Van maakbaarheid naar haalbaarheid

Babyboomers hebben heimwee naar maakbaarheid. Jongeren weten dat blauwdrukken niet werken. Een organisatie moet heldere waarden vaststellen. Daarna kan zij de toekomst op zich af laten komen.

Als er één sector is waar planning en maakbaarheid altijd hoogtij hebben gevierd, is het wel de ruimtelijke ordening – zeker in Nederland. Onze traditie van ingrijpen in het landschap is wereldvermaard. Maar de vraag rijst hoe lang die traditie nog standhoudt, gezien recente praktijken op het ministerie van VROM.

Om een idee te schetsen hoe Nederland er in 2040 uit zou moeten zien – een taak waarmee het departement van VROM nu eenmaal is belast – hebben ambtenaren onlangs hun toevlucht genomen tot een nieuwe manier van onderzoek. Ze vervoegen zich op beurzen waar veel landgenoten komen.

Zo togen zij vorig jaar onder meer naar de Country & Western-Beurs in Den Bosch en de Love and Marriage-Beurs in Zwolle. Aldaar vroegen ze bezoekers naar hun ideeën over de toekomst en gebruikten die input voor hun ambtelijke schetsen.

De ambtenaar die mij hier kortelings over vertelde, was eigenlijk best trots op deze creatieve – en goedkope – manier van toekomst voorspellen. De politiek geeft geen richtlijnen meer, de ideologieën zwijgen. Willekeurige burgers mogen de leemtes vullen. Maar die zien de toekomst somber in en dreigen, althans volgens de betrokken ambtenaar, massaal op Geert Wilders te stemmen als uiting van hun angst.

So much for maakbaarheid. We weten nauwelijks nog waar we naartoe willen. Ambtenaren die de toekomst moeten schetsen, zijn overgeleverd aan hun eigen beste inzichten. Je vraagt je af waarom we überhaupt nog een planning voor 2040 zouden maken.

Dit voorjaar was de maakbaarheid door de overheid opeens terug op de agenda. De kredietcrisis – een gevolg van uit de hand gelopen marktwerking – kon slechts beteugeld worden door ferm overheidsoptreden. Met zijn acute naasting van banken bracht het kabinet een begin van vertrouwen terug in het financiële stelsel. De overheid leek back in town, een triomfator over de markt.

Maar de euforie is weggeëbd. De wonden van de crisis vallen vooralsnog mee. De financiële wereld is opgeveerd. Maar de internationale overheden hebben nog geen fundamentele gedragswijziging kunnen afdwingen. De maakbaarheid door de overheid was tijdelijk en beperkt.

Heimwee
Is het verlangen naar maakbaarheid een kwestie van heimwee bij de vijftigers en zestigers, de babyboomers waar ik mezelf ook maar toe reken? Mijn generatie ziet haar macht en haar invloedssfeer tanen – en heeft daar moeite mee. Geloof in maakbaarheid vormde het vuur van het vooruitgangsdenken in de gehele westerse wereld.

Het stuwde mijn generatie op in haar emancipatie en in de welvaartsgroei die daar automatisch mee gepaard leek te gaan.
Natuurlijk, het maakbaarheidsdenken heeft ook verwerpelijke kanten. Denkers als John Gray wezen erop dat juist het vooruitgangsdenken genocides mogelijk heeft gemaakt. Maar de kern van het maakbaarheidsdenken: dat A vanzelf tot B leidt, mits goed aangestuurd, vormt nog steeds het denkraam van de oudere generaties. Zij kijken naar de wereld als een systeem.

Als ze eerlijk zijn, willen ze best toegeven dat de wereld steeds minder voorspelbaar wordt, maar leuk vinden ze dat niet. Het maakt ze vatbaar voor nostalgie.

Toch is verandering een feit; onze samenleving zit in een overgang. Internationaal gezien is het westen op zijn retour. De eeuw van Azië, zoals de Singaporese diplomaat Mahbubani zijn boek betitelde, is begonnen. De machtsverschuiving waarvan wij getuige zijn, is niet enkel economisch en politiek, maar ook cultureel. Er komt meer belangstelling voor de Aziatische benadering van de wereld. Die wijkt op belangrijke punten af van de westerse.

De organisatiepsycholoog Peter Robertson benoemde eind vorig jaar in NRC Handelsblad een belangrijk verschil. Robertson wil dat managers minder controle uitoefenen. Hij zegt dat mensen hun werkzaamheden doorgaans zelf uitstekend organiseren, mits het bedrijf of de organisatie de doelen helder en consistent aangeeft en bewaakt.

Robertson geeft les in China. Aldaar, zo vertelt hij, spreekt de term zelforganisatie veel beter aan. Wij, de Europeanen, denken in termen van oorzaak en gevolg. Wij denken dat wij de wereld kunnen controleren als we over alle feiten beschikken. Zo niet Aziaten. Die geloven dat alle onderdelen functioneren binnen één geheel. Ze hebben niet zozeer een mechanische als wel een holistische blik.

Het Westen kan hiervan iets opsteken, zegt Robertson. Mensen worden niet onzeker van onverwachte gebeurtenissen, want die horen bij het leven. Ze worden onzeker als niet duidelijk is wat nu eigenlijk het belangrijkste is, of als de waarden wel worden gepropageerd, maar er niet naar wordt gehandeld.

Veranderlijk
Dit is een herkenbaar vraagstuk voor mijn generatie, zoals mag blijken uit een oud maar sprekend voorbeeld. Van een Amsterdamse wethouder was komen vast te staan dat hij prostituees had bezocht op de tippelzone, terwijl hij wist dat daar verslaafden werkten. Toen mijn destijds 15-jarige zoon dat hoorde, zei hij pesterig: ‘Laat mij raden, PvdA, zeker?’ Die opmerking werkte als een koude douche. Volgens mijn zoon konden PvdA’ers zomaar A zeggen en B doen, en er geen been in zien. Hun ideologie was een leeg begrip geworden. Ze gaf, om met Peter Robertson te spreken, geen blijk meer van een consistent en helder waardepatroon.

Dit probleem treft ook andere partijen. Sinds de Paarse jaren negentig is het ideologische onderscheid vervaagd. Daarvoor in de plaats zijn nieuwe scheidslijnen gekomen waar de politiek amper weg mee weet: hoogopgeleiden versus laagopgeleiden, insiders versus outsiders. En, jongeren versus ouderen.

Inmiddels weet ik dat mijn zoon sprak voor een hele generatie; jongeren tussen circa 18 en 25 jaar, homo zappiens of generatie Einstein genoemd. Het is de generatie die weinig zekerheid heeft meegekregen, althans, in niet-materiële zin. Van jongs af aan kregen ze te horen dat de overheid niet alles kan, dat marktwerking heilzaam is, dat mensen hun eigen problemen moeten oplossen en dat de grote verhalen voorbij zijn.

Ze groeiden op met de commerciële tv, maar ook met de VN-kinderrechten; met voortdurende technologische vernieuwing, maar ook met een recordaantal scheidingen, met de opkomst van de BN’er en met de waterscheiding tussen vwo en vmbo. Ze leerden, om de Zweedse wetenschappers Lindgren, Lüthi en Fürth te citeren ‘dat je innerlijke harmonie moet vinden, goed met jezelf overweg moet kunnen en zorgen dat je het naar je zin hebt ongeacht de omstandigheden, want die zijn nogal veranderlijk’.

Deze jongeren opereren voortdurend in netwerken. Ze hechten aan elkaars opvattingen en ze vallen op elkaar terug. De Zweedse wetenschappers spreken van de me-we-generatie. Je zou ze ook holistisch kunnen noemen; ze leven in een bewegend geheel van individuen.

Authenticiteit
Die individuele benadering komt ook terug in hun maatschappelijke oordeel. Ideologie zegt hun weinig, authenticiteit des te meer. Wie oprecht is en daarnaar handelt, verdient respect. Hier vallen babyboomers gemakkelijk door de mand. Wat we nalaten aan onze kinderen is het klimaatprobleem, de uitputting van de aarde, de schrijnende armoede in grote delen van de wereld – toch houden we vast aan maakbaarheid. We laten jongeren – en dan vooral allochtone jongeren – de klappen van de crisis opvangen, zelf staan we pal voor AOW en pensioen.

Sinds lange tijd groeit een generatie op die haar ouders niet in welvaart voorbij zal streven. Maar in plaats van hun problemen te verlichten, geven we ons over aan angst en behoudzucht. Bijna driekwart van de jongeren ervaart een generatiekloof, zo blijkt uit cijfers van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Veel ouderen hebben dat niet eens door, omdat deze kloof geen clash is – want deze jongeren bezetten geen Maagdenhuis. Ze denken: nog even en de babyboomers zijn opgekrast. Maar zo eenvoudig laten de vijftigers en zestigers zich niet opzij zetten.

Nieuwe maakbaarheid kan niet anders dan bij de ervaring van deze nieuwe generatie aansluiten. Dat betekent: samenwerken, aannemen dat iedereen in beginsel gelijk is en dat iedereen van elkaar kan leren. En, uitgaan van een gedeeld waardepatroon.
Van dat laatste biedt de Rabobank een interessant voorbeeld.

Medewerkers van de bank worden via intranet uitgenodigd met elkaar in alle openheid bepaalde cases te bespreken. Moet mevrouw A in die-en-die omstandigheid een hypotheek krijgen? Handel je een bepaald conflict met een klant het beste zus of zo af? Op deze manier, zo vertelde de directeur communicatie laatst op een conferentie over markt en moraal, geven medewerkers samen invulling aan de ethiek van de bank.

Dit is een nieuwe manier van werken. Oude machtsdenkers moeten hun primaat inleveren en oprecht luisteren naar jongere ondergeschikten. Dat valt sommigen – en mag ik eerlijk zeggen in mijn beleving vaak mannen – niet makkelijk, met name in de publieke sector. Ik ken diverse jongeren die gedesillusioneerd de publieke dienst hebben verlaten omdat hun chefs of andere bovenbazen niet uit het vijftigersidioom bleken te kunnen stappen en creatieve ideeën vermorzelden. Hier is bepaald een wereld te winnen.

Jeukwoord
Voor de jonge generaties is maakbaarheid een jeukwoord, verzekerde mij een lector in de ruimtelijke ordening die dagelijks lesgeeft aan de begin twintigers die straks ons land zullen inrichten. Deze ruimtelijke ordenaars houden zich niet onledig met vergezichten tot 2040 en de angsten van het publiek. Hun scripties staan bol van de term haalbaarheid, van wat praktisch mogelijk is – en niet van maakbaarheid, van wat afdwingbaar is.
Haalbaarheid is vaak afgedaan als niet-ideologisch, als oninteressant. Maar het vereist moraliteit. Een consistent waardepatroon, noemt Robertson dat. Vrouwelijke waarden, Aziatische waarden, waarden van jongeren. Ze komen onvermijdelijk op ons babyboomers af.


Onderzoeksbureau Verwey-Jonker
De ‘Nieuwe Maakbaarheid’ was het thema van de tweede Verwey-Jonker/SER Lezing die Marjolein van Asselt, hoogleraar Risk Governance aan de Universiteit van Maastricht, vrijdag hield. Een van de vragen die ze zichzelf hierbij stelde was: ‘Geloofden we vroeger in een betere wereld en zijn we nu bang voor de toekomst?’ Van Asselt plaatst het dromen van maakbaarheid in de context van het omgaan met onzekerheid. Zij stelt dat het idee van maakbaarheid op gespannen voet staat met acceptatie van onzekerheid.

Yvonne Zonderop, ex- adjunct-hoofdredacteur van de Volkskrant was co-referent. Haar bewerkte bijdrage is hierboven afgedrukt.
De lezing werd vorig jaar voor het eerst gehouden naar aanleiding van de honderdste geboortedag van de in 2004 overleden Hilda Verwey-Jonker. Zij was het eerste vrouwelijke lid van de Sociaal Economische Raad en gaf haar naam aan het in 1993 gevormde onderzoeksbureau Verwey-Jonker.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.