Column Jarl van der Ploeg

Van alle herinneringen die ik maak in Rome, hoop ik vurig dat deze blijft

We reden samen op onze scooter door Rome en alles werkte op mijn zenuwen – de stoplichten, de gaten in de weg, de geur van de uitlaatgassen – tot mijn vriendin opeens haar hoofd naar mijn oor bracht en riep: ‘Heerlijk, hè? Rome.’

‘Wat zei je’, vroeg ik. 

‘Dat het zo heerlijk is in Rome.’

Het verkeer haalde die dag weer eens het slechtste in mij naar boven, niet in de laatste plaats omdat mijn scooter die ochtend precies zo startte als ikzelf wanneer ik de avond ervoor teveel gedronken heb: de eerste seconden nog hoopgevend, maar daarna begint de motor te sputteren. Zodra mijn vriendin echter zei wat ze zei, zag ik in hoe ridicuul mijn chagrijn was.

We zaten op een Italiaanse scooter, zij had haar handen op mijn heupen, ik de mijne aan het stuur. Het was warm, de zon scheen en we reden over een van de Zeven Heuvels van Rome. De mooiste van de zeven bovendien.

‘Je hebt gelijk’, antwoordde ik want opeens voelde het alsof ik het geheim had gevonden waar alchemisten al eeuwen naar op zoek zijn, en ik daar bovendien met 50 kilometer per uur doorheen mocht tuffen.

Mijn hele leven droom ik al van Rome. Zo lang ik mij kan herinneren heb ik iedere dag wel eens over de Eeuwige Stad gefantaseerd, maar nu ik er daadwerkelijk woon, fantaseer ik steeds minder. Ik ben gewend geraakt aan de mooiste stad ter wereld, terwijl juist die gewenning een rust geeft die ik helemaal niet nodig heb. 

Ik kan mij voorstellen dat dat voor veel te veel dingen in het leven geldt. Bijvoorbeeld voor vrouwen die al heel lang zwanger willen worden, maar zodra het eindelijk gelukt is, vooral druk zijn met het slikken van de correcte hoeveelheid vitamine B. Of juist voor vaders, die al jaren fantaseerden over de scheetgeluidjes die ze zullen maken op de buik van hun baby, maar die na een paar maanden alweer met hun telefoon aan het pielen zijn terwijl die kleine dreumes rondkruipt.

Weggezonken in gedachten stopte ik voor een rood stoplicht, waar mijn vriendin vanuit het niets een zoen op mijn schouder drukte. Ik draaide mijn hoofd en in de verte zag ik de scheve pijnbomen die uittorenden boven de heuvels, daarachter de platanen langs de Tiber waaronder je zo goed kunt flaneren en opeens hoopte ik vurig dat van alle herinneringen die ik maak in Rome, het precies deze zou zijn die mijn geheugen mij later, als ik oud en versleten aan het uitpuffen ben in Rusthuis Zeezicht, het vaakst zou prijsgeven.

Het stoplicht sprong op groen en we reden weer verder. De zon scheen, zij had haar handen op mijn heupen, ik de mijne aan het stuur en het was heerlijk. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden