Column Peter Buwalda

Vakantie is een grauwe, nutteloze tijdspanne tussen twee tamelijk paradijselijke perioden

. Beeld .

De vrolijke, levenslustige hersenprofessor met de witte baard, ik vergeet steeds hoe hij heet... ol’ what’s his name... puntje van mijn tong... denk aan Van Rossem na elektroshocks... de bliksem op Van Rossems zak... op z’n blote zak... d’r bovenop... komt-ie... ja...

Erik Scherder.

Die dus, vertelde een poosje geleden in de Volkskrant hoe hij vakantie viert, sterker, Scherder belde rechtstreeks vanuit San Remo, waar hij met vrouw en kinderen zat. ‘Het heerlijke aan vakantie’, zei Scherder, ‘is dat je ineens twee weken hebt waarin je op je gemak kunt werken.’

Dit ging een topinterview worden. Op de foto ernaast: Scherder op een terras aan de baai van San Remo, laptop open, neuzend in een stapel paperassen. Daar zat hij, te buffelen ín zijn eigen ansichtkaart, groetjes uit San Remo, wat goed, ik was jaloers.

Kon ik maar doorwerken op vakantie. Maar on the road lukt het slecht, ik moet het onder ogen komen. Ik ben geen Scherder. Wat ik doorgaans in hipstercafés en treinen tevoorschijn brei, kan ik jaren later even hard weer uithalen. (Blijk ik aan de trui een absurde wollen slurf te hebben geschreven, voor een olifant.)

Ook daarom haat ik vakantie. Zoals mensen met een leven werken ervaren – zo herinner ik mijn tijd als kantoormeubel, tenminste – ervaar ik vakantie. Als een grauwe, nutteloze tijdspanne tussen twee tamelijk paradijselijke perioden.

‘Ga je dat opschrijven?’, vraagt Jet.

‘Het staat er al.’

‘Je bent hier met mij, hè.’

‘Klopt, maar thuis ben ik ook met jou. Eigenlijk ben jij in dit hele verhaal de constante. Jou kunnen we uit de vergelijking strepen.’

Ze knikt met een getuit mondje. Wiskunde werkt, kinderen. Zelfs op vakantie.

Wat we er zeker niet kunnen uitstrepen, is het Abba-museum. Dat heb je alleen in Stockholm, lijkt me. Dus gingen we erheen, natuurlijk gingen we erheen: voor iedere vakantieganger is een museum zonder schilderijen of aangeklede poppen achter inheemse werktuigen een geschenk. Komt bij dat ik van muziek hou, veel zelfs, maar niet van Abba, wat toch een beetje korfbalrock blijft, hoe leuk je het museum ook maakt.

Dancing Queen is top, zegt Jet.

Die wel, ja.

Van muziek merk je overigens weinig in het Abba-museum. Er valt geen compleet nummer te horen. Na een halve minuut Ring Ring of wat dan ook begint Agneta dan wel Frida dan wel een van boys erdoorheen te kletsen. Het is meer een experience. Ik sta verdomme op een foto vóór het Abba-logo, genomen door een Japanner, voor eeuwig.

De tijd – op vakantie blijkt die ineens nadrukkelijk te bestaan. Thuis kun je hem nooit vinden, maar nu krijg je hem bijna niet van je af geslagen.

Terwijl ik dit opbeurende verslag zit te tikken, meldt Bor Beekman zich, filmredactie Volkskrant. Of ik voor dinsdag een stuk wil schrijven over een nieuwe Miles Davis-documentaire, hij heeft me al een linkje gemaild.

‘Miles’, zeg ik. En: ‘Maar ik ben in Zweden.’

Vakantie is vakantie, zegt Bor, maar het zijn maar 1.200 woorden.

 In een korte, heldere flits zie ik alles fout gaan. Dat ik vanwege Scherder en dit stukje ‘ja’ zeg, dit gelul staat al bijna in de krant, dus het zal wel kloppen, en dat mijn Miles-stuk dan niet meteen lukt, wat een vaststaand feit is, en dat ik dóór moet, nog een feit, in hotelkamers, op boten, in treinen, het huilen nabij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden