ColumnHarriet Duurvoort

Vernederd tijdens de bevrijding van Nederland. Had de zwarte soldaat hiervoor zijn leven op het spel gezet?

Prince, de Koude Oorlog, Mandela; de jaren tachtig, mijn puberjaren: ze lijken voor mij net gisteren. Voor mijn moeder gold datzelfde in de jaren tachtig voor de oorlogsjaren, waarin zij puberde. De Volkskrant maakte een prachtige reportagereeks over bevrijdingsverhalen.

Ik hang altijd aan haar lippen als mijn moeder over de oorlog vertelt. Hoe reuze spannend ze als naïeve 12-jarige die stralende allereerste oorlogsdag vond. Ze had het trappetje uit het tuinhuis van hun Haagse benedenhuis gehaald zodat ze het best kon kijken naar die vliegtuigen met dat merkwaardige spinachtige teken, dat vanaf een dag later zoveel huiver zou opwekken. Ze vlogen zo laag dat je de gespannen blik van de piloten bijna kon zien. ‘Leuk hè, dat het oorlog is! Reken maar dat we nu niet naar school hoeven!’, riep ze uitgelaten naar haar buurjongen, die ook met grote ogen naar de hemel tuurde. Het kwam haar op de enige oorvijg te staan die ze van Moeder ooit kreeg.

Of het verhaal van het persoonsbewijs dat iedereen vanaf 1942 moest hebben, de maatregel van de Duitse bezetter om de grootste volkerenmoord uit de geschiedenis te kunnen plegen. Dat was voor haar als geadopteerd kind een confronterend document, omdat de naam van haar biologische moeder erin stond. Die naam was Nederlands, zodat ze concludeerde dat degene die verantwoordelijk was voor haar donkere huid en haar kroeshaar haar biologische vader – ‘onbekend’ in het document – moest zijn.

Mijn moeder is in 1928 als zuigeling geadopteerd door mijn grootouders, een gereformeerd echtpaar uit Scheveningen. Vanaf haar prilste herinnering was ze een bezienswaardigheid. Een kind voortgevloeid uit een onwaarschijnlijke romance: een jonge Friese vrouw, met haar straatarme boerenfamilie op zoek naar een beter leven net naar Den Haag verhuisd, stortte zich in het zinderende jazzleven van de roaring twenties en raakte zwanger van een Afro-Amerikaanse jazzmuzikant. Ik heb hoogstwaarschijnlijk de kleine annonce uit de Haagse Courant gevonden waar mijn grootouders op hebben gereageerd. Waarin een ‘jonge moeder wegens ‘besch. omst.’ ‘haar kind geheel wenst op te geven’.

Zo bont gekleurd en gemengd als het Amsterdam waar ze gelukkig in goede gezondheid een actieve 91-jarige mag zijn, zo wit was het Den Haag van de jaren dertig waarin ze opgroeide. Het zou heel lang duren voordat ze ooit in levenden lijve een ander zwart mens zou zien. Dat gebeurde pas bij de bevrijding.

De kerk had geregeld dat gereformeerde kinderen uit het hongerende westen naar Friesland konden om te worden opgenomen in boerenfamilies die nog wel iets te eten hadden. Zij, inmiddels 17, kwam in januari 1945 in Munnekezijl terecht.

De bevrijding voelde onwerkelijk. Van het ene op het andere moment waren de dorpsstraten volgelopen met jeeps en zag je overal Engelssprekende soldaten. Canadese tanks waren het dorp binnengereden.

Iedereen had gejuicht en de soldaten om sigaretten en chocolade gevraagd. De soldaten hadden bivak gemaakt in een grote schuur, dicht bij de school, in het nabijgelegen Groningse Grijpskerk. De weinige leerlingen die de middelbare school telde, waren op elk vrij ogenblik te vinden in de nabijheid van de goedgeefse Canadezen.

En toen zij voor het eerst ging, zag ze hem. Hij stond op wacht en keek strak voor zich uit. Een zwarte soldaat. Hij was nauwelijks ouder dan zij. Ze keken elkaar een verstild, verbijsterd moment aan.

Nog voor ze van haar schrik bekomen was, werd ze omringd door de toegestroomde dorpsjeugd, die haar naar hem toe duwden. Ze probeerde weg te komen, maar ze rukten schaterlachend aan haar armen: ‘Vraag hem dan om chocola! Hij heeft vast teveel chocola gegeten en is daarom zo bruin! Nog bruiner dan jij!’

Hij verstond hen niet, hoopte ze. Kende de scheldwoorden die zij haar leven al zo vaak gehoord had niet. Hoewel het niet moeilijk te raden was. Poepnikker.

Ze rukte zich los, pakte haar fiets en reed hard weg. Ze voelde zich misselijk. Zijn blik. Zo vol ingehouden woede. Hij had strak voor zich uit gekeken, maar uit zijn ogen sprak vernedering. Pijn. Ze wist precies wat hij voelde. Het was afschuwelijk. Een kleur, een cultuur te hebben waar iedereen op neerkeek. Had hij hiervoor zijn leven op het spel gezet?

Het gevoel van euforie tijdens de bevrijding bleef uit. Schrijf het maar op, zegt ze nu. ‘Ik hoop dat hij ooit beseft heeft dat ook hij een held was.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden