Opinie Arbeidsomstandigheden

Uiteindelijk betaalt ook de maatschappij de prijs van slechte omstandigheden arbeidsmigranten

Vooral arbeidsmigranten zijn de dupe van misstanden op de werkvloer, maar ook de maatschappij, omdat onze sociale standaarden er in rap tempo door afkalven. Tijd voor fatsoenlijke arbeid. 

Tijdelijke woningen (chalets) voor arbeidsmigranten op de Oost Kanaalweg in Ter Aar, 2018. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Tweemaal in korte tijd luidt een ambassade de noodklok over de behandeling van hun landgenoten die in Nederland werken. Eerst de Spaanse ambassade, die in één jaar 478 klachten binnenkreeg en aankondigde een onderzoek te starten naar het misbruik van Spaanse arbeiders in Nederland. En afgelopen week uitte de Poolse ­ambassade kritiek.

Het gaat om ernstige misstanden waarbij mensen in bestaansonzekerheid verkeren en er maximaal wordt geprofiteerd van hun goedkope inzet en hun afhankelijkheidspositie. In de woorden van de Poolse ambassadeur: ‘Ze zijn handel.’ En: ‘Het is niet aan mij om Nederland te zeggen hoe ze de economie moet organiseren. Maar een fatsoenlijke behandeling van arbeidsmigranten, fatsoensnormen in de contracten, moet je kunnen eisen.’

Wake-upcall

Deze klachten zien wij als een wake-upcall. De gehanteerde Nederlandse normen zijn onacceptabel. Het is absurd dat we als rijk land door landen met een lagere levensstandaard erop gewezen moeten worden dat de omstandigheden hier ondermaats zijn.

Bij de FNV zien we dat de kwaliteit van werk in sneltreinvaart achteruit holt. Neem de distributiecentra. Een medewerker met meer dan twintig dienstjaren vatte de situatie als volgt samen: ‘Toen ik hier begon, werd ik behandeld als mens. Inmiddels ben ik een nummer.’ In de distributiecentra regeert een opjaagcultuur en worden lonen amper verhoogd. Roosters worden per dag veranderd, met ingrijpende gevolgen voor het privéleven. Vanwege de vele flex- of uitzendkrachten, verdwijnen vaste collega’s. Nederlandse werknemers zijn amper te vinden om onder dit soort condities te werken en uitzendkrachten van buitenaf zijn vaak na een paar jaar opgebrand.

De klachten van de ambassades ­horen we ook op de werkvloer, waar wat betreft de arbeidsomstandigheden de randen van de wet worden opgezocht. Bijvoorbeeld door mensen onzekere nulurencontracten te geven of slechte huisvesting (tegen hoge huren), die is gekoppeld aan werk. Die afhankelijkheidspositie weerhoudt mensen ervan om voor hun rechten op te komen. In deze context gedijen misstanden.

In een zaak van vooral Slowaakse aardbeienplukkers oordeelde de Hoge Raad op 19 maart dat deze groep strafrechtelijk werd uitgebuit. De mate waarin was extreem, maar de omstandigheden waarin dit kon gebeuren zijn wijdverbreid. De aardbeienteler was het stoutste jongetje van de klas, maar wel in een klas waarin slecht gedrag de norm is.

Veel werk waarop de economie draait, voldoet niet meer aan Nederlandse minimumeisen. Met name op plekken waar het werk zwaar, fysiek en al goedkoop is, is de arbeid verworden tot handelswaar. Vooralsnog ­betalen de arbeidskrachten de prijs, maar uiteindelijk ook de maatschappij, omdat onze sociale standaarden in rap tempo afkalven.

BV Nederland

Sommige media staren zich blind op WW-misbruik door buitenlandse werknemers. Natuurlijk moet daarover worden gesproken. Maar laat het eerste gespreksonderwerp de zogenaamde draaideurconstructies zijn, waardoor werknemers na een tijdelijk contract steeds weer de WW ingestuurd worden. Dit is om allerlei redenen een onwenselijk constructie, niet in de laatste plaats omdat werknemers hierdoor steeds weer in de laagste loonschaal worden teruggezet. We zijn het aan de arbeidskrachten uit Spanje en ­Polen, maar ook aan de Nederlandse, verplicht dat we dit vanuit een breder perspectief bekijken.

De trend van de almaar verslechterende werkomstandigheden en -normen moet worden gekeerd. Het kabinet faciliteert goedkope arbeid door werkgevers miljoenen euro’s voordeel te geven via loonkostenregelingen en belasting- of premievoordelen. Dat maakt de ­problematiek alleen maar erger.

Wet- en regelgeving moet worden aangepast, beter worden nageleefd en gehandhaafd. Innovatie moet het werk beter maken, niet slechts goedkoper. Dit vergt een mentaliteitsverandering en beleid dat het profiteren van goedkope arbeid tegengaat. Het wordt tijd dat Rutte beseft niet de HR-manager van de BV Nederland te zijn, maar de premier van Nederland, waar we trots zijn op de sociale standaarden die we hebben opgebouwd.

Tuur Elzinga is vicevoorzitter van de FNV.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden