Column Sheila Sitalsing

‘Uiteindelijk gaat het erom dat ze werk vindt’, zeggen de mensen die het echte werk verzetten

In de wonderschone serie over het UWV, ’s lands uitkeringsfabriek, die Joost de Vries en Mira Sys de afgelopen maanden voor de Volkskrant maakten, staan veel pareltjes, en een allemachtig mooie prijkte dinsdag in de krant, in het laatste deel van hun vierluik, dat ditmaal handelde over het Werkbedrijf, het UWV-onderdeel dat werklozen aan werk moet zien te helpen.

Dit was de parel, die Sys en De Vries opdiepten uit een rapport: ‘De cumulatieve tijdigheid van de werkoriëntatiegesprekken Werkverkenner-score van 0-50% komt uit op 85% ten opzichte van de norm van 80%.’

Het is een hartverscheurende gedachte dat iemand bij het UWV als taak heeft de cumulatieve tijdigheid van werkoriëntatiegesprekken te turven. Elke maand maakt hij er een dik rapport van. Dat gaat naar de Raad van Bestuur, die alleen de bullet points uit de samenvatting leest. In de avonduren verstuurt de tijdigheidrapporteur onder zijn nom de guerre @realistischenederlander1976 tweets over de ondergang van het Avondland naar willekeurige onbekenden.

Achter de cumulatieve-tijdigheidsmeting gaat een wondere wereld schuil van cijferfetisj en normenziekte. Sys en De Vries beschrijven het prachtig. Hoe politici, ambtenaren en de raad van bestuur van het UWV normen bedenken, van alles laten meten, rapportages eisen, in radeloze pogingen greep te krijgen op de 1,2 miljoen mensen die zich, al dan niet tijdelijk, verlaten op het vangnet van de samenleving.

Om daadkracht te suggereren, en effectiviteit. Sys en De Vries: ‘Het hoofdkantoor dicteert uniformiteit: targets, percentages, matrixen, modellen.’ Dan weer moet het Werkbedrijf aan de ‘e-dienstverlening’ en wordt er driftig geturfd of er wel genoeg vacatures staan op Werk.nl, dan weer draait de politieke wind en moet er vooral gesproken worden met werkzoekenden, liefst lang.

Vandaar het meten van de ‘cumulatieve tijdigheid van de werkoriëntatiegesprekken Werkverkenner-score van 0-50%’. Die is ‘85% ten opzichte van de norm van 80%’. Dit betekent dat 85 procent van de werklozen die weinig kans maken op werk (daar is ook een norm voor, als je in de 0-50%-sectie zit komt het niet vanzelf goed) binnen vier weken een gesprek heeft gehad met een medewerker van het Werkbedrijf. Van de baas moet dat minimaal 80 procent zijn.

Norm behaald. Vinkje. Lekker gewerkt. Baas tevreden. En het onheil afgeweerd van woeste Kamervragen, uit de categorie ‘het kan niet zo zijn dat mensen maandenlang in de WW zitten te lanterfanten zonder dat het UWV ze heeft gezien!’ Een medewerker verwondert zich: ‘We maken met het ministerie afspraken over hoeveel gesprekken wij voeren. Alsof dat een maatstaf voor succes is.’

Zoals wel vaker weten de mensen die het echte werk verzetten – de mensen die samen met de werklozen sollicitaties doornemen en de onwilligen een duwtje geven, de mensen die in de Volkskrant ‘de maatschappelijk werkers annex straatagenten van de sociale zekerheid’ worden genoemd – om de registratiegekte heen te werken. Zij manoeuvreren naar eigen inzicht tussen regels en metingen door omdat ze bij het UWV zijn gaan werken om te helpen. En ze zeggen over hun cliënten dingen als ‘uiteindelijk gaat het erom dat ze werk vindt’.

Zoals de auteurs het formuleerden na een halfjaar onderzoek tussen ‘verstikkende protocollendrang en de onstilbare honger van politici naar een omnipotente uitvoeringsdienst’: er werken mensen met hart voor de sociale zaak.

En tijdigheidsrapporteurs.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden