Van der Laan discrimineert

De kamer gaat het over Roma's hebben en de betrokken minister haalt alle zigeunercliché's uit de kast

De Tweede Kamer debatteert 8 oktober over minister Van der Laans advies om geen apart doelgroepenbeleid voor Roma in Nederland te formuleren. Verschillende gemeenten waar Roma wonen hebben de minister verzocht een speciaal beleid te vormen en extra geld beschikbaar te stellen om de problemen met deze groep effectiever te kunnen aanpakken. Van der Laans adviserende brief aan de Kamer getuigt van zoveel onkunde, dat een debat op grond daarvan voor zowel de gemeenten als de Roma nadelig dreigt uit te pakken.

Geen contact

Bij het opstellen van zijn brief heeft Van der Laan zich uitsluitend laten informeren door de ‘Roma-gemeenten’ en geen contact gehad met Roma belangenorganisaties. Daardoor heeft hij zich laten verleiden tot een stereotiepe voorstelling van zaken. Zo verbindt hij de door de gemeenten gesignaleerde problemen met de Roma—criminaliteit, schoolverzuim, buurtoverlast—in één adem met ‘bij de Roma door de eeuwen heen gegroeide tradities en wetten’ die ‘haaks staan op de Nederlandse regels, normen en waarden’.

Vreemd
Niet alleen suggereert de minister dat ‘de Roma cultuur’ de gesignaleerde problemen rechtstreeks voortbrengt, hij stelt die cultuur ook voor als vreemd aan wat hier in Nederland gangbaar is. Dit punt wordt verstrekt door Van der Laans opvatting dat ‘de Roma zichzelf buiten de Nederlandse samenleving plaatsen’. Uit gemeentelijk overleg zou bovendien blijken dat ‘de enkele gunstige uitzondering daargelaten, sleutelfiguren uit de Roma-gemeenschap vaak een strafblad hebben.’ Dit zou het voor gemeenten bemoeilijken met de Roma te onderhandelen.

Zonder de Roma zelf te horen laat de minister zich dus leiden door de klassieke stereotiepe voorstelling van ‘zigeuners’ als een stelletje boeven dat lak aan regels heeft en met geen enkel Nederlands orgaan wil samenwerken. Minstens zo zorgwekkend is dat de minister de rol die gemeenten en het Rijk zelf hebben gespeeld bij het ontstaan van de huidige problemen überhaupt niet heeft meegenomen in zijn advies aan de Kamer.

Profiteurs

In 1978 verleende het Rijk een generaal pardon aan de groep Roma om wie het voornamelijk gaat. Zij kwamen uit het toenmalige Joegoslavië. Van meet af aan werden zij als profiteurs afgeschilderd. Nadat voorstellen van de toenmalige minister van justitie om deze Roma in een apart interneringskamp of in huizen van bewaring op te vangen resoluut door de rechter waren verworpen, besloot het Rijk dat deze groep in vijf jaar moest worden geïntegreerd.

Omdat het Rijk niet meer Roma wilde toelaten, werd gezinshereniging jarenlang gefrustreerd. Rapporten van gemeenten die gematigd positief waren over de integratie werden in de jaren tachtig in de doofpot gestopt om de mening van gemeenten die meenden dat deze integratie faliekant was mislukt alle ruimte te geven. Daarop werd een repressief Roma-beleid ingevoerd.

Passief
Het Rijk stelde zich passief op en liet beleidsvorming aan de gemeenten over, die vaak nauwelijks met de Roma overlegden. De minister greep pas in als er zich problemen voordeden en deed dat meestal door geld uit de gemeentelijk politiepot over te hevelen. Dit repressieve, criminaliserende beleid hield aan tot begin jaren negentig.

In tegenstelling tot wat de laatste tijd in de media is gesuggereerd, past de ‘Roma-gemeente’ Nieuwegein goed in dit beeld. Na de jaren van planmatige integratie en die van handhaving, organiseerde Nieuwegein van 1997 tot 2007 alleen losse projecten zonder de Roma structureel in beleidsvorming te betrekken.

Terwijl wordt gesteld dat Nieuwegein na 30 jaar ‘vruchteloze investering’ in haar Roma nu kiest voor een hardere aanpak, getuigt de geschiedenis van een op z’n best incoherent beleid van goede bedoelingen en beperkte inspraak van de doelgroep. Niettemin stellen de Roma-gemeenten nu de ‘zero tolerance’ aanpak van Nieuwegein als ‘model’ aan de minister voor en is het deze beeldvorming waardoor de minister zich in de brief aan de Kamer laat leiden.

Niet gebaat

Als het Rijk wil leren van in het verleden gemaakte fouten, is er echter alles aan gelegen dat ‘Nieuwegein’ niet het uitgangspunt van het Roma-beleid wordt. De Roma, maar ook de gemeenten zelf zijn niet gebaat bij de voortzetting van dit kortetermijndenken. Een doelgroepenbeleid voor Roma is, anders dan de minister voorstelt, wel degelijk verdedigbaar.

De Roma moeten dan echter niet alleen worden gehoord, maar ook actief aan zo’n nieuwe landelijke beleidslijn kunnen meewerken. Na 30 jaar is het de hoogste tijd met het integratiebeleid zonder participatie af te rekenen.




Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.