null

Essay

Verlos ons van de drang naar meer en beter met nieuwe rituelen

Beeld Rhonald Blommestijn

Om de klimaatverandering een halt toe te roepen, zullen we afscheid moeten nemen van onze fixatie op economische groei. Streven naar meer en beter kunnen we afleren door te vertragen en dagelijks even stil te zitten, tijdens de schemering bijvoorbeeld, bepleit theatermaker Marjolijn van Heemstra.

Marjolijn van Heemstra

Kijken hoe de schemering invalt kan in deze tijd een daad van verzet zijn. Tegen het absurde idee dat elke seconde nuttig moet worden besteed, tegen denken in zwart-wit en tegen de groeiverslaving die onze levens beheerst. Een klein uur niets produceren of consumeren, geen hartjes of reacties delen. Simpelweg zitten en zien hoe de duisternis opkomt, hoe grenzen vervagen, de dag verwatert.

Schemeren wordt het ook wel genoemd. Een term die stamt uit een tijd dat mensen het licht liefst zo lang mogelijk uitlieten en aan het begin van de avond - soms bij de gloed van een schemerlamp - het donker afwachtten. Het was een manier om energie te besparen maar ook, vooral, een gezamenlijke afsluiting van de dag. Een piepklein overgangsritueel waarin werk werd losgelaten en rust begon.

Nachtwandeling

Dat de schemer behalve een toestand ook een activiteit kan zijn, weet ik pas sinds een 80-jarige mij er deze zomer over vertelde. De vrouw liep mee met een van de nachtwandelingen die ik regelmatig organiseer. Aanvankelijk maakte ik me zorgen over haar deelname - ze zag er wat kwetsbaar uit en de wandelingen vinden plaats in een donker bos vol losliggende takken - maar deze tachtiger bewoog zich soepel als een tuinslang over de paden. ‘Ik ben wel wat duisternis gewend’, liet ze na afloop weten, ‘ik heb een leven lang geschemerd’.

Als antwoord op mijn verbaasde blik legde ze me uit hoe dat ging. Op de boerderij waar ze opgroeide, ging ze bij het vallen van de avond met haar ouders en drie zussen voor het raam zitten om te kijken hoe de nacht het overnam. Het was heel gezellig, benadrukte ze. ‘Ik keek er elke dag naar uit.’

Ik zag het voor me, zes mensen van groot naar klein, verenigd in een kalm ritueel, terwijl hun planeet van haar reusachtige zon wegdraaide. Het leek me te romantisch om waar te zijn.

Thuis zocht ik het op. Officiële onderzoeken naar dit schemeren heb ik (nog) niet kunnen vinden maar na wat on- en offline rondvragen blijkt dat het in de vorige eeuw inderdaad een bekende bezigheid was, die geleidelijk door de komst van elektrisch licht verloren ging. Wie gaat er nu nog zitten wachten tot de kleur uit de dag trekt? Verspilde uren. En daarbij: waarom zou je achteroverleunen in een tijd van massa-uitsterving, zeespiegelstijging en een voortetterende pandemie? We hebben geen tijd te verliezen!

Maar na twee dagen schemeren was ik al om. Ik pleit voor een comeback van het zitten en wachten. Om te beginnen omdat het niets oplevert. Althans, geen geld, geen volgers of spiermassa. Dat alles wat we doen iets moet opleveren, is precies de mentaliteit waar we van af moeten.

Mythe van de groei

Het is nogal bizar hoezeer wij ons als samenleving vastklampen aan de mythe van eeuwige economische groei. Zelfs tijdens de klimaattop in Glasgow - waar wereldleiders eindelijk eens de ernst van de zaak benadrukten en toch tekort schoten in hun besluiten - werd voortdurend gesproken over de groeimogelijkheden van een duurzame economie. Ook het leefbaar houden van onze wereld moet kennelijk iets opleveren.

Wat er precies moet groeien (ons welzijn? onze gezondheid? de bankrekeningen van CEO’s?) blijft vaak onduidelijk. Toch klampen we ons verbeten vast aan het idee dat meer altijd beter is dan minder, omdat het groei betekent en groei is goed. Dat groei soms vertraging, of zelfs sterfte, vereist is geen onderdeel van onze mythe. Dat onze obsessie met ‘meer’ voor afbraak, plundering en verlies zorgt evenmin. Er werd veel besproken op die top in Glasgow, maar niet de fundamentele mentaliteitsverandering die nodig is om ons veilig de toekomst in te loodsen. Er komt een punt waarop we zullen moeten minderen. Repareren wat kapot is. Het herfstbos in de buurt verkiezen boven het strand van Bali.

Natuurlijk geldt dit niet voor iedereen, ook in ons land leven mensen met weinig, maar het overgrote deel van de Nederlanders heeft een voetafdruk die vijf keer zo groot is als die van de gemiddelde Ethiopiër. Als de klimaattop iets aan het licht bracht dan is het wel dat ons deel van de wereld een onevenredig groot aandeel heeft in de vernietiging van het wereldwijde ecosysteem.

Nu kunnen we gaan hopen dat toekomstige technologie onze levensstandaard mogelijk blijft maken, maar als we niet leren ontgroeien zullen we alsnog steeds opnieuw tegen een grens aanlopen. Uiteindelijk zijn de bronnen van de aarde eindig, daar kan geen technologie verandering in brengen. Verstandiger is het om langzaamaan onze mentaliteit eens te veranderen.

Schemeren kan daarbij helpen. Het is geen wondermiddel, maar dat zijn de meeste technologieën bij nader inzien ook nooit. Wat het wel is: een gratis en zeer toegankelijke oefening in niet-doen en niet-zijn. Een manier om jezelf los te weken van een gejaagd beeldschermbestaan en het waanbeeld dat onze werkelijkheid iets te maken heeft met een rechte lijn omhoog. Het enige wat je nodig hebt is tijd en een paar ogen.

Verbeelding

Schemeren is opzienbarend. Het is een paradoxale ervaring; het gaat zo langzaam dat er niks lijkt te gebeuren, terwijl intussen alles verandert. Wat in daglicht vastomlijnd is, verwatert in de schemering. Lijnen worden zachter, waardoor de dingen, mensen, bomen, in elkaar lijken over te lopen. Hoe langer je wacht met het licht aanknippen, hoe meer verweven alles wordt. Geen wereld van afzonderlijke zaken maar een vlekkerige schets waar de verbeelding gemakkelijk mee aan de haal gaat.

Tussen de schemeraars die ik de afgelopen maanden sprak bevond zich een vrouw die uitsluitend in de schemering haar interieur-tijdschriften leest. Omdat ze de beelden dan net niet scherp kan zien, maakte haar fantasie het af en worden de interieurs bevolkt met vreemde vormen en aanwezigheden.

In een vage schets bedenk je zelf de grenzen, is er dialoog tussen binnen- en buitenwereld. Ook de lijn tussen een lichaam en de omgeving lost op. Niet voor niets is de schemering de tijd waarin een mens volgens legenden kan samensmelten met een vleermuis, een wolf, een mistbank.

Ik werd geen weerwolf op de bank voor ons zitkamerraam, maar ik had een ervaring die ik ook vaak heb tijdens nachtwandelingen. Hoe donkerder het wordt, hoe groter de wereld lijkt te worden. Iets van deze ervaring las ik terug bij de Duitse dichter Rilke. Het vuur beperkt de wereld tot de cirkel die het verlicht, schrijft hij. Maar het duister behelst alles:/ vormen, schaduwen, wezens en mij/mensen en landen - zoals ze zijn.

In het licht besta je op de plek waar je bent, in het donker ben je niet meer beperkt tot je locatie, je drijft door een grenzeloze wereld zonder zichtbaar begin en einde.

