Verraad Anne Frank blijft plausibel

De theorie van de Anne Frank Stichting over de inval in het Achterhuis ontbeert bronnen en bewijs, aldus David Barnouw.

Beeld epa

Het valt te prijzen dat de Anne Frank Stichting echt onderzoek doet naar de geschiedenis van Anne Frank. Het is ook prijzenswaardig dat de Stichting niet met de zoveelste verdachte van het verraad komt, maar juist 'uit de box' wil denken. Dat leidt ertoe dat zij stellen dat er wel een gerichte inval is geweest, niet op het oppakken van Joden, maar in verband met met economische delicten. Het is waar dat de getuigenverklaringen over de inval op 4 augustus 1944 elkaar tegenspreken, maar dat is geen opmerkelijk fenomeen. Je moet juist oppassen als iedereen hetzelfde zegt.

Het rapport van de Stichting noemt de arrestatie in maart 1944 van twee 'bonnenhandelaren', Brouwer en Daatzelaar, die werken voor het bedrijf Gies & Co, dat ook op Prinsengracht 263 gevestigd is. Anne Frank schrijft er in haar dagboek over, maar noemt ze B. en D. De arrestaties hielden verband met een omvangrijke distributie-, slacht- en bonnenfraude, maar de twee werden al na een paar weken vrijgelaten. Brouwer kreeg een boete en een kleine gevangenisstraf, terwijl Daatzelaar vrijuit ging. Maar de zaak ging verder. En daarom zou er op 4 augustus een inval zijn gedaan. In het rapport van de Stichting staat op pagina 27:

'Hoewel er geen bewijzen voor een oorzakelijk verband zijn, is het op zijn minst opmerkelijk dat de bij de inval aanwezige Gringhuis op dat moment deel uitmaakte van de afdeling die de supervisie over de inbewaringstelling van Annes "bonnenmannen" had.'

Maar een pagina verder staat: 'Er zijn geen bronnen die direct aantonen dat de inval in het pand gericht was op economische delicten zoals clandestiene handel in bonnen of andere goederen, dan wel het ontduiken van tewerkstelling.'

Er zijn dus geen bewijzen en bronnen voor de these van de Anne Frank Stichting, dat maakt hun aanname toch wel erg wankel.

Waarom is er altijd aan verraad gedacht? Dat komt omdat Anne Frank regelmatig schrijft dat ze bang zijn verraden te worden én er in Nederland vele duizenden malen sprake is geweest van verraad.

De enige overlevende, Otto Frank, was ervan overtuigd dat er verraad was gepleegd en zijn helpers ook. Geen van hen heeft na de oorlog verteld dat zij door Silberbauer, Gringhuis of Grootendorst ondervraagd zijn over eventuele economische delicten. Dat één van de helpers kratten en balen moest openmaken, hoeft niets met bonnen of fraude te maken hebben gehad. Er werd vaak van uitgegaan dat 'die rijke Joden' hun sieraden verstopt zouden hebben.

De keuken van de onderduikers in het Achterhuis. Beeld Hollandse Hoogte

Er werd, en wordt, veel aandacht besteed aan een telefoontje dat bij de SD binnenkwam en dat er toe geleid zou hebben dat een arrestatieploeg naar de Prinsengracht ging. Het is niet alleen de vraag wie het telefoontje pleegde, maar ook vanwaar dit gebeurde. Halverwege 1944 was met name het particuliere telefoonverkeer afgesloten. De telefoon speelt ook een rol tijdens de arrestatie, want er moet een grotere auto komen omdat er niet op zoveel ondergedoken Joden is gerekend. Een van de rechercheurs moest dus ergens een telefoon zien te vinden; een van de redenen waarom de arrestatie zo lang duurde.

Uit de tot nu toe aanwezige kennis kan niet anders worden geconcludeerd, dan dat de invallende ploeg op de hoogte was van de in het Achterhuis ondergedoken Joden, maar niet wist om hoeveel mensen het ging. Dat duidt op verraad, maar niet door iemand die het aantal onderduikers kende. Zonder iemand aan te kunnen wijzen, blijft de these overeind dat één van de omwonenden iets gezien heeft en dat heeft doorverteld, tot het bij de Duitsers kwam.

Achter deze draaikast zit de toegang tot het Achterhuis. Beeld Hollandse Hoogte

Het onderzoek naar wat er echt gebeurd is op 4 augustus en wat hiervoor de aanleiding was, is helaas ernstig bemoeilijkt door Otto Frank. Door Frank en zijn rechterhand Johannes Kleiman zijn na de oorlog de arresterende rechercheurs Gringhuis en Grootendorst geïdentificeerd. Deze twee hadden verteld dat zij onder bevel stonden van de Oostenrijkse Oberscharführer Silberbauer.

Otto Frank had daarna zijn onderduikhelpers op het hart gedrukt dat ze die naam moesten vergeten en de naam Silberthaler moesten gebruiken. Er woonden veel Silberbauers in Oostenrijk, was zijn argument, en dan zou wellicht de verkeerde de schuld krijgen. Dat lijkt een onzinnig argument, want hoeveel Oberscharführers met de naam Silberbauer zouden er bij de Amsterdamse SD hebben gewerkt? Pas in 1963 werd de echte Silberbauer 'ontdekt', maar toen was het te laat om iets zinnigs van hem te horen. Het is jammer dat de Anne Frank Stichting dit helemaal weglaat.

David Barnouw is mede-auteur van Wie verraadde Anne Frank?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden