ColumnWilma de Rek

Van alle menselijke tekorten die ik bezit, is te laat komen de hinderlijkste

Nooit is mijn zelfhaat dieper dan de avond voor ik op vakantie ga. Op tafel ligt een verlopen paspoort, daarnaast een stapel verkreukelde kleren, daar weer naast staat de laptop waarop nog van alles moet worden gedaan. Lege koffer, volle mailbox: dat wordt nachtwerk en morgen de wekker op zes uur, om uiteindelijk drie uur later te vertrekken dan gepland.

Waarom toch?

Ik heb best een overzichtelijke baan. Ik heb een overzichtelijke hoeveelheid kinderen die zichzelf allang kunnen aankleden. Ik heb een overzichtelijke vriendenkring, geen tijdrovende hobby’s en op Facebook kijk ik nauwelijks, want ik vind het niet leuk steeds dingen leuk te moeten vinden. Toch ren ik vaak achter mezelf aan. Van alle menselijke tekorten die ik bezit, is mijn neiging te laat te komen en spullen niet op tijd af te hebben, de hinderlijkste.

Elke ochtend neem ik me voor mijn leven te beteren en elke avond constateer ik dat het er weer niet van is gekomen. Gelukkig ben ik niet de enige. ‘Ze zeggen dat de weg naar de hel is geplaveid met goede voornemens’, schrijft gedragseconoom Dan Ariely in zijn boek Waarom we altijd tijd tekort komen en ander irrationeel gedrag. ‘Als universitair hoogleraar weet ik alles van uitstel. Aan het begin van elk semester doen mijn studenten zichzelf dappere beloften: ze beloven dat ze hun opdrachten op tijd zullen lezen, hun papieren op tijd zullen inleveren en over het algemeen alles goed zullen bijhouden. En elk semester zie ik hoe de verleiding ze mee uitneemt, naar de studentenvereniging voor een bijeenkomst, naar een skitocht in de bergen, terwijl hun werklast zich meer en meer opstapelt.’

Hij doet een experiment met drie groepen studenten die hij op verschillende manieren met deadlines laat omgaan. De ene groep is zo vrij als een vogeltje en hoeft pas eind van het semester zijn spullen in te leveren, een tweede groep mag zelf kiezen wanneer alles klaar moet zijn maar moet zich wel aan de zelfgekozen deadlines houden en de derde groep krijgt zijn deadlines van boven opgelegd, waarbij geen enkele flexibiliteit wordt betracht. Aan het einde van het semester blijken de prestaties van groep drie het best en die van groep één het slechtst. We zijn kortetermijnjunks, gericht op directe behoeftenbevrediging. Zonder knoet van buiten komen we nergens.

Mijn jongste broer, qua laat komen een nog treuriger geval dan ik, heeft ergens gelezen dat ons gedrag wijst op minachting voor de medemens. Maar dat geloof ik niet. Ik kom te laat zonder aanzien des persoons, ook bij mensen van wie ik innig hou.

In Wilskracht van Roy Baumeister las ik een sympathiekere diagnose: ik lijd aan wat psychologen planning fallacy noemen. Mensen met planning fallacy zijn eigenlijk heel lief. Ze zijn alleen te optimistisch. Ze denken dat ze veel meer werk kunnen verzetten dan in het echt het geval is, niet omdat ze zichzelf zo geweldig vinden, maar omdat ze stelselmatig een foute, te luchtige inschatting maken van de hoeveelheid tijd die iets zal kosten. Baumeister raadt planningsoptimisten aan de hoeveelheid tijd die ze voor elke klus uittrekken te verdubbelen en er dan nog wat tijd bij te plannen. Of aan anderen te vragen hun planning te beoordelen.

Ik gooi Wilskracht in de koffer. En ook Waarom we altijd tijd tekort komen en ander irrationeel gedrag van Dan Ariely. En Je moet je leven veranderen van Peter Sloterdijk. Plus De moeilijke kunst van het bijna-nietsdoen van Denis Grozdanovitch. Vier boekjes, die krijg ik in een week gemakkelijk uit. En ik kom van vakantie terug als een sterk verbeterde versie van mezelf. Hoera!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden