Opinie

Verkiezingen zijn zoals elke keer: doodgewoon

Tal van gekkigheden, maar toch zijn het heel gewone verkiezingen en reageren de kiezers als gebruikelijk.

Mensen wachten op Barack Obama die campagne voert voor Hillary Clinton.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

De meest bizarre Amerikaanse verkiezingen aller tijden. Een dergelijke kwalificatie is standaard. Daar zit wat in. Een debat over de grootte van de handen van een van de kandidaten is ongebruikelijk. Diezelfde Trump beledigde op ongekende wijze Mexicanen, moslims en vrouwen. Hij heeft tevens ongehoord harde kritiek geuit op prominente leden van zijn partij, van wie velen, inclusief Congresleden, niet op hem zeggen te zullen stemmen, wat eveneens curieus is. Kortom, een unieke race naar het Witte Huis.

Of niet? Want het spektakel in de campagne en de reuring in de media doen vergeten dat er op het niveau van het Amerikaanse electoraat nauwelijks iets nieuws onder de zon is. Gelet op onderliggende opvattingen en stemgedrag zijn het, in 2016, opvallend gewone verkiezingen.

Het partijlidmaatschap stelt in Amerika weinig voor. Dat betekent niet in dat er geen overtuigde Democraten en Republikeinen zijn. Het overgrote deel van de Amerikanen heeft een meer of minder sterke psychologische band met één partij. Deze in de jeugd ontwikkelde partij-identificatie is onderdeel van iemands zelfbeeld, vergelijkbaar met religieuze identificatie. De meeste kiezers houden deze identificatie hun hele leven: men is en blijft Democraat of Republikein.

Partij-identificatie is niet gelijk aan partijkeuze. De electorale neiging zal weliswaar zijn om voor de 'eigen' kandidaat te kiezen, maar daarvan afwijken komt voor. Afwijken komt tegenwoordig echter minder voor. Vroeger hadden beide partijen een bredere, minder scherp omlijnde ideologische samenstelling, met meer liberale en meer conservatieve vleugels. Dat maakt begrijpelijk dat er in 1964 Republikeinen waren die Goldwater te rechts en gevaarlijk vonden en in 1972 Democraten die McGovern te links en zwak vonden, om vervolgens op de kandidaat van de andere partij te stemmen.

De laatste jaren zijn de partijen ideologisch homogener geworden. De Republikeinse linkervleugel en de Democratische rechtervleugel zijn zo goed als verdwenen. Sinds 2000 stemt ongeveer 90 procent van de partij-aanhangers steevast op de 'eigen' kandidaat, wie dat ook zijn moge. Slechts een heel klein percentage waagt bij presidentsverkiezingen de electorale oversteek naar de andere partij. In 2016 is dat niet anders: volgens gegevens van CNN blijft 89 procent van de aanhangers van beide partijen dit jaar trouw aan de eigen partij.

Ook voor belangrijke kiezerssegmenten zijn het in 2016 gewone verkiezingen. Er is bijvoorbeeld veel over vrouwen gesproken. Logisch: aan de ene kant de eerste vrouwelijk kandidaat, aan de andere kant iemand die er een sport van lijkt te maken vrouwen te beledigen. Dat leidt tot extra vrouwelijke steun voor Hillary! Niet dus.

Sinds 1980 is er een zogenoemde gender gap, waarbij van de vrouwen ongeveer 9 procent meer op de Democratische kandidaat stemt dan van de mannen. De verwachte groei van deze kloof is uitgebleven: recente peilingen wijzen op een gender gap van 10 procent.

Lopen dan zwarten over naar de Republikeinen? Ook niet. Onder die groep kiezers staat het percentage dat op Trump zal stemmen op 5 procent, vergelijkbaar met afgelopen verkiezingen. Latinokiezers dan, een andere groep die doelwit is van Trumps beledigingen? Bij afgelopen verkiezingen stemde tussen de 21 en 40 procent van Latino's op de Republikeinse kandidaat. Voor 2016 is met een score tussen de 18 en 32 procent nauwelijks verandering te zien.

Als het bizarre verkiezingen zouden zijn, waarom komen dan niet meer kiezers in beweging? Wellicht de voornaamste reden is een hardnekkige misvatting over Amerikaanse kiezers. Velen, eerst en vooral in Europa, hebben het idee dat die kiezers voor de persoon stemmen, niet voor de partij. Dit jaar wordt glashelder dat dit niet het geval is, dat Amerikaanse verkiezingen geen beauty contest zijn en dat inhoud nog altijd voorgaat op verpakking.

Kiezers kiezen voor de partij en het bijbehorende ideologisch gekleurde beleid van de partij, niet voor de individuele kandidaat. Als je een economische conservatief bent en dus onder meer anti-Obamacare, voor belastingverlaging (zeker voor bedrijven), voor een muur tegen immigratie en tegen milieumaatregelen die het bedrijfsleven schaden, ga je niet op de Democratische kandidaat stemmen, in geen geval.

Als je sociaal conservatief bent en dus anti-abortus, anti-homohuwelijk, pro law and order en je eigen geweer wilt houden, maakt het uiteindelijk niet uit wat je van de persoon Trump vindt, je stemt op hem. Op waar hij en zijn partij voor staan.

Deze houding werd verwoord door Paul Ryan, de Republikeinse voorzitter van het Huis van Afgevaardigden. Ryan heeft een wekenlange venijnige ruzie met Trump gehad, maar heeft wel voor hem gestemd. In zijn stemverklaring noemde Ryan de naam Trump niet; hij had 'op de kandidaat van mijn partij' gestemd.

Akkoord, op het toneel wordt een ongekend toneelspel opgevoerd. Maar het publiek reageert zoals gebruikelijk. Ondanks een nogal bizarre campagne en de ruime media-aandacht voor tal van gekkigheden zijn de verkiezingen van 2016 voor Amerikaanse kiezers doodgewone verkiezingen. Hun kandidaten mogen zich apart gedragen, kiezers vertonen gedrag dat keurig past bij de trends van de afgelopen verkiezingsjaren.

Galen A. Irwin is Amerikaans en Nederlands staatsburger en emeritus hoogleraar Politieke Wetenschap aan de Universiteit Leiden.

Joop van Holsteyn is bijzonder hoogleraar Kiezersonderzoek aan het Instituut voor Politieke Wetenschap aan de Universiteit Leiden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden