COLUMNHARRIET DUURVOORT

Van mijn oude tante Es moet ik de stekker er weer in stoppen

Deze tijd, waarin het coronavirus onheilspellend over de verstilde lente hangt, is een tijd waarin je de dierbare oude mensen in je omgeving zoveel mogelijk wil spreken. Dus ­belde ik tante Es.

Een maand geleden werd ze, onvoorstelbaar, 105. Ze vierde het in onze Surinaamse kerk, de Evangelische Broedergemeente in Amsterdam. De kerk waarin ik opgroeide. Ik moest helaas verstek laten gaan, want mijn zoontje en kerkdiensten, dat gaat niet zo goed samen. Een stampvolle kerk, dat kon vorige maand nog, vierde de verjaardag van haar oudste lid. En dat was prima zo. Voor ook nog eens een ­bigiyarifeest – Surinamers vieren alle vijfjaarsverjaardagen met een knalfuif – had ze niet zoveel puf. De grote bigiyari van vijf jaar geleden lijkt nog als de dag van gisteren. Toen had ze een zaal had afgehuurd in de Bijlmer en was ze met haar rollator niet van de dansvloer af te slaan geweest.

Hoewel ik tante Es lang niet gezien heb, hoor ik veel, via mijn moeder. Al sinds de jaren vijftig zijn ze bevriend. Bijvoorbeeld dat tante Es, toen ze 104 werd, besloten had om haar haren niet meer te verven. Ze was nu wit, dat was verrassend want we hadden haar nog nooit op een grijze haar betrapt. Maar ze ging zoals altijd met de mode mee, ook in deze tijd besluiten steeds meer vrouwen hun haar grijs te laten. Tijd dat ik dat ook deed, vond mijn moeder.

Tante Es slaat zich monter door de dagen van opsluiting. Er is flink voor haar gehamsterd. Iemand bracht zoveel pakken houdbare melk, dat ze misschien wel tot haar 106de verjaardag melk kan drinken. En er is veel eten.

Ze weet nog wanneer de verjaardag van mijn zoontje is. Ik vertel haar hoe hij opgroeit, met zijn beperking. Ze meent dat de natuur hem goed zou doen. Ze ziet ons op een boerderijtje en is meteen praktisch: kan ik mijn huis in Rotterdam niet verkopen en ergens in de provincie gaan wonen, met plek voor een moestuintje? En misschien zelfs voor kippen en geitjes?

Wellicht, zeg ik. Ik ben eerlijk: ik vertel dat ik mij wel eens zorgen maak over de toekomst. ‘Bid je wel genoeg, Riëtte?’, valt ze mij in de rede. ‘Je weet toch dat Hij over jullie waakt?’ Ze noemt me Riëtte, zoals ik in mijn jeugd altijd genoemd werd. Zoals ze het zegt, voel ik mij ineens weer 10. De tijd dat we elkaar elke zondag zagen, in de kerk. De tijd dat ik rotsvast was in mijn kinderlijke geloof. De twijfel kwam later, en met de twijfel het gepieker.

‘Je moet wel de stekker in het stopcontact steken’, stelt ze resoluut. ‘De stekker?’, vraag ik.

‘Mensen die hun geloof zijn kwijtgeraakt, hebben per ongeluk de stekker eruitgehaald. Dan is de lijn dood, dan kan je niet meer bidden. Jammer, ze hebben vooral zichzelf ermee. Want je kunt niet alles in het ­leven zelf oplossen en het hoeft ook niet. Je kunt erop vertrouwen dat je hemelse Vader alles van je weet en altijd over jou en je kind waakt, ook als je er niet meer bent om voor hem te zorgen.’

Ik glimlach. Het is benijdenswaardig om zo kalm in het leven te staan. Zo’n onwankelbaar vertrouwen te hebben in de gedachte dat uiteindelijk het leven wordt beheerst door een vaderlijke God, wiens wegen misschien soms ondoorgrondelijk zijn, maar die altijd uit liefde handelt, troost biedt in de benauwdste uren en, als kers op de taart, een ­hemels hiernamaals.

Ik moet denken aan wat mijn moeder altijd zegt: als je nu nog íéts overhoudt aan je christelijke opvoeding, laat het dan die rustgevende wijsheid uit dat bekende gedicht zijn. ‘Een mens lijdt dikwijls het meest door het lijden dat hij vreest/ doch dat nooit op komt dagen/…/ maar komt het eens in huis/ dan helpt God altijd weer/ en geeft Hij kracht naar kruis.’

‘Nou zeg, we hebben bijna een uur gepraat.’ Tante excuseert zich, want ze wil na het nieuws van 1 uur meedoen aan Nederland in Beweging. ‘Zittend, staand lukt niet meer.’ Met een glimlach op mijn gezicht hang ik op. Ik ga opruimen en op zoek naar mijn stekker, neem ik mij voor.

Harriet Duurvoort is publicist

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden