Vernieuwing moet komen vanuit bestaande elite

De elite moet zichzelf vernieuwen en zich weerbaarder opstellen tegen ondermijnende tendensen.

Het doek 'De Herenclub'. Op het doek een gezelschap van 16 vooraanstaande heren uit de wereld van kunst, wetenschap, literatuur en politiek. Op de eerste rij o.a. Marcel van Dam, Harry Mulisch, Hans van Mierlo.Beeld anp

'Hebben wij in een geëmancipeerde samenleving nog wel elites nodig?' Die vraag stelt een studie (uit 1978!) van het Nederlands Gesprek Centrum. En in onze dagen horen we het geroep opnieuw. Het richt zich tegen de 'liberaal-democratische, politiek correcte elite/intelligentsia'. Die is vóór de democratische rechtsstaat met een echt parlement en onafhankelijke rechters, met een vrije pers, actieve Europese samenwerking, en bescherming van vluchtelingen. De elite luistert niet naar het volk. Dat riep de generatie al die de omwenteling van de jaren '60 en '70 bewerkstelligde (waartoe ik, jaargang 1935, behoorde). We zouden het wel eens anders gaan doen. We waren creatief, opbouwend, wereldverbeterend. De elite van toen begreep er, volgens ons, niet veel van.

En er veranderde veel. Een opener samenleving, grotere mogelijkheden van communicatie, inspraak en controle op de macht, de Europese Gemeenschap, later de EU (nooit meer oorlog in Europa!), Europese mensenrechten in een verdrag, rechters in Straatsburg om daarop toe te zien. De Koude Oorlog eindigde, Oost-Europe-se landen traden toe. De elite had de wereld verbeterd, het zou steeds beter gaan, zo dachten we in onze onschuld.

Ik voel nu weer een ontevreden grondstroom, net als toen. Nu is die liberaal-democratische elite - wij, van de twee generaties na de oorlog - zelf het mikpunt. 'Het volk', wordt ons verzekerd, wil dat die mooie dingen er aan gaan: uit Europa moeten we, ons nep-parlement en onze nep-rechters moeten worden vervangen, grenzen moeten dicht, arme landen zoeken het zelf maar uit, eigen volk moet eerst, iedereen moet kunnen zeggen en twitteren wat-ie wil. In Polen en Hongarije laten ze het ons al zien. Het is dus niet een creatieve opstand tegen de elite, het lijkt meer een negatieve, angstige rebellie die terug wil naar een 'toen' dat nooit bestaan heeft. En wij maar denken dat we wezenlijke waarden gegrondvest hadden.

Ik geneer me niet te zeggen dat wat er sinds 1945 is opgebouwd een grote sprong voorwaarts vormt in de menselijke beschaving. Nog nooit heeft de mensheid het zo goed gehad, zowel sociaal-economisch als qua vrijheid en openheid. We zijn er nog lang niet, er trekken nog te veel mensen aan het kortste eind, er is te veel geweld in burgeroorlogen en door terroristisch geweld, er is nog veel onvrijheid.

Het is ook duidelijk dat een aantal verworvenheden negatieve neveneffecten heeft gehad: de globalisering van de economie, de open grenzen, migranten uit andere culturen die moeite hebben met ons waardensysteem . Maar het is niet zinvol de bestaande elite daar scherp op aan te vallen zonder zelf nieuwe waarden aan te dragen. Daarmee wordt het dragend ethos van onze samenleving ondergraven, zonder uitzicht op iets beters. Er zal zich een nieuwe elite moeten ontwikkelen, die poogt een creatief antwoord te vinden op de negatieve effecten van ons waardensysteem.

Erik JurgensBeeld anp

Want elites, minderheden die het beste pogen te vertegenwoordigen in een samenleving, zijn onmisbaar. Elites in politiek, cultuur, wetenschap en techniek, bedrijfsleven. Zij worden gevormd doordat de besten op elk gebied de toon aangeven. Ons hele systeem van opvoeding en onderwijs is er op gericht die elites te vormen. De elites waartegen we na 1945 rebelleerden zaten vast in het zadel: kerken, en daarbij behorende 'zuilen', vakbonden, partijen, maatschappelijke instellingen. Dat had voordelen voor de saamhorigheid. Die elites bestreden we van binnen uit, maar de instituties bleven de saamhorigheid bieden. Deze zijn inmiddels echter zwak geworden. De vergaande emancipatie van de mensen, hun vaardigheid voor zichzelf op te komen is een goede zaak. Maar velen onderschatten de noodzaak om elites te blijven vormen, en hen vertrouwen te schenken.

Want alleen zo kan in onderling overleg gezocht worden naar creatieve oplossingen van maatschappelijke problemen en kan democratisch onderbouwde macht worden geschapen, om die oplossingen uit te voeren.

In deze tijden lijken de jaren '60 en '70 zich qua veranderingsgezindheid te herhalen. Ik heb grote zorgen. Niet zozeer dat nieuwe, anders samengestelde, elites zich aandienen, maar dat ze dat juist niet doen.

Destijds konden bijvoorbeeld CDA, PvdA en VVD, met behulp van nieuwe formaties als D66 en GroenLinks zichzelf hervormen en zo een nieuwe, naoorlogse elite vormen, samen met andere vernieuwers. Met alleen, zoals nu, bars 'nee' roepen tegen de elite wordt deze niet vernieuwd, maar afgebroken. En door onze democratische rechtsstaat te ondermijnen, die de vorming van een nieuwe elan een bedding kan geven, is die kans helemaal verkeken.

De vernieuwing moet dus komen vanuit de bestaande elite. Die moet zich weerbaarder opstellen tegen ondermijnende tendensen, zij moet de rechtsstaat verdedigen, onderling samenwerken, idealen uitdragen, oplossingen vinden. Makkers, tot den strijd ons geschaard!

Erik Jurgens is oud-lid van de Tweede en Eerste Kamer en emeritus-hoogleraar staatsrecht

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden