COLUMNSylvia Witteman

Uit eten in Nederland: wachten en loeren naar tafels waar ze hun voorgerecht al wél hebben

De restaurants gaan binnenkort ‘voorzichtig’ weer open, zoals dat heet. Plastic schermen tussen de tafeltjes, personeel met rubber handschoenen (onzin, want een rubber handschoen wordt precies even snel vies als een blote hand) klanten die zelf hun bordje moeten pakken van een ‘uitgiftepunt’ et cetera.

Dat klinkt ongezellig, maar mij maakt het niks uit, want ik ga sowieso niet graag uit eten. Het duurt vaak zo verschrikkelijk lang. Ik zal wel een boerentrien zijn, maar als ik ergens naartoe ga om te eten heb ik over het algemeen honger. In – bijvoorbeeld – Parijs kun je dan ergens binnenlopen, je krijgt heel snel heel lekker eten, en na anderhalf uur sta je diep tevreden weer buiten.

In Nederland, zeker in de ‘betere’ restaurants, gaat het anders. Tegen de tijd dat je iets te drinken hebt gekregen, de menukaart hebt ingezien en je bestelling hebt gedaan, ben je meestal al een uur verder. Als de amuse komt, een hapje ter grootte van een bescheiden druif, zijn de fles wijn en het broodmandje al leeg.

En dan gaat de ober eerst nog, al wijzend met zijn pink, staan uitleggen wat er precies op je bord ligt: ‘Ik heb voor u meegebracht een bonbon van gele biet, pompoenpitboter en soubise van daslook op een spiegel van handgefermenteerde Tessels ijskruid-kombucha met een krokantje van op acaciahout gerookt havermelkvel. Nog een mandje brood, zegt u? Geen probleem! Nog zo’n flesje doen ook maar?’

Hap, slik, weg is de amuse. Lekker hoor! En dan begint het wachten weer, en het loeren naar tafels waar ze hun voorgerecht al wél hebben; dubbelgedopte tuinbonen met vadouvan-geïnfuseerde burrata en een donkerbruin vermoeden van oosterscheldeplankton. Dat is vast verrukkelijk, maar inmiddels gaat een bak lauwe bami er ook wel in, en misschien hadden we toch beter even kunnen wachten met het bestellen van die nieuwe fles wijn tot bij het hoofdgerecht. Ergens rond half elf.

Het vreemde is dat veel klanten het blijkbaar léúk vinden om lang aan tafel te zitten. Ik las een interview met de baas van een goed bekendstaand restaurant in Amsterdam die er prat op ging dat je ‘om zeven uur binnenkomt en vrolijk om half twee ’s nachts weer naar buiten’.

Maar omdat ze, door de corona, veel minder mensen tegelijk binnen kunnen laten, gaan ze nu in twee shifts werken. Halverwege de avond moeten de gasten plaatsmaken voor nieuwe bezoekers. De eigenaars klagen steen en been over deze gedwongen ‘ongastvrijheid’, maar in Parijs gaat het al sinds mensenheugenis vanzelf zo. Meer omzet, minder honger. Ideaal.

‘Ga dan naar Parijs, trut’, zegt u nu.

Graag, maar dat mag niet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden