Column Thomas van Luyn

Van dat beugeldragen komt niets terecht

Beeld Valentina Vos

Mijn zoon heeft een blokbeugel. Zo’n monsterlijk gevaarte van plastic en ijzerdraad waarmee hij niet kan spreken of eten. Hij ziet eruit alsof hij een slof sigaretten in zijn mond heeft verstopt. Het doet denken aan van die gekke middeleeuwse straffen. ‘De zondaar heeft op Tweede Paasdag de naam van de koning spottend uitgesproken in de aanwezigheid van twee nonnen. Wij veroordelen u tot twee jaar Mondblok. Baljuw, haal de orthodontist!’

Officieel moet hij het ding de hele dag in houden, maar hij gaat net naar de middelbare school. En het leek ons een slechte start om hem de puberjungle in te sturen, gewapend met slechts een centenbak en zwijgplicht. Maar ja, als hij een vriend mee naar huis neemt, moet hij daar wel mee kunnen praten natuurlijk, en ‘s avonds tijdens Fortnite, ja dan roddelt hij online met zijn klasgenoten, dat is natuurlijk een prima manier om te aarden in zo’n klas, dus dat willen wij hem ook niet ontzeggen.

Van die hele dag beugeldragen komt dus niets terecht. Af en toe bij het huiswerk. En tijdens het slapen natuurlijk, daar zou hij gebitscorrigerende meters moeten maken. Maar zodra zijn ogen dichtvallen, spuugt hij de indringer uit. Of dat kwade opzet is, weet ik niet. En of het toeval is dat de beugel precies daar valt waar ik er op stap als ik nog even een aai over zijn bol kom geven, zodat we elke week opnieuw bij de orthodontist zitten om het ding te laten repareren, weet ik ook niet. Maar verdacht is het wel.

Ik kan het hem moeilijk kwalijk nemen want ik had vroeger ook een blokbeugel, en die haatte ik. Ik werd er een keer zó kwaad over, dat ik tijdens een ruzie met mijn ouders het ding kapotgooide tegen de muur. Die slag won ik, mijn ouders gaven het op en ik huppelde beugelvrij het leven door. Gevolg: mijn tanden gingen ongeveer even netjes op een rij staan als de bezoekers van de Drie Dwaze Dagen rond de bak met afgeprijsde leggings.

Toen ik was uitgegroeid, was de puinhoop zodanig dat er niets meer te beugelen viel. In plaats daarvan trok de kaakchirurg er wat overtallige kiezen uit, en werd de voortand die het ergst naar achteren was gedrukt een beetje opgehoogd met plastic, zodat het er nog een beetje uitzag. Een klein bekje heb ik altijd gehouden. Toen ik een keer las dat Annemarie Oster zo baalde van haar mannelijke kaaklijn, dacht ik dan ook: sommige mensen zijn nooit tevreden.

Mijn broer heeft dezelfde genen, en bij hem is besloten om zijn kaak door te zagen. U leest het goed: kaak doorzagen. We hebben gentherapie, 3D-printers en muizen die met oren op hun rug rondlopen, maar voor kaakchirurgie gaan we naar de barbier en zijn zaag. Ik vermoed dat ze mijn broer eerst volgieten met rum. Door een trechter. En dat daarna vijf stevige kerels hem in zijn stoel gedrukt houden. En dat alles midden op het dorpsplein. Doorzagen, kom nou.

Vroeger lieten jonge stellen ál hun tanden trekken, want die gaven maar gezeik. Dan kregen ze van hun ouders voor hun bruiloft een kunstgebit. Veel praktischer dan al dat gehannes met tandartsen, orthodontisten en kaakchirurgen. Als iedereen dat weer zou doen, zou er nooit meer op de zorg bezuinigd hoeven worden.

t.vanluyn@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden