Opinie

UvA doet het zo slecht nog niet qua diversiteit

Diversiteitsbeleid

De diversiteitscommissie van de Universiteit van Amsterdam heeft haar huiswerk niet goed gedaan.

Universiteit van Amsterdam. Beeld anp

Politiek antropoloog Martijn Dekker betuigt steun aan de diversiteitscommissie van de Universiteit van Amsterdam (O&D, 29 september) en bekritiseert de filosoof Valkenburg die eerder kanttekeningen plaatste bij haar voorlopige aanbevelingen (O&D, 24 september).

Dekker gebruikt nogal felle bewoordingen. Valkenburgs 'morele kompas moet herijkt worden', hij zou 'blind zijn voor zijn eigen privileges' en lijden aan het 'verongelijkte wittemannensyndroom'. 'Dit is echt geen raketwetenschap', aldus Dekker, waardoor hij andere opvattingen als fout wegzet.

Door elkaar op deze manier publiekelijk aan te vallen, schieten we niet op! In tegendeel, non-argumenten zijn schadelijk en verduisteren de problematiek.

Dekker heeft een punt: er is ongelijkheid in deze samenleving, sommige mensen hebben een betere uitgangspositie dan anderen en dit is stuitend omdat het haaks staat op ons meritocratisch ideaal. Daarnaast geven sommige studenten van niet-westerse afkomst aan zich niet thuis te voelen aan de UvA.

Er zijn twee problemen: toegang en integratie. Het probleem 'toegang' begint niet op de universiteit, het begint nog voor de basisschool, thuis, in de familie en in de buurt. Daarom is een diversiteitscommissie die praat over quotering een vreemd verschijnsel; quotering gaat over selectie, maar er is geen selectieprobleem. Het probleem 'integratie' is nog onscherp gesteld. Integratie betreft niet alleen mensen met verschillen in afkomst, maar bijvoorbeeld ook verschillende sociale klassen. Tevens is het nog maar de vraag hoe veel 'thuisgevoel' nodig is om goed te kunnen leren.

Storend is ook dat er op een onjuiste manier met getallen wordt omgegaan. 'Slechts 15 procent van de studenten aan de UvA heeft een zwarte, migranten- of vluchtelingenachtergrond tegenover 51 procent van de jongeren in Amsterdam. Dit moet toch de grootste liberaal aan het denken zetten?', aldus Dekker.

Het zet ons aan het denken: dit is incorrect gebruik van statistiek. De keuze van de juiste vergelijkingsgroep is cruciaal. Een universiteit zou de samenstelling van de groep mensen die eindexamen hebben gedaan moeten afspiegelen, niet die van jongeren in Amsterdam. Een blik op de website van het CBS geeft getallen voor 2013/2014. Van de afgestudeerden aan het vwo was 15 procent allochtoon waarvan 8 van niet-westerse afkomst. Dit zijn ondubbelzinnige cijfers, om de verwoording van Dekker over te nemen - en ze laten zien dat de UvA het zo slecht nog niet doet.

De diversiteitsdiscussie gaat ook over verschillen tussen mannen en vrouwen. Oudenhoven-Van der Zee suggereert dat vrouwen door wetenschapsfinancier NWO worden benadeeld (O&D, 5 oktober). Recent onderzoek laat echter zien dat vrouwen bij het NWO niet minder kans hebben op honorering van hun onderzoeksvoorstel dan mannen, als rekening wordt gehouden met verschillen in aanvraagdruk in verschillende gebieden (Volker/Steenbeek en Albers in PNAS).

Kortom, laten we ons huiswerk doen. Dit heeft de commissie nog onvoldoende gedaan. In tegendeel, in plaats van problemen scherper te stellen, worden steeds meer aspecten erbij gehaald en moet diversiteit ineens ook onderdeel van wetenschappelijk handelen zijn, zo blijkt uit interviews met de voorzitters van de commissie in Folia, de huiskrant van de UvA. Er zou minder 'positivistische wetenschap' (wetenschap op basis van kwantitatieve methoden) moeten komen.

De commissie lijkt helaas niet op de hoogte van de gangbare wetenschapspraktijk. Positivisme was populair in de Weense Kring, een kleine 100 jaar geleden. Sinds Popper en Lakatos wordt echter niet naar 'positive facts' gestreefd, maar proberen onderzoekers dichter bij de juistheid van gegevens te komen door fouten zuiver uit te sluiten. Eén van de belangrijkste taken van de wetenschap.

Door andere vormen van wetenschapsbeoefening vertekend weer te geven en op een verkeerde manier met getallen om te gaan, maakt deze commissie zich ongeloofwaardig en draagt ze bij aan de verharding en polarisering van meningen.

Beate Volker, hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Amsterdam.
Jesper Rözer, onderzoeker bij de vakgroep sociologie, UvA.
Levi van den Bogaard, onderzoeker-docent bij de vakgroep sociologie, UvA.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.