Opinie Veestapel

Veeboeren, het is de hoogste tijd om te zeggen: ‘We stoppen ermee’

Volgens koeienboer Annette Harberink, varkensboer Kees Scheepens en kippenboer Ruud Zanders doen veeboeren er goed aan met hulp van politiek en goede wil te stoppen.

Varkens in de intensieve veehouderij. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Het rapport van het klimaatpanel IPCC van de Verenigde naties is duidelijk. De wijze waarop mensen land gebruiken en voedsel produceren moet op de schop. De belangrijkste verandering: minder vlees. Dit staat niet letterlijk in het rapport. Dat ligt namelijk voor veel, mogelijk alle, overheden te gevoelig. Maar het rapport roept wel expliciet op tot structurele veranderingen. We zullen land efficiënt moeten gaan gebruiken, lees: voor mensen en niet voor dieren of energie.

De reactie van de belangenbehartigers voor de agrarische sector LTO volgde snel: ‘Boeren hebben een oplossing.’ Maar eigenlijk lezen we dan alleen dat we het al zo goed doen en we zelfs de beste van de wereld zijn. Er wordt volledig voorbijgegaan aan het feit dat het rapport juist zegt dat de huidige manier van intensieve productie desastreus is. We zouden de reactie van LTO dan ook anders formuleren, namelijk: ‘Veeboeren hebben een oplossing.’

Waarom zouden we niet nagenoeg geheel stoppen met het produceren van dierlijke producten? Volgens Wagenings onderzoek kunnen we bij een optimaal landgebruik en optimale verwerking van restproducten slechts 20 gram dierlijk eiwit per persoon per dag consumeren.

Natuurlijk kunnen we niet voorbijgaan aan problemen die ontstaan bij het afbouwen van de veestapel: gedane investeringen, zoeken naar nieuwe inkomsten, andere landbouwvormen, etcetera. Maar dat neemt niet weg dat we wel al kunnen kiezen om een geheel andere weg in te slaan.

Opvolging

Laten we er een 20-jarenplan van maken om in 2040 wederom het beste landbouwsysteem ter wereld te hebben. Ieder jaar nemen we 5 procent van onze veestapel uit productie. Te beginnen met boeren die geen opvolging hebben en (bijna) pensioengerechtigden. Dit kan middels opkopen van productierechten. Hiermee kunnen ook eventuele schulden worden afbetaald.

Als we dit twintig jaar lang doen en starten in 2020, dan hebben we onze veestapel in 2040 afgebouwd. We hebben dan niet alleen een efficiënter landgebruik, ook de CO2-footprint van ons voedsel wordt aanzienlijk teruggebracht. En zeker zo belangrijk: we kunnen stoppen met het in meer of mindere mate kwellen van speciaal voor ons voedsel gefokte dieren.

Tegelijkertijd kunnen we in die tijd een nieuw systeem opbouwen waarin de functie van het dier zoveel mogelijk wordt vervangen. Bemesting van akkers kan via plantaardige landbouw en/of het gebruik van humane mest. Restproducten die nu nog aan dieren worden gevoerd, kunnen we mogelijk via nieuwe technieken verwerken tot producten voor de mens (aardappels konden we ook pas eten nadat we ze gingen koken) of terug aan het land geven als bemesting. Vlees, eieren en melk kunnen we vervangen door plantaardige producten, via schimmels uit het laboratorium of via nieuwe kweekvleesmethodes.

Afvalverwerker

Dieren die we nog houden (en na 2040 dus heel beperkt), kunnen we benutten als afvalverwerker in ons voedselsysteem of inzetten voor natuurbeheer. Dieren voeren met voor humane consumptie geschikte producten is onaanvaardbaar en moeten we zo snel mogelijk verbieden. Door inkrimping van de veestapel kunnen we dieren veel diervriendelijker gaan houden, waarbij aangetekend dient te worden dat écht diervriendelijk dieren houden op een commerciële manier nagenoeg onmogelijk is. Maar laten we beginnen met erkennen dat productiedieren levende intelligente wezens zijn met emoties en gevoelens.

Wat we nodig hebben is ondersteuning om boeren niet met financiële consequenties op te zadelen. 300 miljoen euro per jaar kan zomaar voldoende zijn. Dit is amper 0,5 procent van ons Bruto Binnenlands Product (BBP). Verder moet er een sociaal plan komen om boeren en aanverwante industrie te helpen met omschakelen naar nieuwe werkzaamheden. Evenals ooit sociale plannen zijn opgesteld voor mijnwerkers, de textielindustrie of telegrambestellers. Subsidies, nu nog bestemd voor de intensieve landbouw, zouden hieraan besteed kunnen worden.

Kortom, met hulp van politiek en goede wil om het echt beter te doen hebben veeboeren inderdaad een oplossing: ‘we stoppen ermee.’

Annette Harberink is koeienboer, Kees Scheepens is varkensboer en Ruud Zanders is kippenboer.

Lees ook: Met minder vlees is klimaat nog niet gered

Het klimaat vergt drastische beleidswijzigingen voor duurzaam landgebruik, ook van Nederland, schrijven Nathalie van Haren en Stefan Schüller van de ngo Both ENDS in dit opiniestuk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden