ColumnMax Pam

Vermakelijke avonturen van Russische schurken

Max Pam

Dictators bezitten het voorrecht dat zij mogen doorslapen. Toen de invasie in Normandië begon, dorst niemand in zijn omgeving Hitler wakker te maken. Vanuit Duits oogpunt misschien wel zo gunstig, want der Führer was geen groot veldheer. Stalin overkwam iets soortgelijks, met gevolgen die vooral voor hemzelf catastrofaal waren. Op zijn kamer werd hij niet lekker, maar omdat hij niet gestoord mocht worden, bleef hij liggen in zijn eigen pis. Toen hij werd gevonden, was het al te laat. Vanuit het oogpunt van de wereld was dat misschien wel zo gunstig.

Die laatste gebeurtenis is te zien in de film The Death of Stalin, een zwarte komedie van regisseur Armando Iannucci. Ik heb me wel vermaakt met de avon­turen van al die Russische schurken. Naast Stalin (Rupert Friend) waren er levensechte rollen voor Beria (Simon Russell Beale), ­Molotov (Michael Palin) en Chroesjtsjov (Steve Buscemi), maar het meest heb ik genoten van Jason Isaacs als generaal Zjoekov.

Dat is pas blasfemie!

De oorlogsheld Zjoekov heeft de nazi’s verslagen in een alles vernietigende veldtocht, die begon voor de poorten van Stalingrad en eindigde bij Hitlers bunker in Berlijn. In de film wordt Zjoekov neergezet als een rouwdouwer met een groot litteken in het gezicht, die Beria laat arresteren en executeren. Zjoekov was een overlever van de bovenste plank. Hij overleefde de zuiveringen van Stalin en de excommunicatie later door Zjoekov. Uitgerekend deze held is in de film een ordinaire patjepeeër, de kerel die platte moppen tapt en zijn tegenstanders in de ballen grijpt. Mij zou het niet verbazen als de Russische autoriteiten van nu de film hebben verboden vooral vanwege de ontluisterende rol die Zjoekov is toebedeeld.

Volgens deze krant is Iannucci aan de film begonnen toen hij de striproman La mort de Staline van Thierry Robin kreeg opgestuurd. Dat boek ken ik niet, al zien de ­tekeningen op internet er veel­belovend uit. Maar mijn vader, die kennelijk gefascineerd was door Stalin, heeft mij wel een aantal boeken over de ‘de rode tsaar’ nagelaten. Een van de vreemdste uitgaven die ik terugvond, heet in de Nederlandse vertaling: Als Stalin sterft… Het is een roman van Curt Riess, een schrijver van wie ik nog nooit had gehoord.

Riess (1902-1993) blijkt een Duitse Jood te zijn, die via Parijs in New York terecht is gekomen. Na de Tweede Wereldoorlog keert hij terug naar het oude ­continent en verslaat hij voor verschillende bladen de Nürnberger processen. Hij heeft al biografie over Goebbels geschreven als hij in 1950 Stalin starb um vier Uhr morgens publiceert. Drie jaar dus vóórdat Stalin werkelijk stierf.

Met steeds meer bewondering begon ik te lezen. Het is knap hoe dicht Riess bij de latere werkelijkheid is gekomen. Bij Riess overlijdt Stalin aan de gevolgen van angina pectoris en niet door een hersenbloeding, maar ook Riess laat Stalin weer ontwaken om zijn potentiële opvolgers, die rond het bed staan, nog één keer de stuipen op het lijf te jagen. Verder is Beria ook bij Riess de grote schurk. ‘Hij is mijn eigen Himmler’, schijnt Stalin een keer gezegd te hebben. Uiteraard krijgt Beria zijn vet, niet door middel van executie, maar door een gesaboteerd vliegtuig dat neerstort in de sneeuw.

Riess suggereert voortdurend dat de Joegoslavische leider Tito achter Stalins dood heeft gezeten. Tussen Stalin en Tito boterde het niet en toen Stalin de opdracht gaf Tito te vermoorden, heeft de laatste gedacht: ‘Wat hij kan, kan ik ook’. Het is een theorie die onder historici lang populair is gebleven. Gelukkig laat

Iannucci de meeste complottheorieën links liggen, en dat maakt de film wel zo sterk.

Overigens treedt op de eerste pagina van het boek ene Lavrov op, perschef van het ministerie van Buitenlandse Zaken en tevens neef van Stalin. Een onguur heerschap zonder voornaam. Is dat toeval, of zou deze Lavrov in enige verwantschap staan met Sergej Lavrov, de huidige minister van Buitenlandse Zaken? Die man vind ik ook tamelijk eng. Verder is het opmerkelijk dat Vasili Dzjoegasjvili, Stalins zoon uit diens tweede huwelijk, zowel in het boek als in de film wordt geportretteerd als een over het paard getilde dronkelap.

Een satirische film over Stalin – 65 jaar na diens dood – dat is natuurlijk grappig, zeker wanneer zo’n film in Rusland toch weer wordt verboden. Maar drie jaar voor Stalins dood zo’n boek schrijven, dat vergt moed. Je moest weliswaar de status van Trotski bezitten om als een vijand van het volk in het buitenland geliquideerd te worden, maar in de Koude Oorlog wist je het maar nooit.

Jammer dat Riess de film niet heeft kunnen zien. Hij was ook filmcriticus.

Aanvullingen en verbeteringen
In een eerdere versie van deze column stond  ‘Chroesjtsjov is in de film een ordinaire patjepeeër die tegenstanders in de ballen grijpt’. Bedoeld werd niet Chroesjtjov, maar generaal Zjoekov.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden