columnjarl van der ploeg

Van het meisje uit Moria hoorde ik niets terug

Als lezer krijgt u het niet altijd mee, maar de meeste verhalen die in deze krant verschijnen, eindigen ver na de laatste punt. Het is immers gek iemands ziel en zaligheid op te schrijven om vervolgens nooit meer iets van je te laten horen. Daarom zeg ik na afloop van vrijwel ieder interview: hier is mijn telefoonnummer, laten we contact houden.

In Nederland resulteerde dat meestal in één, hoogstens twee vriendelijkheidsberichtjes, maar in Italië ligt dat anders. Hier krijg ik iedere Maria Tenhemelopneming van minstens twintig voormalige interviewkandidaten plaatjes van de Heilige Maagd toegestuurd teneinde mij en mijn volledige familie het beste te wensen.

Kampioen berichtjes sturen is Katya di Maria, een Siciliaanse moeder die ik ooit sprak voor een verhaal over armoede in Palermo. Meteen na het interview stuurde ze mij haar eerste appje, waarin ze haar excuses aanbood voor het feit dat ze me alleen goedkope icetea had aan kunnen bieden, en in de jaren daarna volgden nog honderden appjes over hond Paco, die ziek was geworden, hoe het feest van Santa Rosaria in de wijk werd gevierd, dat zoon Valentino jarig was, dat ze een mooie foto had gemaakt van dochter Francesca.

‘Kijk, mooi is ze he?’

‘Ja, heel mooi. Groet, Jarl’

Haar berichtjes komen geregeld tegelijk binnen met die van Giovanni Cafaro, in 2016 de eerste professionele in-de-rij-staander van Italië (voor 10 euro per uur neemt hij je plek over in bijvoorbeeld de rij van het postkantoor). Hij heeft het inmiddels zo geschoten met de Italiaanse bureaucratie, zo appte hij laatst, dat hij zich in maart verkiesbaar stelt als burgemeester van Milaan.

Vaak ontvang ik hun berichtjes als ik eigenlijk geen zin heb om te antwoorden, bijvoorbeeld als ik met mijn vriendin op het strand lig en even heel nadrukkelijk niet aan het werk ben. Maar deze week was dat anders. Deze week maakte ik mij namelijk zorgen om een bericht dat ik juist niet ontving.

De afzender had Fatima Ali Beik moeten zijn, een Afghaans meisje van 16 dat ik drie weken geleden ontmoette in kamp Moria op Lesbos. Toen we langs haar krotje liepen, nodigde ze mij en mijn Griekse collega Daphne uit binnen te komen. We deden onze schoenen uit waarna zij zich verontschuldigde voor haar karige onderkomen. Het rook er naar plas, omdat het krotje op een helling stond en daar in Moria nu eenmaal plas vanaf stroomt. Ze riep haar zusje en gaf haar de opdracht een fles koud water op de kop te tikken, en een zoet koekje.

Beeld Nicola Zolin

Toen we eenmaal zaten, pakte ze een rugzak die ze onlangs had gekregen van een goededoelenclub. Ze was er verschrikkelijk trots op, dat zag je meteen. Er zat een handcrème in, en mascara, een schriftje, dat soort spulletjes. Ik glimlachte en zei dat het mooie spulletjes waren, maar tussen ons in voelde ik een afstand die ik onmogelijk kon overbruggen.

Toen ik haar woensdag na de brand in Moria een bericht stuurde om te vragen of alles goed ging, kreeg ik geen antwoord. Donderdag appte ik nog een keer en vrijdag weer, maar volgens Whatsapp bleven alle berichtjes ongelezen.

Misschien kwam het omdat ze met vriendinnen op het strand lag en even geen zin had om te antwoorden, maar waarschijnlijk was de reden anders.

Ik hoop dat het goed met haar gaat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden