EssayHomohaat

Vertel kind over ‘homo’ vóór het een scheldwoord is

Als we homohaat serieus willen bestrijden, moeten we daar al vroeg, dus op de basisschool mee beginnen, betoogt Janneke ­Schotveld, auteur van onder meer ­Superjuffie! en De kikkerbilletjes van de koning. En dan moeten die scholen én educatieve uitgevers niet doen alsof homoseksualiteit niet bestaat.

Beeld Getty Images

We zijn er nog niet, dat bleek deze week maar weer. D66-leider Rob Jetten deed zondag een ontluisterend boekje open over wat hij allemaal over zich heen krijgt aan homofobe haattweets.

Ook de cijfers van belangenorganisatie COC liegen er niet om, en de roep om verbaal en fysiek homo­geweld te stoppen klinkt dan ook luid. Minister Ferd Grapperhaus ­(Justitie en Veiligheid) beloofde na een brandbrief van het COC in 2017 al beterschap. Die beterschap bestaat vooral uit het harder aanpakken van de geweldplegers. Misschien had de brief beter naar de minister van ­Onderwijs gestuurd kunnen worden, want er is meer nodig. In de discussie van de afgelopen dagen mis ik iets, namelijk beginnen bij het begin: de basisschool.

We leven in een tolerant land, tenminste, dat zeggen we zo graag. Maar als ontpoppende puber is het ook hier een hele klus om te zeggen dat je homoseksueel bent. Zelfs als je in een veilige, ruimdenkende omgeving opgroeit. Laat staan als je zowel thuis als op school te horen krijgt dat het niet mag, dat het slecht is en dat het niet normaal is wat jij voelt. Of dat je thuis en op school juist helemaal nooit iets hoort over hoe jij in elkaar zit en daarom niet snapt wat er met je aan de hand is.

‘Jullie hebben geen idee hoe hetero de wereld is’, beet onze dochter ons een keer toe toen wij ons tevreden op onze progressieve, ruimdenkende schouders sloegen omdat we zo open zijn en hoe fijn dat is voor haar, als ­lesbisch meisje.

Heel laat

Dat zelfs in ons – relatief – tolerante land de wereld zo hetero is dat sommige kinderen niet of pas heel laat in aanraking komen met seksuele diversiteit, komt onder andere door een paar grote educatieve uitgevers. In de lesmethodes van deze uitgevers, die op veel basisscholen worden gebruikt, bestaat homoseksualiteit – net als andere ‘gevoelige’ onderwerpen, zoals kermis, draken en tovenarij – eenvoudigweg niet. Zo komen ze ­tegemoet aan de verhoudingsgewijs kleine, maar toch schrikbarend machtige groep van conservatief-­religieuze (basis)scholen.

Ik ken deze scholen wel, want ik kom er wel eens op bezoek. Meestal ben ik dan cadeau gedaan door de ­regionale bibliotheek of ben ik onderdeel van het cultuurmenu, en hebben ze niet van tevoren gekeken wie er komt. Dan sta ik ineens op de stoep met mijn stapeltje boeken vol homo’s en heksen en dat zorgt dan voor zeer ongemakkelijke situaties.

In 2012 is respect voor seksuele ­diversiteit toegevoegd aan kerndoel 38 van het basisonderwijs. ‘De leerlingen leren hoofdzaken over geestelijke stromingen die in de Nederlandse ­samenleving een belangrijke rol spelen, en ze leren respectvol om te gaan met seksualiteit en met diversiteit binnen de samenleving, waaronder seksuele diversiteit.’

Wonderlijk eigenlijk dat leren over geestelijke stromingen in één adem genoemd wordt met respect voor seksuele diversiteit. De religieuze inslag van sommige scholen is er juist de oorzaak van dat seksuele diversiteit op hun school niet bestaat, of ronduit wordt afgewezen. Onder het mom van de vrijheid van onderwijs mogen scholen namelijk zelf invulling geven aan seksuele diversiteit als kerndoel, en uit onderzoek blijkt dat een groot deel dat minimaal of helemaal niet doet. Volgens een inspectierapport uit 2016 wordt op bijna geen enkele basisschool – dus óók niet op de openbare scholen – een visie op seksuele diversiteit uitgedragen, geïmplementeerd en geëvalueerd.

Dit is een gemiste kans.

Als je bij het begin begint, leg je een stevige, vanzelfsprekende basis. Als je het onderwerp pas aan het eind van de basisschool of zelfs pas in de puberjaren bespreekbaar probeert te maken, ben je te laat. Tegen die tijd is ‘homo’ allang een vanzelfsprekend scheldwoord geworden.

Het is allemaal niet zo ingewikkeld: Rutgers en curriculumontwikkelaar SLO hébben al vele kant-en-klare ­lespakketten, leerplanvoorstellen en voorbeeldmaterialen voor alle groepen van de basisschool, waarin diversiteit als normaal gegeven aan bod komt in iedere groep. Deze materialen zijn actueel en bieden ook ruimschoots aandacht aan leerkrachten die werken met kinderen uit milieus waar seksuele diversiteit geen gangbaar gespreksonderwerp is.

Verliefde boer

Daarnaast is er nog een heel makkelijke manier om, zonder dit specifiek te noemen, kinderen kennis te laten maken met verschillende gezins­vormen: boeken! Lees op school voor over twee koningen, over een boer die verliefd is op de dierenarts, of over een jongetje dat bang is in het donker en bij zijn moeders in bed kruipt. Verhalen waarin homoseksualiteit als vanzelfsprekend aangenomen wordt. ‘Terloopse homo’s’ noemen wij dat thuis.

De basisschool is een van de eerste plekken waar kinderen zich bewust worden van de verschillen tussen mensen. Het is van groot belang dat kinderen al op jonge leeftijd meekrijgen dat seksuele diversiteit in onze samenleving wordt geaccepteerd. Ook – juist – als ze thuis en op straat iets ­anders horen.

Verplicht daarom alle educatieve uitgevers om diversiteit zichtbaar te maken in hun lesmethodes. Geef daarnaast aandacht voor seksuele ­diversiteit op de basisschool een ­verplicht en structureel karakter, ­implementeer het in alle groepen van het basisonderwijs en controleer het effect. Op álle Nederlandse basis­scholen. Vanaf groep 1.

Zo zorgen we ervoor dat meer ­kinderen opgroeien tot volwassenen die niet op het idee komen om een homoseksuele medeburger uit te schelden of erger. Bovendien zullen homoseksuele meisjes en jongens – gemiddeld een à twee per klas – zich gezien voelen en weten dat ze weliswaar in de minderheid, maar des­ondanks volkomen normaal zijn. 

Janneke ­Schotveld is auteur van o.a. ­Superjuffie! en De kikkerbilletjes van de koning.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden