COLUMNSylvia Witteman

Van dat handen schudden zijn we voorlopig verlost. Hulde!

Ik lees de laatste tijd vaak het woord ‘huidhonger’. Er loopt dan een rilling over mijn rug en in mijn keel krijg ik een wurgend gevoel, alsof ik een grote, taaie lap rauw kippenvel moet doorslikken. Er bestaan méér van dat soort smerige woorden, zoals ‘wondvocht’, ‘eeltkorst’, ‘moederkoek’, ‘vleestomaat’,  ‘vruchtwater’ en het Duitse woord voor ‘tepel’: Brustwarze, (letterlijk ‘borstwrat’), maar ‘huidhonger’ is toch wel een van de smerigste. Ik zie dan voor me hoe iemand een gretige hap neemt uit de slappe, bleke binnenkant van een menselijke dij of bovenarm, en voor mij is de eventuele behoefte aan fysiek contact onmiddellijk voor een etmaal verdwenen.

Dat is meteen ook een van de voordelen van dat virus: we hoeven zo lekker weinig mensen aan te raken, de laatste tijd. Van dat handen schudden, bijvoorbeeld, zijn we voorlopig verlost. Hulde! Een hand voelt zelden prettig aan, hij is vochtig, plakkerig, perkamentig of ruw, er wordt te hard geknepen of te slap gedrapeerd, te lang vastgehouden of te hevig gezwengeld; ik ben niet gauw ergens vies van (ik aarzel geen moment om een halve gehaktbal op te eten die een wildvreemde op zijn caféterrastafeltje heeft laten liggen), maar na een handdruk voel ik me vaak een beetje bezoedeld.

En vaak kom je er niet eens met een handdruk van af, en moet je zoenen. De ellende is dat je van de meeste mensen niet zeker weet of ze een hand willen of een (dan wel meerdere) zoen(en), en of ze echt je mond op hun wang willen of alleen een smakje in de lucht, naast hun oor, met het oog op hun make-up, om over het beruchte dilemma van de een, twee of drie zoenen nog niet te spreken. Het is zo ongemakkelijk allemaal, en dan ruiken mensen vaak ook nog naar verkeerd reukwater, slecht gebit, te veel koffie en niks gegeten, noem maar op. Zelf stink ik bijna altijd hevig naar knoflook. Ook dat vind ik ongemakkelijk, maar ik blijf tóch gewoon heel veel knoflook eten, want er zijn grenzen aan de concessies die je voor je medemens doet.

En dan zijn er nog die enge types die een zogeheten ‘knuffel’ willen. Ook hier biedt corona – tijdelijk dan wel voorgoed – genade en verlossing. Er zijn maar héél weinig wezens die ik van harte in mijn armen sluit. Een stuk of acht misschien, en daarvan bestaat dan nog de helft uit katten. Katten hebben dan ook geen huid, of althans, die krijg je niet te zien en te voelen, en dat is een enorm voordeel.

Verder hebben katten trouwens ontzettend veel nadelen, maar dat is een ander verhaal. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden