Column Arthur van Amerongen

Van ramadan viel niets te merken in Puerto Banús. Met lunchtijd zaten overal Saoedi’s te schransen

Met mijn maat Ivo bivakkeer ik een paar dagen in Puerto Banús, de jachthaven van Marbella. All work and no play, want het ­betreft bloedserieuze research voor ons boek Costa del Coke. Puerto Banús is de speeltuin van Saoedi’s en drugscriminelen die in Lamborghini’s, Hummers, Audi’s (niet het plofkraaktype maar meer de R8 V10 Plus) langs het haventje defileren. Het publiek bestaat vooral uit Engelse tokkies: lads in schreeuwende voetbalshirts en stomdronken Miss Piggies in helaas weinig verhullende avondjurken.

Het goede nieuws is dat het in Puerto Banús ­wemelt van de Libanese restaurants. Ik woonde ooit in Beiroet, waar ik op sprookjesachtige wijze werd vetgemest door mijn hospita Nouna en verslaafd raakte aan hummus, baba ganoush, tabouleh, kibbeh, fattoush en kishk.

Terug in Amsterdam maakte ik van restaurant Beiroet in de Kinkerstraat, van Tony en Kamal, mijn huiskamer. Zuid-Amerika ging prima qua mijn verslaving aan Libanees eten, want daar wemelt het van de turcos (Arabieren uit de Levant) en daar kon ik me overal te buiten gaan aan de mezze.

In de Algarve is het nog moeilijker hummus te vinden dan goeie coke, dus ik was blij dat ik mij bij de Libanezen van Puerto Banús ongans kon vreten gelijk Gargantua. Van ramadan viel niets te merken. Sterker nog: met lunchtijd zaten overal Saoedi’s te schransen. Ongegeneerd, alsof Allah niet bestond, met tafels bomvol bier, wijn en sterke drank en alles gehuld in shishanevelen.

Ik had ze lang niet gezien, de Saoedi’s. Vroeger kwam ik regelmatig in Caïro en dan ging ik in de tuin van het Marriott borrelen met Harm Botje, oud-correspondent van NRC Handelsblad en schrijver van het cultboek In de ban van de Nijl. Zijn gedetailleerde beschrijvingen van de Caïreense badhuizen zijn een hoogtepunt van de Nederlandse reisjournalistiek.

In het Marriott barstte het van de Saoedi’s: vadsige kerels in witte doorschijnende jurken die net als hun Egyptische broeders de hele dag aan de lul ­zaten te krabben, onderwijl lurkend aan de waterpijp. In het casino van het Marriott gingen ze uit hun bol, vergezeld door hoeren van uiteenlopende genders. Ze waren gehaat maar vanwege de centjes durfde niemand ze te berispen.

Nu echter maakten de Saoedi’s mij blij want misschien waren zij de pioniers van een nieuwe, verlichte Europese islam, met niet Mekka en Medina als centrum, maar Puerto Banús, dat trouwens, heel flauw, ook wel Puerto Anus wordt genoemd, omdat de prostituees vanwege hun Arabische klanten gespecialiseerd zijn in ‘op zijn Grieks’.

Beeld Gabriël Kousbroek
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.