Column Tour de France

Verslaggever Rob Gollin rijdt de 21 wellustige bochten van de Alpe d’Huez op

Wielerverslaggever Rob Gollin beziet in zijn Tourcolumn Alpe d’Huez vanaf zijn fiets en vanuit de auto.

Het voelde als een nogal verplicht nummer, zes jaar geleden. Het is ook een platgefietst en platgeschreven klim, de 13,8 kilometer naar Alpe d’Huez. Maar, zo heet het in kringen van wielerliefhebbers, je moet ’m een keer gedaan hebben.

Het valt alleszins mee. Het is er zowaar rustig. De middag loopt op late benen. Het licht is wat diffuser aan het worden. Over de bergketen aan de overkant van de vallei vlijt zich al de doorschijnende voile van een uitdovende zomerdag.

De weg slingert zich in 21 wellustige bochten omhoog. Breed, soepel lopend asfalt. In de haarspeld is altijd wel een vlak stukje te vinden om de spanning van de spieren te halen. Altijd is er zicht op het dal beneden. Het helpt als je ziet wat je fietsend wint. Hé, zit ik al zo hoog?

Nu is het de late ochtend van 19 juli 2018 en de tweede keer dat ik de berg op rij. De zwier is ver te zoeken. De bochten zijn volgelopen met rijen witte campers en veelkleurige mensenmassa’s in alle denkbare uitdossingen. Een vlag om de schouders. Superman. Een indiaan. Een wortel. Ze duiken op petjes die uit de karavaan worden geworpen. Het is kruipen, laveren, remmen, stoppen.

Het is vooral oppassen. Rijp en groen fietst naar boven, rijendik. Kinderen op moutainbikejes in het geel. Uitdijend, heuvelend lycra op vederlichte frames van carbon. Wie het moeilijk heeft, eist al zwalpend doortocht over de volle breedte van het asfalt. Daar moet je omheen. Er dalen zowaar auto’s af. Wie komt op het idee op zo’n dag godbetert naar beneden te gaan?

Die zomermiddag, zes jaar terug, win ik gestaag hoogte. Ik pik aan bij enkele passerende fietsers, moet ze laten gaan en laat anderen achter. Ik tel af. Van 19 naar 18. Daar is bocht 7, de Gianni Bugno-bocht, waar de Nederlanders zich tijdens de Tour de France verzamelen. Er staat niemand.

Daar is bocht 7, op 19 juli. Koepeltenten staan in het gelid. De barbecue walmt al. Treetjes bier worden vanuit de omtrek aangevoerd. Housemuziek pompt. Gendarmes kijken met strenge blik toe. Verderop steekt een man met ontbloot bovenlijf, dat lilt van de extra ponden en glimt van het vroege zweet, plotseling over. Hij zwaait eerst woest met een vlag en maant me dan met bezwerende handgebaren dat ik het maar even rustig aan moet doen. Alles komt tot stilstand. De berg is deze dag van hem.

Na 13 kilometer brengt het tunneltje, ijkpunt in de wirwar van asfalt in het wintersportoord, de rust en de ruimte. Boven! Voor de laatste keer in de remmen. Opgelucht trek ik de sleutel uit het contact en stap uit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.