Nachtschuw

Maar wat mij het meeste trof aan het wachten op het donker is het feit dat ik deze grote overgang normaal gesproken mis. Elke dag opnieuw gebeurt het en bijna nooit ben ik me bewust van de verandering om me heen. Hoe vaak denk ik niet: hé, nu is het plotseling donker! Zijn het de beeldschermen die mijn aandacht zo versnipperen dat ik de grootste gebeurtenis van de dag nooit meemaak? Misschien. Maar het heeft vast en zeker ook te maken met de bakken elektrisch licht die in ons land zowel binnen als buiten aanspringen zodra de zon ondergaat. De Nederlander behoort zo langzamerhand tot de meest nachtschuwe groep ter wereld, we staan in de top 5 van meest lichtvervuilde landen.

Ook de nacht heeft te lijden onder de waan van altijd groeien, altijd winst. In een 24-uurseconomie moet elke uithoek verlicht zijn, ook al is het overgrote deel van dat licht verspilling. En ook al is allang bewezen dat meer licht niet direct samenhangt met meer veiligheid en zelfs slecht blijkt voor onze gezondheid en die van talloze nachtdieren.

Volgens de Japanse schrijver Junichiro Tanizaki (1886-1965) is het de aard van ons beest. In zijn prachtige essay ‘Lof der schaduwen’ schrijft hij dat de ‘progressieve westerling’ altijd bezig is zijn lot te verbeteren. ‘Van kaars naar olielamp, van olie- naar gaslamp, van gas- naar elektrische lamp - nooit stopt zijn zoektocht naar een feller licht, hij laat niets ongemoeid om zelfs de kleinste schaduw uit te wissen.’

De westerling wil volgens Tanizaki alles zien en precies daardoor gaat er aan hem een wereld voorbij. Het maakt hem tot een vlak figuur zonder oog voor de subtiele schoonheid die een schaduwwereld met zich meebrengt.

Als Tanizaki had gezien in wat voor lichtbad wij hier inmiddels elke nacht rondspartelen, had hij ons waarschijnlijk nog verder door zijn gehaktmolen gehaald.

Lantaarnpaal

Voor de gelegenheid had ik tijdens mijn geschemer de lantaarnpaal voor onze deur uitgedraaid. (Als je een imbussleutel hebt is dat zo gepiept, maar wel handig om even met de buren te overleggen.) Dan nog is schemering in een lichtvervuilde stad natuurlijk anders dan op een plek waar duisternis nog kan doordringen, maar het hielp een beetje.

Met die ene lantaarnpaal uitgedraaid en de lampen binnen uit viel er wat te schemeren. En ik vond het nogal magisch om een uurtje rond te hangen in het limbo tussen donker en licht. Ik besefte hoe gewend ik ben om uitsluitend de uitkomst van dingen te zien. Processen zijn in onze samenleving grotendeels onzichtbaar. Bijna niemand ziet de tarwe groeien waarmee dagelijks brood wordt gemaakt, mest een eigen kip vet of kent de stroom die het water aflegde van de bron naar de leidingen van de kraan.

Het zien van louter eindproducten geeft een vertekend, simplistisch beeld van de wereld. Het vervreemdt ons van de wereld, omdat we niet meer zien hoe planten, dieren, water en lucht verbonden zijn in processen waar ook wijzelf deel van uitmaken.

De schemering herinnert ons eraan dat we leven in trage maar voortdurende transformatie. Dat dag en nacht geen tegenpolen zijn maar verstrengeld in elkaar verglijden. Dat een wereld met alleen maar licht een leugen is en dat de grootste verandering zich vaak aan ons zicht onttrekt.

En dat alles voor nop. Een stoel en wat uitzicht, meer heb je niet nodig. Wat zou er gebeuren als Nederland massaal aan het schemeren sloeg? Elke dag de overgang van werk naar rust zou markeren, elke dag een uur niets produceren of consumeren, elke dag het besef dat tegenstellingen met elkaar verweven zijn en even, heel even de mogelijkheid voelen een wolf, een vleermuis, de mist te zijn.

Marjolijn van Heemstra is theatermaker en schrijver

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden