Opinie

Verbetering Bengaalse textielindustrie is kwestie van lange adem

Er is gelukkig veel veranderd sinds de Rana Plaza ramp in april 2013 in Bangladesh. Internationale modemerken, de overheid van Bangladesh, fabrikanten, vakbonden, maatschappelijke organisaties, de internationale arbeidsorganisatie ILO en de EU werken samen aan verbeteringen.

Nabestaanden komen een jaar na de Rana Plaza-ramp samen in 2014.Beeld epa

'Je werkt er zo omheen', schrijft Teun van de Keuken over de afspraken die zijn gemaakt over veiligheid en arbeidsomstandigheden in de Bengaalse textielindustrie. Zijn reportage laat zien hoe lastig het is om grip te krijgen op de textielsector in Bangladesh. Effectieve, duurzame verbetering is een kwestie van lange adem. Gelukkig heb ik, en anderen die hieraan werken, die lange adem ook. Het akkoord voor brand- en bouwveiligheid is daarom ook een overeenkomst voor vijf jaar. Het duurt jaren om de problemen grondig aan te pakken en we staan pas aan het begin van de uitvoering. Er moet nog veel, heel veel gebeuren. Van de Keuken wijst terecht op het probleem van onderaannemers, maar denk ook aan het versterken van de lokale arbeidsinspectie, het verzekeren van leefbaar loon voor alle textielarbeiders en het vergroten van de deelname van bedrijven aan het akkoord.

Dit neemt niet weg dat we in anderhalf jaar meer hebben bereikt dan verwacht: er is gelukkig veel veranderd sinds de Rana Plaza ramp in april 2013. Internationale modemerken, de overheid van Bangladesh, fabrikanten, vakbonden, maatschappelijke organisaties, de internationale arbeidsorganisatie ILO en de EU werken samen aan verbeteringen.

Beeld epa

Gevaar

Duizenden fabrieken die voor de export werken zijn geïnspecteerd op brand- en bouwveiligheid. Via een online database (bangladeshaccord.org) kan iedereen volgen of zij de nodige verbeteringen ook snel uitvoeren. Er zijn afspraken gemaakt over financiering van verbeteringen en er zijn langer lopende contracten gesloten om bedrijven de tijd te geven orde op zaken te stellen en te voorkomen dat er een 'race to the bottom' ontstaat.

Al deze verbeteringen kosten geld. De fabrikanten moeten een prijs vragen waarmee ze de fatsoenlijke arbeidsomstandigheden kunnen betalen. En modebedrijven moeten bereid zijn die hogere prijs te betalen. En er is ook een rol voor ons, de consumenten: wij kunnen bedrijven bewegen tot het rekenen van reële prijzen. We moeten zelf ook bereid zijn om een paar euro meer te betalen voor onze spijkerbroek, zodat de maker ervan in een veilige omgeving kan werken, tegen een acceptabel loon.

'Als het akkoord een succes wordt', voorspelt Van de Keuken, 'verplaatst het probleem zich.' Dat is inderdaad een gevaar van zulke afspraken. En daarom zet Nederland zich in voor een wereldwijde aanpak van de textielsector. Dat doen we samen met andere landen en met bijvoorbeeld de International Labour Organisation (ILO). Hun 'Better Work'- programma voor de textielsector, mede gefinancierd door Nederland, opereert ook in andere landen, zoals Vietnam en Indonesië. Dit jaar begint het ook in Birma.

Eerste stap

Nederland is daarnaast betrokken bij initiatieven in onder meer Pakistan en Cambodja. In december hebben we samen met de ILO een overleg van internationale modemerken en grootwinkelbedrijven in Pakistan opgezet. De inkopende merken willen samenwerken met de Pakistaanse overheid en de fabrikanten voor verbetering van arbeidsomstandigheden en schone productie. Zo'n overleg is een eerste stap en heeft nog lang niet de concreetheid van het akkoord. Maar dat de modemerken, de Pakistaanse overheid en de sector hiervoor nu open staan, is goed nieuws. En ook de Nederlandse textielbedrijven buigen zich over mogelijkheden om de aanpak van het akkoord te verruimen naar andere landen.

Ik zie dat alles als vooruitgang. Maar het blijft onzeker hoe ver we precies zijn. Daarom blijf ik gretig geïnteresseerd in iedere snipper informatie die meer inzicht geeft. Die haal ik uit internationale rapporten, reportages als die van Van de Keuken en zeker ook door mijn eigen ogen de kost te geven- bijvoorbeeld op de dames-wc van een textielfabriek.

Lilianne Ploumen is minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden