Column Joost Zaat

Vallende ouderen zijn een omvangrijk probleem, dat lokt goede bedoelingen uit

Vorig jaar werd ze in Napels door een scootertje ondersteboven gereden. Gebroken pols en gebroken knie. Toen het gips er net weer af was, duwde haar eigen rolkoffertje met 10 kilo folders van de vakantiebeurs haar van het stoepje vlak bij haar huis. Andere enkel gebroken. Weer weken het huis nauwelijks uit, maar ze bleef opgewekt. ‘De bloemetjes op mijn balkon zijn ook mooi’. Iedereen was hartstikke bezorgd dat het nu echt afgelopen zou zijn met alle reisjes.

Vallen bij ouderen is veelal een teken dat het niet goed gaat. Een gebroken heup geldt voor ouderen zelfs als dé glijbaan naar afhankelijkheid. Een jaartje na een gebroken heup functioneert iets minder dan een derde van de ouderen die zelfstandig woonden weer op het niveau van voor hun ongeluk.

Veel ouderen vallen en vinden dat een beetje bij hun leeftijd horen: 30 procent valt eenmaal per jaar en 20 procent valt vaker dan twee keer. Ik weet als huisarts soms niet of ouderen vaak vallen. Ik vraag er wel naar en hoor dan: ‘O ja hoor, maar ik houd me wel goed vast, dus val ik niet meer hoor.’

Dat gaat niet altijd goed. Ouderen die vanwege een val op de spoedeisende hulp komen zijn vaak al eerder gevallen. Geriaters hebben meer dan dertig verschillende risicofactoren gevonden: van de spreekwoordelijk losliggende kleedjes tot verkeerde brillen en van depressies tot de ziekte van Parkinson. Er zijn ook veel pillen die tot vallen kunnen leiden en niet alleen slaapmiddelen, maar bijvoorbeeld ook maagzuurremmers, plaspillen en bepaalde oogdruppels.

Zo’n omvangrijk probleem lokt goede bedoelingen uit. Zo is er geprobeerd oudere vrouwen te screenen op botontkalking, zodat hun broze botten versterkt konden worden. Helpt niet, zo bleek uit groot Brits onderzoek: in de gescreende groep had 12,9 procent na tien jaar iets gebroken en in de controlegroep 13,6 procent, wel waren er iets minder gebroken heupen, 2,6 versus 3,5 procent. Daar moeten we dus maar niet aan beginnen.

Voorkomen van vallen dan maar? Omdat er vaak meerdere oorzaken zijn, moet zo’n programma uit meerdere interventies bestaan: verminderen of veranderen van pillen, aanpassen van schoenen, ruimte maken voor de rollator en vooral meer bewegen. Toch is het bewijs dat die interventies helpen maar beperkt: als je 1.000 ouderen traint en een jaar volgt, zijn er in die groep 1.784 vallen geweest. Bij 1.000 vergelijkbare niet-actieve ouderen zouden dat er 2.317 zijn. Of het aantal botbreuken daalt, weten we nog steeds niet zeker.

Ik kan nergens vinden of een onverwoestbaar optimisme helpt om weer snel op de been te komen, maar daar geloof ik zelf wel in. De hele familie gaat per ferry naar Engeland op en neer. De coverband zingt ‘Then I saw her face, now I’m  a believer.’ Ze swingt met haar 25 jaar jongere neef op de dansvloer alsof ze nooit haar knie, enkel en pols gebroken had. Het is de 90ste verjaardag van mijn schoonmoeder. Ze gelooft dat ze wel 100 wordt.

Joost Zaat, huisarts

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden