het aanzien van politici drastisch geschaad en ik denk dat wij daarvan nog steeds aan het herstellen zijn. Wat Kennedy, Johnson, Nixon en Kissinger bij elkaar hebben gelogen over de Vietnamoorlog, daarbij vergeleken is Trump maar een opzichtige kruimelaar – weinigen schijnen dat te beseffen. In de Netflix-serie hoor je voortdurend de getapte stemmen van presidenten die de ene na de andere leugen debiteren en je hart krimpt ineen. Overheidsdienaren spraken toen geregeld van ‘the right of lying’, het recht van de staat om te liegen, zodra dat nodig wordt geacht.

Over liegen zijn destijds planken vol geschreven, van Hannah Arendts Lying in Politics tot The Politics of Lying van David Wise. De legendarische journalist I.F. Stone vulde wekelijks zijn eenmansblaadje met alles wat hij aan leugens tegenkwam, en dat was nogal wat. Wantrouw altijd de overheid en de regering, was zijn devies. Ik herinner mij dat het wantrouwen jegens Washington op een gegeven moment zo was gegroeid dat uit een enquête in zes grote Amerikaanse steden bleek dat bijna 20 procent van de ondervraagden niet wilde geloven, ondanks de tv-beelden, dat een astronaut op de maan had gelopen. ‘Als het van de regering komt, zal het wel gelogen zijn’, zei men.

Zo ging het in de Verenigde Staten, maar ook Nederland had daar een klap van meegekregen. Het weekblad Vrij Nederland beleed onder leiding van Joop van Tijn ‘een laaiend wantrouwen’ en de redactie beschouwde zichzelf als ‘een pantsertrein, die door vijandig landschap reed’. Als redacteur werd je niet geacht bevriend te zijn met figuren van rechtse signatuur. Populair was toen de zogenaamde f-schaal, waarmee je zou kunnen meten of iemand een fascist was. De maatschappij mocht maakbaar zijn, niemand die daar echt naar handelde.

In Nederland speelt alles zich af op kleinere schaal. Dat Halbe Zijlstra loog over zijn bezoek aan Poetins datsja was een opschepperijtje, dat niet zozeer was bedoeld om iets voor de burger te verdoezelen. De verdoezeling door Joop den Uyl van een deel van het Lockheed-rapport, een geste om het Koningshuis overeind te houden, is in het licht van de geschiedenis een grotere faux pas. Joop wist het lang geheim te houden, maar er komt ten slotte altijd iemand met een neus voor geheimen.

Volgens Wise is het grote liegen van presidenten in 1960 begonnen, toen Eisenhower verklaarde dat nooit enig Amerikaans vliegtuig het Russisch luchtruim had geschonden. Daarop toonde Moskou levend en wel de piloot Gary Powers, alsmede de restanten van zijn spionagevliegtuig.

Trump schijnt zestien keer per dag te liegen, maar de ene leugen is de andere niet. Er moet een Leugenschaal komen, waarmee de burger zelf het gewicht van politieke leugens kan meten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden