De ombudsman Snelle productie

Verdacht van ‘landjepik’

Een (te) snelle productie met vele schijven op de redactie: hoe eerlijke grondbezitters zich in de krant terugzagen als verdachten van ‘landjepik’.

Het zal je maar gebeuren: je slaat nietsvermoedend de krant open, stuit je op een foto van je eigen huis en tuin. ‘Stoepen, paden, bermen: landjepik is normaal’, luidde de kop boven het stuk (van afgelopen dinsdag) over ‘honderdduizenden Nederlanders’ die zich schuldig maken ‘aan het inpikken van gemeentegrond bij hun huis’.

De bewoners van een van de gefotografeerde panden klaagden bij de krant: zij worden in hun wijk (in Den Bosch) ineens door buurtgenoten aangesproken op het staaltje ‘landjepik’. Ten onrechte: met ­kadasternummers en al konden zij aantonen dat ze het stukje grond bij hun hoekhuis in 1993 hebben gekocht van de gemeente. Niets landjepik.

Oeps.

Hier past een rectificatie, met verontschuldiging. Bij dezen. Bij de onlineversie van het artikel is de foto inmiddels verwijderd.

Rest de vraag: hoe kon dit gebeuren? De verslag­gever treft geen blaam. Die had zogeheten ‘nieuwsdienst’ (een wisseldienst waarin de verslaggever continu aan de slag is met nieuwsonderwerpen van de dag) en was door de nieuwscoördinator gevraagd om snel een stuk te maken over de geconstateerde ‘nationale hobby’ van ‘landjepik’. Aanleiding was een onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen, de verslaggever belde met de onderzoeker en voegde er onder meer commentaar bij van een adviesbureau dat zich met dit soort conflicten bezighoudt. Ook ­beschreef hij in zijn stuk praktijkgevallen.

Voor foto’s suggereerde hij enkele van die praktijkgevallen, desnoods via Google Earth. De verslaggever zette zich later die dag aan een volgende klus, het beeld werd overgelaten aan de fotoredactie.

Daar vond de dienstdoende redacteur het beeld van Google Earth ongeschikt. Maar in de planning stond reeds een groot stuk met veel beeld inge­tekend. Om de productie te redden ging de foto­redacteur zelf op zoek naar voorbeelden, in wezen verslaggeverswerk. Een afspraak met een eigenaar lukte niet. Toen belde de fotoredacteur met het genoemde advies­bureau, Van Leijen Overheidsrecht. Daar kon men de krant na enig zoeken wel aan (geanonimiseerd) beeldmateriaal helpen, op voorwaarde van bron­vermelding: de website van het bureau.

Vanaf hier verschillen de lezingen. De eigenaar van het adviesbureau zegt dat zij de foto’s enkele ­jaren geleden zelf heeft genomen, als voorbeelden van waar gemeentegrond wel en niet in gebruik is. De gewraakte foto gebruikt ze vaak naast die van de achterburen, waarbij geen sprake is van gebruik van grond van derden. Om de verschillen aan te tonen. Ze heeft niet gecontroleerd of dat gebruik op juist deze foto illegaal was. Ze vindt het heel vervelend dat die foto’s nu te boek stonden als voorbeelden van ‘landjepik’. Ze heeft de bewoners inmiddels excuses aangeboden.

De fotoredacteur zegt dat hij na de poging om een fotograaf op pad te sturen, onder de tijdsdruk van die dag blij was met de hulp van het adviesbureau, ook al is dat volgens hem de taak van de deelredactie Verslaggeverij. Achteraf beaamt hij dat hij te veel heeft vertrouwd op het anonimiseren door het ­adviesbureau.

De kop (met het woord ‘landjepik’ erin) deed hier het kwade werk. Het foto-onderschrift (‘Een hek ­eromheen oogt direct overtuigend: dit is privé­terrein.’) wekte nog eens extra de suggestie dat hier iets illegaals was gebeurd. Erg anoniem was die foto trouwens ook niet: het betrof weliswaar een tamelijk inwisselbare buurt van rijtjeshuizen, maar elke buurtbewoner zal het hoekhuis met die omheining makkelijk herkennen, ook aan de garages om de hoek. ­Logisch en terecht dus dat de bonafide eigenaren van het perceel zich beklaagden.

Achteraf is het natuurlijk makkelijk praten: het was beter geweest wanneer de voorbeelden van de verslaggever waren afgebeeld in de krant. Een ‘disclaimer’ waarin een voorbehoud zou zijn gemaakt over de afgebeelde huizen, had kunnen helpen. Het adviesbureau had beter geïnstrueerd moeten worden, de fotoredactie had beter moeten weten wat nu precies aan beeldmateriaal werd aangeleverd. Hetzelfde geldt voor de makers van de kop en het foto-onderschrift.

Al met al behoorlijk wat schijven die zich in korte tijd bemoeiden met het verhaal. Hoe meer schijven, hoe belangrijker een heldere communicatie daartussen. Dat is dagelijkse praktijk voor een nieuwskrant, maar ook in een geoliede machine kan ongemerkt een korreltje zand terechtkomen dat het radarwerk ontwricht. 

Post van een lezer

Dubbele portretten bij interviews

De laatste tijd zie ik steeds vaker bij een interview of ander artikel een ‘dubbele’, vergelijkbare, foto. Wat is de journalistieke meerwaarde daarvan?

Johan Oude Engbrink
Hengelo

De lezer stuurde voorbeelden mee, van interviews met minister Grapperhuis, zanger ­Robert Finley en NPO-baas Shula Rijxman. Het komt vaker voor bij interviews, met name in de bijlagen Magazine, Zaterdag, Opinie en de V. Bij nieuwsartikelen komt het zelden voor. Vaak zijn het van dichtbij genomen portretten, in plaats van foto’s waarop de hoofdpersoon in zijn geheel staat afgebeeld. Een van de vormgevers bij de krant zegt dat dit stijlmiddel uit de magazinewereld is overgenomen. Het zorgt ‘voor wat dynamiek op een pagina’: ‘In de mix van beelden geeft het bovendien variatie en soms ook meer informatie over de afgebeelde persoon.’ 

De ombudsman behandelt vragen, klachten en opmerkingen over de inhoud van redactionele pagina's en journalistiek aanpak. 
Ombudsman@volkskrant.nl/ombudsman 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.