Opinie Democratische vernieuwing

Verkiezingen, we kunnen wel met wat minder toe

De partijleiders staan semi-permanent in campagnestand, want er komt bijna altijd een verkiezing aan. We kunnen best met wat minder verkiezingen, betoogt voormalig CDA-Kamerlid Sytze Faber.

Stemlokaal voor de Europese Verkiezingen in Volendam, 23 mei 2019. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

In december stelde de staatscommissie-Remkes dat ons parlementaire stelsel onvoldoende toekomstbestendig is. Het vertrouwen in de democratie is wel groot, maar veel kiezers hebben niks met ‘Den Haag’. Om dat te verbeteren, kwamen Remkes c.s. met voorstellen. Tot de topdrie behoren de invoering van een gekozen kabinetsformateur en een bindend referendum. De regeringscoalitie is er verdeeld over, verantwoordelijk minister Ollongren vindt het wel goed zo. Die formateur en dat referendum komen er niet voor sint-juttemis.

Vermoedelijk zal dit ook het treurige lot zijn van het derde topvoorstel: de invoering van een Constitutioneel Hof. Zo’n hof toetst wetten aan de grondwet en aan de daarin verankerde grondrechten van de burger. Die toetsing doen nu de Tweede en Eerste Kamer, als verantwoordelijken voor de wetgeving. Ze fungeren aldus als slagers die het eigen vlees keuren.

Muurbloempje

Ollongren zegt (Ten eerste, 26 juni) bang te zijn dat met een Constitutioneel Hof de weg wordt ingeslagen naar politisering van de rechtspraak. Hoezo? In het ons omringende buitenland, dat vaak een Constitutioneel Hof heeft, is daarvan geen sprake. De invoering van zo’n hof leidt bovendien tot twee mooie bijvangsten. Er wordt een dam opgeworpen tegen de kwalitatieve verslonzing van de wetgeving, veroorzaakt door onvoldoende juridische deskundigheid in het parlement. En nog belangrijker: onze grondwet krijgt er een enorme oppepper van. Die fungeert in ons staatsbestel nu als muurbloempje. Geen gezicht en een blamage voor een democratische rechtsstaat.

In haar reactie op het rapport toont Ollongren een voorkeur te hebben voor klein bier. Ze wil voorkeurstemmen meer gewicht geven en het veranderen van de grondwet ietsje makkelijker maken. En dan is er nog wat: ze wil om de drie jaar de helft van de Eerste Kamerleden door Provinciale Staten laten kiezen. Hun zittingstermijn wordt dus verlengd van vier tot zes jaar. Daarmee zijn we terug bij de situatie van voor de grondwetsherziening van 1983. Het brengt volgens Ollongren ‘meer rust en stabiliteit’ in de politiek, waar volgens haar dringend behoefte aan is.

Haagse hijgerigheid

Deze argumentatie snijdt wél hout. Op het Binnenhof heerst hijgerigheid. De partijleiders staan semi-permanent in campagnestand, want er komt bijna altijd een verkiezing aan. Deze eeuw was er gemiddeld elk jaar een verkiezing. Vijf keer voor gemeenteraden, vijf keer voor Provinciale Staten, vier keer voor het Europees Parlement en zes keer voor de Tweede Kamer. Als ‘meer rust en stabiliteit’ gewenst zijn,bekijk dan ook de mogelijkheden het aantal verkiezingscampagnes te reduceren.

Waarom de verkiezingen voor de gemeenteraden en Provinciale Staten niet op dezelfde dag gehouden? Had deze eeuw vijf campagnes gescheeld. Waarom ook niet afgestapt van de in de jaren 60 ontstane gewoonte tussentijdse verkiezingen uit te schrijven na een kabinetsval? Stel, net als bij gemeenteraden en staten, de zittingstermijn van de Kamer op vier jaar en sluit zo tussentijdse verkiezingen uit. Dat dempt de Haagse hijgerigheid.

Sytze Faber is voormalig lid van de Tweede Kamer voor het CDA.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden