Opinie scriptieperikelen

Universiteiten, verlos studenten van die onmogelijke scriptie

Beeld Marcel van den Bergh

Het ­schrijven van een scriptie is voor de gemiddelde student een onmogelijke taak, aldus Nico Keuning, die vindt dat je een studie ook anders kunt afronden.

Uit het recent verschenen boek Genadezesjes van Eelco Runia, oud-universitair docent Geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen, blijkt opnieuw de malheur die de scriptie als sluitstuk van een studie met zich meebrengt. De scriptie leidt tot extra werkdruk, frustratie, onnodige kosten en studievertraging.

Dat heeft een aantal oorzaken. Op de eerste plaats maakt het ­leren schrijven van een scriptie – een leesbaar, in correct Nederlands of Engels geschreven, gestructureerd en onderbouwd rapport met bronvermelding op ­basis van onderzoek – in het algemeen geen deel uit van het curriculum, zodat de gemiddelde student voor een onmogelijke taak gesteld wordt. Om het stuwmeer aan ‘kansloze gevalletjes’ weg te laten stromen, worden al jaren scriptiezesjes geschonken, of -zevens, om de twijfelgevallen uit handen van de accreditatiecommissie te houden. Er wordt in het hbo en aan universiteiten van alles gedaan om te cashen. Denk aan de Inholland-affaire in Haarlem ruim vijf jaar terug, waar een ­docent studenten met een onvoldoende voor hun scriptie via de ‘Theo-route’ alsnog aan een ­diploma hielp.

Studievertraging

Een ander probleem is dat een deel van de scriptiedocenten niet in staat is een omvangrijke scriptie van vijftig pagina’s in het Engels of Nederlands op taal, inhoud en structuur te begeleiden en te beoordelen. De student is hiervan de dupe, want loopt studievertraging op, waardoor de studieschuld toeneemt. De student doet vergeefs een beroep op de docent voor een voortgangsgesprek, hoopt vergeefs op gericht advies, zit soms klem tussen de opdrachtgever van het onderzoek, de vakdocent en de scriptiebegeleider.

Als afronding van een minor voor vierdejaars hbo-studenten kozen wij er als docententeam voor het semester – na beoordeling van tussentijdse opdrachten van de studenten – af te ronden met een debat. Tijdens het debat van een half uur konden studenten hun kennis van een half jaar studie over een specifiek onderwerp etaleren. Een debat met ­regels: stelling, argumentatie en onderbouwing binnen een structuur van opzet- en verweerbeurten en interrupties. De jury bestond uit drie leden: iemand uit de beroepspraktijk, een docent en de opleidingsmanager. De studenten debatteerden in duo’s tegen elkaar. Elke student werd individueel beoordeeld. Na drie dagen debatteren kregen zestig tot zeventig studenten hun eindcijfer. Wie een onvoldoende had, kon een week later herkansen.

Ook voor een presentatie kan een goed format gemaakt worden, zodat de studenten adequaat worden beoordeeld. De student kan zelf kiezen: een scriptie schrijven of een presentatie geven. Naar verwachting kiezen de meeste studenten voor de presentatie. Dat belooft minder werkdruk, minder frustratie, minder studievertraging, minder onderwijsgeld en een lagere studieschuld. En: geen genadezesjes meer.

Nico Keuning is neerlandicus en gastdocent aan de Hogeschool van Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden