Vergroot toegang tot archieven van geheime diensten

Bij de heroverweging van de Wiv kan meteen de toegang tot de archieven beter worden geregeld

Het gebouw van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD). Beeld ANP

Nu de referendumuitslag noopt de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (WIV) te heroverwegen, lijkt het een goed moment de aandacht te vragen voor een in de recente discussie verwaarloosd onderwerp: de archieven van die diensten.

Bescherming van de democratie en de rechtsstaat: dat is de goede reden dat ook democratische samenlevingen inlichtingen- en veiligheidsdiensten hebben. Deze diensten moeten dan natuurlijk over adequate middelen beschikken om hun taak te vervullen. Een belangrijk nadeel is dat in dat werk onvermijdelijk afbreuk wordt gedaan aan de individuele rechten van de burger en aan het democratisch proces van openbare verantwoording van het handelen van de overheid. Het is de prijs die wij voor onze veiligheid en de kwaliteit van onze samenleving betalen. Het is dus ook zaak in de wet en in de praktische werkwijze zo goed als mogelijk tegenwicht te bieden aan dit nadeel.

De recente discussie ging vooral over de rechten van de individuele burger (privacy). Maar het democratisch tekort in de publieke (politieke) verantwoording is minstens zo belangrijk. Tegen het in de actualiteit nagenoeg ontbreken daarvan, is eigenlijk maar op één manier serieus tegenwicht te bieden: door zorgvuldig en onafhankelijk historisch onderzoek.

Toegegeven (soms wel heel erg) achteraf, maar zulk onderzoek kan wel degelijk inzicht geven in de achtergronden en bredere, meestal gecompliceerde, context van de activiteiten van de diensten, en in de moeilijke afwegingen, die deze soms moeten maken. Door historisch onderzoek te faciliteren, kan de overheid in zekere mate alsnog voldoen aan de openbare verantwoordingsplicht.

Absolute voorwaarde daarvoor is een goede archiefzorg en een helder en ruimhartig beleid voor toegang tot die archieven. Helaas is dat geenszins gegarandeerd. Voor de overheid als geheel is de Archiefwet de grondslag voor organisatie en beleid, die in beginsel een basis vormt voor een doordacht bewaren en verlenen van toegang tot de belangrijkste archieven.

Maar de archieven van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten zijn zo goed als onttrokken aan het regime van de Archiefwet. Het zijn de diensten zelf, die hier de zeggenschap hebben, vanzelfsprekend met een beroep op de noodzaak van geheimhouding. Maar dat belang is op langere termijn van een andere orde dan in de actualiteit. Het zijn de professionele archiefdiensten, die daarmee ervaring hebben en die vanuit het algemeen en breder belang tot een deskundige afweging kunnen komen. Bij de diensten, zo leert de ervaring, overheerst vrijwel altijd de geheimhoudingsreflex.

Op zich is het geruststellend dat de diensten deze reflex vertonen. Het is een blijk van hun professionaliteit in de hectiek van hun actuele optreden. Maar in een democratisch rechtstaat zou men vervolgens een secundaire, meer afstandelijke, reflex verwachten om juist een ruimhartige toegang te verlenen tot goed bewaarde en geordende archieven.

Een paar keer is daarmee in het verleden een begin gemaakt. Helaas bleven dat kortstondige fasen. Per saldo overheerst de geheimhoudingsreflex, zowel in het bewaren en aan professionele archiefdiensten overdragen van de archiefbestanden, als bij de behandeling van aanvragen tot het inzien van archiefmateriaal (van professionele historici, onderzoeksjournalisten en individuele burgers).

Dat komt mede omdat de uitvoering van deze taken niet in handen is van professionele archivarissen, maar van overwegend juristen van de diensten die bij elke twijfel geneigd zijn tot geheimhouding. Door omstandigheden heb ik enkele malen vrije toegang gehad tot de archiefbestanden van de BVD/AIVD, uiteraard onder voorwaarde van geheimhouding. Ik kan daarover dus geen concrete mededelingen doen. Maar ik kan wel zeggen dat in de praktijk aanvragen worden afgewezen zonder dat daar redelijke grond voor is. Er is reden voor grote zorg op dit gebied.

Daarom pleit ik er voor dat in de ‘heroverweging’ van de nieuwe WIV ook de archiefregelingen behoorlijk aandacht krijgen. Dat is een ingewikkelde materie, waarover al heel wat commissies en deskundigen zich bogen. Maar er kwam al met al heel maar weinig tot stand. Een moeilijk proces, omdat het gaat om afweging van heel ongelijksoortige argumenten en overwegingen. Een moeizaam proces ook, met kenmerken van een impasse.

Juist nu lijkt er een goede mogelijkheid die impasse te doorbreken. En wel door de Archiefwet leidend te laten zijn. Dat betekent ook overleg met de diensten en een zorgvuldig meenemen van de argumenten voor geheimhouding, zoals bronbescherming en modus operandi, soms ook voor langere termijn. Bij de archivarissen bestaat veel ervaring, ook met andere zeer gevoelige archieven, waarbij vrije toegang niet vanzelf spreekt. Op die manier kan een nieuwe start worden gemaakt en een impasse worden doorbroken. Het democratisch gehalte van onze samenleving en het draagvlak voor en vertrouwen in de diensten zouden er bij winnen.

Hans Blom is emeritus hoogleraar Nederlandse Geschiedenis aan de UvA en oud-directeur van het NIOD. Hij was enige malen voorzitter van een wetenschappelijke begeleidingscommissie voor, op archiefonderzoek gegrond, onderzoek naar de geschiedenis van de BVD. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.