ColumnRinske van de Goor

Versnipperde spoedzorg: bij de meneer met de pijnlijke enkel word ik bevangen door systeemschaamte

Rinske van de Goor column huisarts Beeld -
Rinske van de Goor column huisartsBeeld -

Hij heeft eerst ruim een half uur bij de spoed­eisende hulp zitten wachten, maar toen ze daar begrepen dat hij zijn enkel had verzwikt, hebben ze hem zonder te kijken doorverwezen naar de huisartsenpost. Bij ons op de huisartsenpost moest hij zich opnieuw inschrijven (‘Maar ik heb net alles doorgegeven bij de spoedeisende hulp!?’) en vervolgens heeft hij – opnieuw – ruim een half uur in een wachtkamer zitten wachten.

Als ik hem naar binnen roep, strompelt hij dan ook chagrijnig mee, want inmiddels is hij anderhalf uur verder en er heeft nog niemand naar zijn enkel gekeken.

Dat doe ik wel en ik concludeer dat hij waarschijnlijk zijn enkelbanden verrekt heeft, maar de kans op een enkelbreuk toch zo groot is, dat het verstandig is een foto te maken. Dat betekent dat ik hem doorverwijs naar de spoedeisende hulp.

Nu ontploft hij: daar komt hij net vandaan! ‘Moet ik daar dan weer wachten?’, vraagt hij. Hij vindt het een schande, zo van het kastje naar de muur gestuurd te worden! Ik word bevangen door systeemschaamte en geef hem gelijk – dit zou niet zo moeten gaan.

Het is toch ook absurd: hij is van de spoedeisende hulp naar de huisartsenpost gestuurd en dan stuur ik hem vandaar weer terug naar de spoedeisende hulp.

Maar de afspraak met de eerstehulppost is nou eenmaal dat mensen in principe eerst op de huisartsenspoedpost worden gezien, want wij zijn als huisarts de expert in spoeddiagnostiek zonder (dure) hulpmiddelen als hartfilmpjes en röntgenfoto’s. Zo voorkomen we onnodige diagnostiek en houden we de zorg betaalbaar. Indien nodig verwijzen we door naar de spoedeisende hulp.

Maar soms, zoals nu bij deze meneer, is het resultaat beschamend.

Spoedzorg is versnipperd georganiseerd. Er zijn de huisartsenpost, de spoedeisende hulppost, de crisisdienst, spoed thuiszorg, ambulancezorg en spoed-ziekenhuiszorg. Stel – het is weekend. Bij wie moet je zijn met je gekneusde enkel? Als je licht dementerende vader ineens totaal in de war is? Bij een verstopte katheter? Als je vriend suïcidaal is? Als je koorts krijgt na een operatie? Wie moet je bellen? Waar kan je terecht?

Idealiter zouden we met alle spoedpartijen samen de zorg verdelen. Helaas zit het zorgsysteem zo in elkaar, dat dat niet eenvoudig gaat. Alle spoedzorgpartijen worden anders gefinancierd en georganiseerd, wat het ingewikkeld maakt de zorg samen te organiseren. De vergoeding voor patiënten is ook verschillend.

Maar er vinden nu wel allerlei gesprekken plaats tussen de spoedzorgpartijen. Dus hopelijk, als in de toekomst die meneer onverhoopt nog eens ’s avonds zijn ­enkel verzwikt, gaat het zo: er is 1 telefoonnummer voor spoedzorg – dat belt hij, daar wordt bepaald wie hem ziet, en degene die hem ziet, kan direct een foto aanvragen als dat moet. Als er dan een breuk blijkt te zijn, kan hij meteen door naar de gipskamer. Want spoed is spoed, en dan is het niet goed als je niet weet waar je heen moet.

Rinske van de Goor is huisarts

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden