ColumnMerel van Vroonhoven

Vergeetachtigheid, nog zo'n fijne bijkomstigheid van de overgang

Het is nog donker buiten en het regent. Bepakt en bezakt sta ik op het punt de deur uit te gaan. Alleen nog een paraplu. Waar ligt dat ding toch? In de kast bij de jassen? In de bijkeuken dan? Daar heb ik al gekeken. Foeterend wijs ik mezelf terecht: ‘Hoe oud ben je nu mens? Je weet het toch: sleutels, portemonnee, paraplu, leg ze op een vaste plaats.’ Vanuit mijn ooghoek zie ik hem plotseling liggen. Och ja natuurlijk, ik had ‘m gisteren in het nisje gelegd. Vergeetachtigheid, nog zo'n fijne bijkomstigheid van de overgang, die me parten speelt. Alsof opvliegers en nachtzweten niet al genoeg ellende geven. Ik gris de plu mee en ren als een speer naar de tram. Nog net op tijd.

Vandaag is de tweede week bij mijn nieuwe school, eentje voor zeer moeilijk lerende kinderen met een verstandelijke of meervoudige beperking. Ik loop stage in groep 3. Bij de ingang van het klaslokaal wacht ik samen met juf Miranda en onderwijsassistente Daisy de kinderen op. Elk van ons krijgt een handje. Van Sofie, die maar blijft vertellen dat ze morgen jarig is. Van Zacharia, die vorige week zo zenuwachtig was over die nieuwe juf Merel dat hij linea recta naar zijn tafeltje snelde. En natuurlijk van Lesley, die er maar niet over uit kan dat zijn nieuwe juf al 51 is. ‘Dat is zo oud juf, dan ben je bijna dood.’ Dertien zachte handjes van dertien unieke kinderen.

Ik kom ogen te kort. Op een verrijdbaar krukje cross ik van tafeltje naar tafeltje. Mijn schrift in de hand en mijn vulpen continu in de aanslag. Zoveel nieuwe indrukken. Ik schrijf het allemaal op.

Om elf uur is het tijd voor groepswerk. Met de kinderen speel ik memory, om kleuren en eenvoudige woorden te leren. Een gele banaan, een blauw huis en een groene paraplu. Sofie vindt het heel moeilijk. Na een paar seconden is ze alweer afgeleid en als ik even niet oplet heeft ze zomaar een paar kaartjes omgedraaid. Zacharia wordt boos. Maar als hij vlak daarna zelf twee rode appels omdraait is de stemming weer opperbest. Tot na een tijdje blijkt dat Yasmina als enige bijna alle plaatjes heeft onthouden en haar stapeltje verreweg de grootste is. ‘Wie heeft de minste kaartjes?’, vraag ik snel. ‘Juf Merel!’ ‘Ja, want die is al oud’, roept Lesley. ‘Die kan niet zo goed meer onthouden.’ Daar moet iedereen hard om lachen.

Na afloop ga ik weer op mijn krukje zitten. Net als ik wat wil opschrijven besef ik dat mijn vulpen verdwenen is. Ik had hem toch bij mijn schrift gelegd? Ligt hij misschien nog op het tafeltje waar we memory speelden? Hoe ik ook zoek, de vulpen is geen velden of wegen te bekennen. Tot overmaat van ramp voel ik ook nog een opvlieger opkomen.

Ik zie Yasmina schuldbewust naar mij kijken. ‘Yasmina’, vraag ik, ‘weet jij misschien waar mijn vulpen is?’ Ze schudt verlegen van nee. ‘Jammer, want ik dacht: die Yasmina, die is zo goed in memory, die kan me vast helpen om mijn vulpen te vinden.’ Ik zie haar even twijfelen, maar dan springt ze op en rent naar de kast waar ze hem heeft verstopt. Stralend zegt ze: ‘Hier juf, gevonden! Wat kan ik toch goed onthouden hè?’ Ik gniffel om mijzelf: ‘Inderdaad, jij wel Yasmina.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden