COLUMNPeter Buwalda

Verdwaasd door iets, corona, quarantaine, bestelde ik tien Dickensjes op Boekwinkeltjes.nl

Zelfs iets edels als een boek kan ‘verkeerd’ zijn, te veel, genant, aanstellerig. Ik heb het niet over de inhoud. Ik heb het over het ding zelf, het object. Er bestaan ‘verkeerde’ boeken, die eigenlijk niet ‘kunnen’.

Soms is zo’n fout boek niet erg, helemaal niet zelfs, bijvoorbeeld als de eigenaar zich van geen kwaad bewust is, zoals de oude judoreus bij wie ik een keer langs was gegaan. ‘Voor welk blaadje is het’, wilde hij weten. ‘Het komt in een roman’, zei ik. Hij knikte peinzend. ‘Dat is toch niet echt gebeurd?’ ‘Niet allemaal, nee’, gaf ik toe.

De reus zat op een kleine stoel in zijn dijkhuisje, schouders tegen het plafond. Zijn nek, het hoogste punt, maakte een bocht, zodat hij met mij kon praten over ‘vechten’, zoals hij judo noemde.

Ik keek rond. Boven op een servieskast stonden een puzzelwoordenboek, een John Grisham, een plantengids en Op zoek naar de verloren tijd, de complete Proust in cassette. We hadden het over Geesink en Ruska, had hij nog mee ‘gevochten’, maar ik dacht aan:

Proust.

Hoe kwam die hier? Zelf gekocht? Cadeau gekregen? Maar van wie dan? En nu?

Maar ik durfde niet. Te precair. Ook Coen Verbraak had het niet gedurfd, troostte ik mezelf, die bouwt zulke dingen op in een wekenlange reeks.

Zelf hebben we ook foute boeken, maar bewust, wat toch een ander verhaal is. Een fouter verhaal.

‘We?’ (Jet.)

‘Oké – ik.’

Ik heb het over mijn Dickensjes, tien stuks, te weten Bleak House, Hard Times, Little Dorrit, The Pickwick Papers, Nicholas Nickleby, Great Expectations, Dombey and Son, Our Mutual Friend, Martin Chuzzlewit en Oliver Twist. Vriend, zou je zeggen, je sleept duizenden boeken je hol in, wat is je probleem?

Legio.

Om te beginnen betrof het tien in marokijn gebonden grafzerken van The Folio Society. Dit zijn charlatans uit Londen die rechtenvrije klassiekers zo poenig mogelijk heruitgeven, in de hoop dat uitvaagsel ze koopt voor te veel geld.

Verdwaasd door iets, corona, quarantaine, mondkapjesasem, bestelde ik ze op Boekwinkeltjes.nl. Op de foto’s ging het nog wel. Bovendien waren het niet álle Dickensjes, wat scheelde.

Daags later leverde de Sint (zo heet onze pakketbezorger) een ontilbare wasmachinedoos af, er zat duidelijk geen wasmachine in. Zwetend tilde ik er tien wijnrode stoeptegels uit, ieder in een eigen slipcase, de slobkous van het uitgeefwezen.

Jet schudde traag haar hoofd.

‘Prachtig’, zei ik somber. ‘Maar wel een beetje groot.’ Bezorgd zeulde ik Bleak House naar de kast, pasten ze er wel tussen? Als Jet de bovenste plank iets optilde, dan kon ik ze er vrij eenvoudig inhameren.

Zo, daar stonden ze hoor. Heel lelijk. Snel ging ik er eentje weghakken, voordat het eerste bezoek kwam. Op de vraag ‘en, heb je ze ook gelezen’ wil je kunnen antwoorden ‘niet allemaal’.

‘Je kunt ze ook verstoppen’, zei Jet.

Daar was de visite. Enrico, mijn literaire vriend, zelf niet vies van een leeslintje, inspecteerde de rijen. ‘Zo zo’, hoorde ik hem na een tijdje zeggen. ‘Is de colporteur geweest?’

Hij was er. Het ging beginnen. Van hem kende ik het woord ‘blufbehang’. Maar dat zou hij niet zeggen, zomaar. Maar denken wel, peinsde ik.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden