Brieven Zaterdag 5 januari

Van wie is straks de ruimte als de auto’s de stad uit zijn?

De ingezonden lezersbrieven van zaterdag 5 januari.

Beeld Bas van der Schot

Brief van de dag: autovrije stad

De auto moet weg uit de binnensteden om meer ruimte te maken voor voetgangers en fietsers (Ten eerste, 3 januari). Na 100 jaar heeft de auto zijn langste tijd gehad. Een prima plan. Autoluwe binnensteden zijn aantrekkelijk. Maar, wat gaan we straks met al die vrijgekomen ruimte doen?

Niet alleen verdwijnen er parkeerplaatsen, om de auto terug te dringen uit de binnenstad gaan de parkeertarieven nog verder omhoog voor bezoekers. Terwijl acht van de tien geparkeerde ­auto’s in de oude binnenstad van buurtbewoners of buurtondernemers zijn, merken zij niets van die hogere parkeertarieven. Experts weten dat hogere ­parkeertarieven zeker niet tot minder verkeer hoeven te leiden.

Intussen ‘investeren’ gemeenten vrolijk verder in parkeerplaatsen onder de grond voor vergunninghouders. Zo’n ondergrondse plek kost een gemeente elk jaar tot meer dan tienduizend euro, waarvoor de gebruiker nagenoeg niks betaalt. Dat is een stevige subsidie voor autobezit waar komende generaties de rekening voor blijven betalen. Zo krijgen bewoners en ondernemers wel de lusten van een eigen auto, maar delen zij niet mee in de lasten. Moet hierover met hen niet eens een goed gesprek over alternatieven worden gevoerd?

Tienduizenden geparkeerde auto’s op straat minder in Utrecht, Amsterdam, Den Haag en andere steden klinkt leuk, maar wat zijn straks de spelregels voor het gebruik van de ruimte die vrijkomt? Meer ruimte voor fietsparkeren? Dan vervangen we het ene stilstaande staal door het andere stilstaande staal. Daar winnen we niks mee. Meer ruimte voor voetgangers? Graag. Maar, hoe dan? Het is ruimte van ons allemaal en daarmee eigenlijk van niemand.

Wie het weet, mag het zeggen. Worden de autoluwe buurten straks de hot­spots voor overmobiele hipsters en toeristen? Die bezoekers willen vertier en vermaak, liefst dag en nacht. Daar zit business in. Een beetje slimme overheid wikt en weegt. Die lege parkeerplekken leveren als terras natuurlijk veel precario en banen op. Willen we dat? Of dan toch maar liever die stille auto voor de deur?

Met de aanpak van parkeren alleen worden de binnensteden nog lang niet autoluw en aantrekkelijk. Een echt autoluwe binnenstad vraagt om een samenhangende aanpak met een goed verkeersplan, spelregels voor de openbare ruimte, een intelligent toegangsregime, het beprijzen van verkeer en parkeren – ook voor bewoners en ondernemers – strikte handhaving en veel minder ontheffingen. Verder moet er een plan ­komen voor slimme bevoorrading, goed openbaar vervoer, fietsroutes, voetgangersgebieden en taxivervoer voor wie de auto niet kan missen. Anders worden de binnensteden steeds minder inclusief voor mensen die minder mobiel zijn. Dat wordt nog een stevig debat over de ruimte die vrijkomt als de parkeerplaatsen straks echt verdwijnen.

Walther Ploos van Amstellector citylogistiek, Hogeschool van Amsterdam

Laffe overheid

Zou het geen logische beslissing zijn om van overheidswege vreugdevuren te verbieden, zeker als deze vlakbij een woongebied plaatsvinden. Het is toch te zot voor woorden dat sommige organisatoren van het vuur bij Scheveningen dreigen om, bij een verbod op een vreugdevuur op het strand, weer rotzooi te gaan trappen en branden te gaan stichten in de stad zelf. Het lijken wel terroristen. Dat rijk en gemeente zich nu in bochten wringen om zich hier op diplomatieke wijze uit te praten is tekenend voor de slappe en laffe houding van onze gezagsdragers. Deze houding plaatst men dan onder de noemer tolerantie en gedogen. Belachelijk!

J.W. Nieuwpoort, Alkmaar

Moderne auto’s

In ‘Lekker vuurtje’ (O&D, 4 januari) maakt de schrijver een rekenfout: moderne auto’s stoten 0,118 kg per km uit, niet gram per kilometer. Daarmee wordt de totale uitstoot van het Scheveningse vreugdevuur aan CO2-uitstoot ‘slechts’ het equivalent van 1.700 auto’s die een jaar door de Haagse milieuzone rijden.

Kees Reijnierse, Eindhoven

Duur fikkie

Het is interessant om de CO2-uitstoot van fikkie stoken te vergelijken met autorijden. Een normale auto stoot 118 gram CO2 per kilometer uit. Als de vervuiler zou moeten betalen zou 100 euro per ton CO2 een redelijk bedrag zijn. De automobilist betaalt dan met een jaargemiddelde van 20 duizend kilometer 236 euro per jaar. Het feestje op het strand was goed voor 4 miljoen kg CO2 (O&D, 4 januari) en zou dan echter 400.000 euro kosten!

Zou het dan nog doorgaan?

Jos Jorritsma, Groningen

Kwakzalverij

In het stukje over de BioStabil (Ten eerste, 4 januari) wordt gesteld dat op de TU Delft gevonden is dat de magneet in het hangertje ‘een veel krachtiger straling had’ dan eerder verondersteld. Magneten stralen niet. In de voortdurende strijd tegen magneet-kwakzalverij is het belangrijk dat in de gaten te houden. Het woord straling (met nogal wat negatieve connotaties vanwege de associatie met radioactiviteit) is gereserveerd voor bewegende deeltjes van licht (elektromagnetische straling), elektronen, of stukjes atoomkern. Dat komt allemaal niet uit een magneet: die verspreidt een statisch ‘magneetveld’ dat spijkers aantrekt, of koelkastdeuren. Blijkbaar was de magneet in de BioStabil sterker dan gedacht.

Jan Aarts, Leiden

Beeld Bas van der Schot

Burgers betalen linksom of rechtsom

Het blijft een aanlokkelijke gedachte. De gewone man uit de wind houden als het gaat om de lasten van de energietransitie of om het even welk maatschappelijk probleem door de rekening bij het ‘grootkapitaal’ te leggen. Je moet het geld halen waar het zit nietwaar? Ook wordt gesteld dat de industrie de grootste vervuiler is en in de hoedanigheid van bijvoorbeeld het ‘schatrijke’ Shell verantwoordelijk voor een groot deel van de CO2-uitstoot en de opwarming van de aarde. Laat die club maar dokken dus.

Politici als Lodewijk Asscher, Bram van Ojik en Renske Leijten vinden dit ook een prima idee. Zeker zijn van een schone en leefbare planeet was de titel van een ­gezamenlijk ingediende Kamermotie waarin voorgesteld werd om CO2-heffingen voor de industrie en de energiesector in te voeren zodat ‘Nederlanders niet een te hoge prijs zouden moeten betalen voor de energietransitie.’

Fantastisch natuurlijk. Meteen doen! Er is echter één probleem. Het kan niet. Niet omdat de industrie te groot en machtig en daardoor onaantastbaar is, maar omdat die bedrijven geen los van de rest van de wereld staande entiteiten zijn die we kunnen laten betalen zonder dat ‘Nederlanders’ daar last van hebben. Dat ‘grootkapitaal’, dat zijn wij allemaal. Links- of rechtsom komen hogere lasten voor bedrijven altijd bij burgers terecht. De rekening wordt doorbelast naar de consument of wellicht de werknemer die met een lager salaris genoegen moet nemen. En als we die allemaal buiten schot kunnen houden dan betaalt de aandeelhouder de prijs in de vorm van een lagere winstgevendheid. En ook al heeft de gewone man wellicht zelf geen aandelen in Shell, zijn pensioenfonds heeft die waarschijnlijk wel, en met lagere rendementen op pensioenvermogen wordt het een kariger oude dag of mag hij langer doorwerken.

Doen alsof we bedrijven de rekeningen kunnen laten betalen – en niet de burgers –, is een vorm van kiezersbedrog en dom populisme. Een argument om een CO2-belasting wel bij bedrijven neer te leggen is dat ze daardoor wellicht gaan investeren in schonere productietechnologieën. Maar ook de kosten (en opbrengsten) van die investeringen ­komen bij burgers terecht. Ook denkbaar is dat ze hun productie verplaatsen naar landen waar ze geen CO2 -belasting betalen en dat dus de vervuiling elders doorgaat. Daar schieten we ook niks mee op. Het heeft eigenlijk weinig zin dat een klein landje als Nederland dit soort maatregelen alleen neemt.

Een internationale aanpak is beter, te beginnen in Europa. Wat we ook doen, onder het ‘de vervuiler betaalt’-principe is het ook niet meer dan logisch dat burgers de eindafrekening krijgen. Zonder consumenten die hun producten afnemen zou de uitstoot van de industrie nul zijn.

Ewoud Jansen, Tilburg

Klimaathemel

Rob Jetten, het paradepaardje van D66 noemt klimaatkansen onweerstaanbaar: ‘Schonere lucht in de binnensteden, fatsoenlijke boterham voor onze boeren (dat is dus nu niet het geval), lagere energierekeningen, comfortabele woningen. Duizenden klimaatbanen erbij (O&D, 2 januari). Kortom we zijn in de klimaathemel aangekomen.

Wie vraagtekens plaatst bij de samenhang van minder dan 0,5 procent mondiale CO2-uitstoot door Nederland en de lasten en lastenverdeling voor Nederlandse burgers is een beroepspessimist. Ja, het stigmatiseren gaat in 2019 gewoon door.

Het valt mee dat Rob Jetten de morele kaart niet trekt: houd je dan niet van je kinderen en kleinkinderen? Dat zeker. Ik wil ze behoeden voor een armoedeval.

A. Romein, Gouda

Toppers

‘Het in 1868 opgerichte Ypma beschikt over de beste pianotechnici van Nederland’, zo lees ik op de Economiepagina van 4 januari. Mag ik vragen wie op grond van welke criteria tot dit oordeel gekomen is? Ik gun het de eerbiedwaardige firma Ypma best, hoor – maar zo’n opmerking zou zelfs op hun eigen website misstaan.

Hugo Pinksterboer, Assendelft, auteur Tipboek Piano en vleugel

Weinig balans

In een even venijnige als warrige recensie van mijn boek De conservatieve revolte (Sir Edmund, 29 december), zet Hans Achterhuis een ongekend harde persoonlijk aanval in. Ik zou een irritante etikettenplakker zijn, mijn werk onwetenschappelijk, en het is nog maar de vraag of ik de boeken die ik bespreek echt gelezen heb, zo suggereert hij vilein. Het zijn zware beschuldigingen waar Achterhuis nog niet het begin van een onderbouwing voor levert.

Zo beklaagt Achterhuis zich erover dat ik H.J. Schoo, de voormalige adjunct-hoofdredacteur van de Volkskrant, van het etiket ‘neoconservatief’ voorzie. Alleen was ik niet de etikettenplakker in deze. Het was de vroege PVV-ideoloog Bart Jan Spruyt die Schoo tot zijn neoconservatieve geestverwanten rekende, waarop H.J. Schoo hem daarin gelijk gaf. Dat kon Achterhuis lezen in mijn boek.

Ook de vraag of ik Huntington en Scheffer wel gelezen heb, is voor een minder bevooroordeelde lezer makkelijk te beantwoorden: ik citeer tenslotte uit die boeken, met paginanummers en wel. Zijn oordeel dat mijn proefschrift onwetenschappelijk is, baseert Achterhuis op één voetnoot over Paul Scheffer (voor de geïnteresseerden, het is nummer 65 op pagina 346), waarvan hij de inhoud verkeerd weergeeft.

Tot slot is het saillant dat Achterhuis mijn ‘onwetenschappelijke’ boek afzet tegen het werk van historicus James Kennedy. Het is namelijk diezelfde Kennedy die in mijn promotiecommissie zat. Het is jammer dat Achterhuis zo weinig balans betracht in zijn rol als recensent.

Merijn Oudenampsen, Amsterdam

Verhoging

Heb zojuist het bedrag van mijn pensioen bij pensioenfonds ABP per 1 januari 2019 bekeken. Mijnheer Rutte, ik krijg 1,35 euro minder dan in 2018. Ziektekostenverzekering en energierekening fors omhoog.

Over de prijsverhogingen door de verhoging van de btw wil ik het niet eens hebben. Hoezo ‘we gaan er allemaal op vooruit’?

José de Ferrante, Den Haag

Hoezo opdringen van waarden?

Van Fenema en Hengstmengel hebben het mis. In hun stuk ‘Genderideologen, dring ons uw waarden niet op’ (O&D, 4 januari) waarschuwen ze voor ‘ideologische rechtspolitiek’.

Daarin wordt het recht gezien als een instrument voor bijvoorbeeld emancipatie, en emancipatorische overtuigingen zijn ideologisch, ergo slecht. Dit vind ik een vreemde conclusie.

Het rechtssysteem legt áltijd een bepaalde moraliteit op, en is vaak niet zo objectief als de schrijvers hier claimen. In Nederland was het ook illegaal voor twee individuen van hetzelfde geslacht om te trouwen. Toen dit werd gelegaliseerd, was dit een zeer belangrijke stap voor de emancipatie van niet-hetero­seksuelen. De wet werd hier gebruikt voor een bepaalde moraliteit, en dat is niet problematisch.

Ten tweede vind ik het bizar dat de schrijvers stellen dat het accentueren van genderidentiteit risicovol zou zijn voor jongeren.

Het publieke gesprek rondom gender geeft ruimte voor jongeren – en alle andere individuen – die worstelen met hun genderexpressie- en identiteit, en laat hen weten dat zij niet alleen zijn in deze zoektocht.

Hoe zou dit een negatief effect kunnen hebben op de stabiliteit van het opgroeien van jongeren?

Lisa van der Poel, Maastricht

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.