OpinieIntegratie

Vergeet de vlekjes niet bij het grote integratiesucces

De politiek moet discriminatie van vrouwen en homo’s in migrantengroepen aan de kaak durven stellen, betoogt Peter Cuyvers, pedagoog en fellow bij het Wetenschappelijk Instituut van het CDA.

De Turkse boot tijdens de botenparade van de Gay Pride in de binnenstad van Amsterdam in 2012.Beeld Hollandse Hoogte

Leo Lucassen verwijt de CDA-kandidaten voor het politieke leiderschap dat ze een ‘pessimistisch xenofobisch standpunt’ hebben over migratie en kiezen voor het benoemen van knelpunten, in plaats van voor het ‘grote verhaal’: Nederland is een immigratieland en de integratie van nieuwkomers gaat ‘grosso modo heel aardig’.

Voor de directeur van het Instituut voor Sociale Geschiedenis lijken me dat vrij vage termen. Maar zulke vaagheid komen we op het terrein van integratie vaak tegen. Als Lucassen had geschreven dat de Tweede Kamer niet zo moest zeuren over de Belastingdienst, omdat het grote verhaal toch was dat we nu eenmaal allemaal belasting moesten betalen en de inning meestal aardig gaat, zou dat best kloppen. Maar het zou, terecht, grote woede oproepen bij de mensen die door de keiharde en zelfs onwettige aanpak van vermeende fraude door die Belastingdienst zijn geruïneerd.

Als we de positie van migranten in de samenleving objectief bekijken, dan zijn de cijfers, al jaren uitstekend in kaart gebracht door bijvoorbeeld het Sociaal en Cultureel Planbureau, glashelder. Voor de (over)grote meerderheid van de migranten is sprake van succesvolle integratie in termen van werk en inkomen. Zo kon ik recent aan oprecht verbaasde bezoekers uit Vlaanderen vertellen dat de burgemeester van Rotterdam Aboutaleb heet en de voorzitter van de Tweede Kamer Arib. Beiden genieten het volle vertrouwen van politiek en burgerij, inderdaad, met uitzondering van de xenofobe PVV.

Objectieve problemen

Tegenover deze objectieve successen staan ook objectieve problemen, zoals de oververtegenwoordiging in criminaliteit van allochtone jongeren: het gaat om ongeveer 5 procent van de allochtone versus 1 procent van de autochtone jongeren. Dat die cijfers goed verklaarbaar zijn uit achterstand in sociale positie, dus op zich geen ‘cultureel’ probleem is, is ook een gegeven. Het goede nieuws is dus dat 95 procent van de allochtone jongeren geen crimineel gedrag vertoont. Maar er ontstaan wel degelijk gevaarlijke subculturen, waarin vervolgens weer jonge buurtgenoten op grote schaal worden gerekruteerd en ingewijd in een antisociale houding. Dat bagatelliseren op grond van het ‘grote verhaal’ van de 95 procent impliceert dat we veel (allochtone) inwoners van dit land aan hun lot over laten. De overgrote meerderheid van de slachtoffers van geweld door deze jongeren is allochtoon, net als de bewoners van de meest problematische wijken. Zij hebben niets aan ‘grosso modo’ als hun 12-jarige zoontje wordt geronseld als drugskoerier.

En tenslotte is er nog een zaak die we systematisch bagatelliseren, omdat we als nette witte burgers niet xenofoob willen overkomen en respect hebben voor ‘culturele diversiteit’, maar die in het huidige racisme- en discriminatiedebat veel meer aandacht moet krijgen.

Homofobe allochtonen

Want er is ook een objectief aantoonbaar verschil tussen de houding van allochtone en autochtone ouders: met name ouders van Turkse en Marokkaanse afkomst hebben er massaal een probleem mee als hun kind een partner van hetzelfde geslacht zou hebben. Het schokkendst daarvan is dat dit percentage vanaf 2010 aan het stijgen is, bij Turkse ­ouders van 85 naar 89 procent, bij

Marokkaanse ouders van 86 naar 91 procent. Ter vergelijking, bij Surinaams/Antilliaanse ouders schommelt dit rond de helft, bij Nederlandse ouders daalde het in die ­periode van 17 naar 10 procent. De recentste cijfers uit het Survey Integratie Migranten van het SCP over de periode tot 2020 zijn nog niet gepubliceerd, maar tussentijdse metingen uit 2018 toonden dat de mate van religiositeit (groepen ‘vrome’ en ‘strikt praktiserende’ moslims) toenam.

Het betreft hier een fundamentele kwestie van mensenrechten, waar overigens ook vrouwen en meisjes in veel migrantengezinnen enorme problemen mee hebben als ze een opleiding en carrière willen, of een Nederlandse partner krijgen. Ik herinner me een discussie met een hoogopgeleide, jonge allochtone vader, die betoogde dat met wat wijzigingen van de wet in Nederland ook een man met meerdere vrouwen zou kunnen trouwen. Mijn repliek dat dan volgens ons gelijkheidsbeginsel een vrouw dan ook meer mannen zou mogen huwen, werd verbaasd aangehoord: dat was absurd. Een ‘grondhouding’ die ik niet wil tolereren, zeker niet met een beroep op ‘(eigen) cultuur’. Nederlanders dachten immers een tijdje geleden precies zo over vrouwen, geen kiesrecht maar aanrecht, en zelfs over slavernij. Het is essentieel de hand in eigen historische boezem te steken voor de eigen schandvlekken. Het is ook essentieel dit soort vlekken niet te negeren omdat ze een ‘positief groot verhaal’ ontsieren.

Immigranten die, zonder twijfel, worden gediscrimineerd, discrimineren zelf massaal door eigen culturele vooroordelen op homoseksualiteit, wetend dat dit in Nederland volledig is geaccepteerd . Dit lijkt me een ­probleem dat het CDA niet zou moeten negeren op grond van het ‘grote (succes)verhaal’ van immigratie.

Peter Cuyvers is pedagoog en fellow bij het Wetenschappelijk Instituut van het CDA. Dit stuk is geschreven op persoonlijke titel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden