ColumnAaf Brandt Corstius

Van bijna niets in het leven mag je zeggen dat het te lang duurt, behalve van januari

De Amerikaanse cartoontekenaar Roz Chast, van wie ik fan ben, maakte een taartdiagram van het jaar die precies klopte. Elke maand is in die diagram een stukje taart, waarbij januari een derde van de hele taart is, februari een kwart, en de maanden daarna steeds een kleiner deeltje, waarbij december uiteindelijk een flinterdun partje is.

Die diagram klopt, want tijd is, zoals alles, ongelofelijk fluïde, en behalve in omgedraaide landen als Australië, waar januari wel iets anders zal zijn, zullen de meeste Europeanen en Amerikanen het erover een zijn dat januari een schier oneindige maand is.

En ook, bedenk ik pas aan het eind van januari, dus ik opper deze gedachte net te laat, maar je kunt er volgend jaar weer je voordeel mee doen, en waarschijnlijk heb je dat de hele maand januari sowieso al gedaan: de maand die je van werkelijk alles de schuld kunt geven.

Dat is het erge aan maanden als mei en juni: elk geestelijk perikel, elk depressief avondje, elke dag dat je denkt ‘ik blijf maar eens even thuis onder het dekbedje liggen’ voelt dat slecht en tegennatuurlijk, want buiten zitten mensen op terrasjes te lachen en fluiten er allerlei vogels. In januari daarentegen is het volkomen geaccepteerd om aanhoudend te zeggen dat je je beroerd voelt, want januari. En: van januari mag je dus ook zeggen dat je vindt dat hij veel te lang duurt.

Dat mag van bijna niets in het leven. Je mag sowieso niet van het leven zeggen dat het te lang duurt, maar ook bijvoorbeeld niet van je werkweek – daarvan moet je de hele tijd zeggen dat hij voorbijvliegt omdat je je werk amper kunt bijbenen – of van de jonge jaren van je kinderen, die mag je ook niet lang vinden duren, en je mag ook niet van je vakantie zeggen dat hij te lang was – hij vlóóg voorbij, nee, er was echt geen enkel moment dat je op je vingers zat af te tellen dat je nog acht hele dagen moest stukslaan op dat ene eiland.

Maar van januari mag je zeggen dat hij te lang duurt, dat is acceptabel en wordt zelfs een soort van verwacht. En ook dat januari stom is, en stemmingbedervend. Mensen die dol zijn op januari: ik ken ze niet. En als ze er zijn, worden ze vast raar aangekeken, een beetje zoals mensen die dol zijn op vleermuizen.

Een goeie reden dus om januari eens dankbaar te zijn, nu het net nog kan, want al die andere maanden moeten we op eigen kracht doorkomen, zonder zondebok, in het volle zonlicht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden