Column Elma Drayer

Uitgeverijen, jury’s en boekenredacties zijn niet meer de masculiene bolwerken die ze veel te lang waren

Elma Drayer is neerlandica en journalist.

Al zolang ik me kan heugen, laait het debat met vaste regelmaat op. In 2007 was het de jury van de Libris Literatuur Prijs die voor de ophef zorgde. Voorzitter Cox Habbema beklaagde zich over de ingestuurde boeken van vrouwen. Hun thema’s waren ‘lichtgewicht’, het draaide allemaal om ‘kleine persoonlijke wissewasjes’, ‘relatieproblemen, al of niet in moord eindigend, of in een cursus’. Wekenlang gekrakeel was het gevolg.

In 2011 ging de eer naar Nobelprijswinnaar V.S. Naipaul. Hij verklaarde dat vrouwen überhaupt niet kunnen schrijven omdat ze collectief lijden aan ‘sentimentaliteit’ en ‘een beperkte blik’. Zelf kon hij na twee alinea’s vaststellen of een tekst door een man of een vrouw geschreven was. Woede en hilariteit waren zijn deel.

Toen kwam het grote tellen in de mode. Vanaf januari 2016 turfde de (anonieme) Lezeres des Vaderlands twaalf maanden lang het aantal vrouwelijke recensenten en gerecenseerden in dag- en weekbladen. In haar eigen woorden: ‘Ik wilde laten zien dat gender bias structureel voorkomt in de literaire wereld. Ik wilde laten zien dat er in Nederland en Vlaanderen nog altijd een dominante cultuur is waarin er van een gelijk speelveld met een gelijke belangstelling voor uiteenlopende stemmen nog lang geen sprake is.’

En onlangs heeft de wetenschap zich weer eens over de materie gebogen. Vorige week vrijdag verdedigde Corina Koolen aan de Universiteit van Amsterdam haar proefschrift Reading beyond the Female. ‘We hangen’, schreef ze in een opiniestuk in Het Parool, ‘onbewust veel meer op aan gender dan gerechtvaardigd is.’

Alle grote kranten klopten bij de promovenda aan. In die interviews mocht ze beweren dat mannelijke auteurs vermoedelijk ‘hoger in aanzien staan’. Dat boekenredacties ‘voornamelijk’ worden bevolkt door ‘witte mannen die mannelijke recensenten aansturen’. Dat uitgeverijen titels van vrouwen ‘minder literair’ zien. En dat ook lezers boeken van vrouwen lager waarderen. Tegen universiteitsblad Folia zei ze ‘een beetje moe’ te worden ‘van het heersende idee dat het vooral aan vrouwen zelf ligt dat ze zo weinig literaire prijzen krijgen’.

Bijval kreeg Koolen van schrijver Herman Stevens, wiens boek Het sterke geslacht toevallig dezer dagen verscheen. Hij betoogde afgelopen zondag in VPRO’s Boeken dat vrouwelijke auteurs minder serieus worden genomen dan mannen, terwijl hun boeken nota bene ‘veel interessanter’ zijn.

De vrouwelijke schrijver als jammerlijk miskend wezen – die boodschap ging er wel in. Ik bespeurde althans bij de interviewers uitsluitend eerbiedig geknik. Niet zo vreemd. Het bevestigt immers wat menigeen in dit tijdsgewricht het liefst wil horen: dat de macht nog altijd stevig in handen ligt van de oude, witte man. Hij bepaalt de norm, de rest dient zich te voegen.

Vooropgesteld: uitgevers, recensenten en juryleden zijn allerminst boven alle twijfel verheven. De oude Adam is nu eenmaal niet zomaar afgelegd, misogynie niet zomaar uitgeroeid. (Zo biechtte criticus Rob Schouten ooit op dat hij lang had geweigerd de Britse schrijver Evelyn Waugh te lezen omdat hij in de veronderstelling verkeerde dat het een vrouwennaam betrof. Hij kwam er tenminste eerlijk voor uit.)

Maar betekent dit dat mannelijke auteurs anno 2018 nog steeds ‘hoger in aanzien’ staan? Dat we hun vrouwelijke tegenvoeters onvoldoende op waarde schatten, verblind als we zijn door ‘onbewuste’ vooroordelen? Is sekse (pardon, gender) werkelijk zo allesbepalend voor literair applaus?

In de praktijk, kan ik uit ervaring melden, valt dat reuze mee. Uitgeverijen, jury’s en boekenredacties zijn niet meer de masculiene bolwerken die ze veel te lang waren. Dus werkt het in het land der letteren bijna zoals het moet werken. Er stijgt gejuich op als je tussen alle troep eindelijk een boek ontdekt dat zich aan de middelmaat onttrekt. Het geslachtsdeel van de schrijver is daarbij volstrekt irrelevant.

Ik weet het, zo simpel mag het van de diversiteitsgelovigen niet gaan. Zij houden vast aan hun inktzwarte kijk op de zaak. Van mij mogen ze. Maar ze vechten tegen een vijand die allang de benen heeft genomen.