ColumnSarah Sluimer

Vandaag gaat ze er iets van maken, het lot in eigen hand nemen

Zie haar zitten in het café. Haren in een fluizige knot. Jas nog aan, ceintuur scheef afhangend tot op de vloer. Niks zit lekker aan haar lijf, maar ze is te moe om zichzelf te schikken. Het kind in de wagen naast haar murmelt zacht. 

Vandaag gaat ze er iets van maken, nu is het tijd haar lot weer in eigen handen te nemen. Ze heeft ferm maar routineus een koffie besteld, alsof ze al jaren een vrouw is die met haar baby de cafés afstruint. Ze leest iets, niet echt, want ze hoort elk geluidje van de zuigeling tot in haar zenuwen. 

En ja, het murmelen zet aan. Ze sust, duwt de wagen heen en weer, raakt een tafeltje, een boze blik, zweet in haar nek. Nu wordt er gekrijst. Ze staat op, met haast opeens. Ze zoekt naar geld, stamelt excuses tegen een stoelpoot. Eindelijk: diep in haar tas haar portemonnee. De wagen hobbelend door de smalle deuropening naar de straat. Met opgetrokken schouders loopt ze stram naar huis om daar weer uren naar die loensende oogjes te staren in de stilte van een dag die nooit voorbijgaat.

Bij het tankstation twee opgeschoten dwarrels met lange benen en hoekige kinnetjes, broer en zus, winterbleek zoals alleen kinderen kunnen zijn. De ogen, de wangen, de mond van het duo, alles hangt omlaag, in een existentiële woede die je alleen op die leeftijd zo openlijk durft te laten zien. De ouders daarachter, hun blik reikt daas over de kinderen heen. De moeder klein, de jas hoog dichtgeritst, het mondje verfrommeld. De vader ooit knap, met nog een zweem van golvend haar, maar nu zijn huid, gezicht en kleding grijs. Tussen de handen van de ouders een keurige tien centimeter. Tussen ieder gezinslid een oceaan.

Een oude man belt op zijn mobieltje zijn grote zoon. Zijn stem is zacht en opgeruimd. Zijn handen trommelen op tafel. Ze praten kort, de zoon heeft andere dingen te doen. Hij hangt op, houdt nog lang het mobieltje stevig in zijn vuist geklemd.

Vandaag ben ik even die moeder, die andere moeder en die twee vaders. Soms gebeurt dat. Dan zak je erdoorheen, dondert het zorgvuldig gebouwde construct in elkaar, lig je op je rug, maar spartel je niet eens meer. In bed bidden dat de baby niet weer wakker wordt. Een moeheid voelen die zo zindert dat je er bijna bewondering voor voelt. Aftellen geblazen tot ze uit huis gaan. Of juist hopen dat ze bij je blijven, terugkomen. Of nog leven.

En precies dan zie je ze. De andere spookouders. Ze lopen langs je heen, soms knikken ze even, meestal niet.

Nu ik een tweede kind heb, weet ik dat alles wat ze doen ook allemaal weer voorbijgaat. Maar nog erger: als het voorbij is, komt het ook weer terug, in steeds andere vormen. ‘Het is een fase’ betekent: het zijn duizenden fases. Dat is ook ouderschap: een eindeloos verlangen naar dingen die er precies op dat moment niet zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden