Opinie kindermishandeling

Veel mishandeling wordt gemist, dat ligt niet aan de vragen maar aan slechte communicatie

Op deze in scène gezette foto spreekt een expert met een mogelijk mishandeld kind. Beeld Hollandse Hoogte / Frank Muller / Zorginbeeld

De afgelopen week was er veel aandacht voor het signaleren van kindermishandeling op spoedeisende hulpposten: volgens onderzoek zou de gebruikte vragenlijst te veel kindermishandeling missen en worden te veel ouders onterecht beschuldigd. Marchje Oldenbeuving beschrijft in de Volkskrant de verstrekkende gevolgen hiervan: nog steeds vreest zij kinderbeschermingsmaatregelen bij een willekeurige blauwe plek van haar kind!

Je zou als vader of moeder bijna de spoedpost gaan vermijden gezien deze ‘hausse aan onterechte beschuldigingen’, zoals de Volkskrant in maart 2017 al schreef. Dan nu de cijfers. Bij ruim 50.000 bezoeken van Utrechtse kinderen aan de eerste hulp, werden voor 109 kinderen nadere stappen ondernomen. Soms was dat een dossierbespreking in het medisch team. Soms was dat een intensief medisch-forensisch onderzoek. De kans dat je als gezin te maken krijgt met dit soort vervolgonderzoek, blijkt dus 0,2 procent. Bij amper een kwart van de opgemerkte kinderen wordt het vermoeden van kindermishandeling met dit onderzoek bevestigd. En aangezien Nederland gelukkig geen meldplicht kent, werden nog geen tien gezinnen gemeld bij Veilig Thuis. Geen hausse dus.

Als je op deze manier naar de vragenlijst kijkt, kun je zeggen dat de resultaten net zo slecht zijn als bij het bevolkingsonderzoek naar borstkanker onder tienduizenden 50plus- vrouwen: met de gebruikte röntgenfoto is de kans dat je eruit gelicht wordt zeer klein. Bij het vervolgonderzoek blijkt tweederde geen kanker te hebben. Ondertussen heb je wel de schrik van je leven. Het grote verschil is dat je van borstkanker niet wordt ‘beschuldigd’. En kanker is een medische diagnose die objectief wordt vastgesteld, terwijl kindermishandeling gaat over een met normen en waarden omgeven sociaal-maatschappelijk probleem, met een glijdende schaal van kindermishandeling naar onveilig opgroeien, zorgelijke opvoedsituaties en opvoedproblemen.

Bij zo’n 60 procenten van de gezinnen waar een spoedeisende hulppost kindermishandeling onderzoekt, blijken dan ook allerlei gezinsproblemen te spelen die we (nog) geen kindermishandeling noemen, maar waarvoor wel gezinshulp wordt georganiseerd. Daarmee wordt kindermishandeling soms voorkomen. Zijn zij onterecht gesignaleerd? Ik zou zeggen van niet. Maar de prijs die de resterende tientallen gezinnen betalen waar geen kindermishandeling of gezinsproblemen spelen, zoals bij Marchje Oldenbeuving, is wel degelijk te hoog.

Die prijs is zo hoog omdat met onzorgvuldige en onprofessionele communicatie ouders worden beschuldigd. Maar ook omdat er meldcodes kindermishandeling worden gebruikt die nauwelijks aandacht besteden aan het zorgvuldig afsluiten van die meldcode als je voor andere gezinsproblemen hulp organiseert. En door ontbrekende nazorg voor ouders. En door een gebrek aan onderzoeksmethoden die kindermishandeling beter signaleren en vaststellen.

Maar we hoeven niet, zoals in het Utrechtse onderzoek onterecht is gedaan, te verwachten dat een vragenlijst op de spoedeisende hulp alle vormen van kindermishandeling die Veilig Thuis vaststelt, kan ‘ontdekken’. Als een kind op de spoedpost komt met een bij de schoolgym opgelopen gekneusde enkel, zal het partnergeweld dat in die periode thuis speelt, niet met vijf vragen over dat letsel aan het licht komen. In zo’n geval verwacht je dit eerder van de leerkrachten. De berichtgeving dat honderden kinderen met de vragenlijst gemist worden, is dan ook onnodig misleidend en demotiverend. Die vragenlijst is vooral bedoeld om medici bij elk letsel van kinderen alert te houden op de mogelijkheid van kindermishandeling. Niet meer en niet minder. De inspectie verplicht ziekenhuizen om een dergelijke vragenlijst aan te vullen met tien andere maatregelen.

In de kranten wordt dit totaalpakket nu gereduceerd tot de vragenlijst. Belangrijke verschillen tussen screenen en attenderen, tussen beschuldigen en zorgen delen, tussen vermoedens bevestigen en melden of hulp organiseren, vallen dan weg. Dit reflecteert diezelfde beschadigende manier van zwart-witcommunicatie waardoor een ouder als Marchje Oldenbeuving werd beschuldigd van kindermishandeling en in de hoek werd gezet. 

Mariëlle Dekker,  directeur Augeo, dat o.a. trainingen geeft om kindermishandeling te herkennen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.