gastcolumn Mike Soyer

Vergroot je geluk, laat de vreemdeling je een spiegel voorhouden

Beeld Martijn Beekman

De aanhoudende aantrekkingskracht van het Westen op de niet-westerse migrant is niet moeilijk te verklaren. Het Westen! Welvaart, vrijheid en veiligheid in overvloed. Drie voorwaarden, of ten minste aangename bijkomstigheden, voor een goed menselijk bestaan. Als klap op de vuurpijl zou uit diverse geluksonderzoeken blijken dat het Westen zeer gelukkig is. Nederland zou, volgens het World Happiness Report dat vorige maand werd gepubliceerd, zelfs het op vier na gelukkigste land ter wereld zijn.

Je zou denken dat migranten en Nederlanders met een migratieachtergrond niet zouden kunnen wachten om te gaan leven zoals wij. Je zou denken dat moslims massaal zouden assimileren, zouden afvallen van de islam, zoals wij eerder massaal afvielen van het christendom, om te delen in ons geluk. Niets blijkt echter minder waar. Volgens recent onderzoek van het SCP hecht de Nederlandse moslim juist steeds meer aan zijn eigen levenswijze en zijn geloof.

Hoe kan dat? Is het aan een soort kwaadaardige onwil om te integreren te wijten? We mogen er onze ogen niet voor sluiten dat dat inderdaad een deel van het verhaal is. Er zijn de kwaadwillende, fundamentalistische stromingen, men zag het onlangs nog op het islamitische Cornelius Haga Lyceum, die het integratieproces bemoeilijken. Daarnaast zal bij veel moslims van een onschuldiger onwil sprake zijn. Geen mens – oost of west – geeft graag een deel van zijn levenswijze prijs, aangezien het innig is verbonden met de dingen die een mens dierbaar zijn: zijn geschiedenis, zijn familie, zijn tradities, zijn identiteit.

Maar is dat het hele verhaal? Of is er ook iets aan onze westerse levenswijze dat de goedwillende niet-westerling misschien met recht tegenstaat? Is onze levenswijze wel op alle fronten zo aantrekkelijk? Schort er wellicht nog iets aan ons geluk?

Ik zou die laatste vraag niet opwerpen als ik niet zou vermoeden dat dat inderdaad het geval is. Vertrouw niet blind op wat de mens ten overstaan van de geluksonderzoeker beweert, maar sla ook acht op wat hij in de beslotenheid aan de huisarts en psychiater toevertrouwt. Sla er een krant op open en je krijgt al gauw een idee van de kwaal, de zingevingscrisis, waaraan de westerling lijdt. “Elke psychiater weet dat er een onderhuids probleem is en dat komt neer op een ernstige, dwingende zinloosheid die mensen ervaren,” diagnosticeerde psychiater Dirk de Wachter onlangs nog in deze krant. Een diagnose die wordt gesteund door een breed scala aan onderzoeken en nieuwsberichten over eenzaamheid onder jong en oud, een schrikbarend aantal burn-outs, talloze boeken over wat veelzeggend een depressie-epidemie is gaan heten, quarterlife crises, enzovoort.

Doorgaans wordt uitsluitend naar de vreemdeling, de ander, gewezen als oorzaak van de integratieproblematiek. “Het is aan hen om te integreren,” is de gedachte. Vergeten wordt dat er voor ons ook een ontvangende rol is weggelegd. Kunnen wij verwachten dat iemand volledig integreert of zelfs assimileert, als wij onszelf niet geheel in ons eigen huis thuis voelen?

Hoe kritisch Pim Fortuyn ook was op immigratie uit met name islamitische landen, men vergeet weleens dat hij evengoed kritisch was op die stuurloze, verweesde kant van het westerse gezicht. Niet-westerse migranten erkennen impliciet dat het westerse leven op bepaalde punten te verkiezen is boven het leven in de samenleving van herkomst, wanneer zij die tenminste niet noodgedwongen zijn ontvlucht. Maar, en aan die confronterende constatering waagt men zich maar zelden: op bepaalde andere punten is hun levenswijze wellicht ook te verkiezen boven die van ons.

De niet-westerling, of ‘de oosterling’, zoals rechtsfilosoof Hakan Külcü het beter verwoordt, lijdt aan zijn eigen kwalen, maar heeft tegelijk sommige van zijn kamers rijker ingericht. “Zijn cultureel lichaam is vitaal doordat het oog heeft voor de waarde van hiërarchie, verplichting en gemeenschapszin,” merkt Külcü in een van zijn columns op.

Hier ligt voor de westerling een grote opdracht, waarvoor wij echt niet met zijn allen tot het Huis des Heren hoeven terug te keren. Wel dient, tegen de achtergrond van de crisis in zingeving, onder ogen te worden gezien dat met de afwerping van het christendom ook allerlei ander waardevols is afgeworpen: rijke morele tradities en ethische leerstukken, sfeervolle meubelstukken en wanddecoraties van het westers thuis, die niet per definitie christelijk zijn en wellicht bewaard hadden moeten worden. Denk bijvoorbeeld aan de vergeten Platoonse weg van het scheppen van orde in de ziel. Dat stond tweeduizend jaar symbool voor het ware, met geen onderzoek te meten, innerlijk geluk.

Als wij toestaan dat de ander, de vreemdeling, ons een spiegel voorhoudt en weer met de gewichtigere kanten van het bestaan verzoent, hoeft die ander een minder grote spirituele kloof te overbruggen om hier te integreren. Zelfs als dat slechts een naïeve illusie zou blijken, dan bewijzen we nog altijd ons eigen westerse zielenheil een dienst. Als dat het effect zou zijn van die veelbesproken, veel bekritiseerde multiculturele samenleving, dan is die wat mij betreft geslaagd.

Mike Soyer is rechtsfilosoof en advocaat. In april is hij gastcolumnist op volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden