Opinie

Uit '1945' valt in 2015 niet zoveel meer te leren

De politiek van grote mogendheden wordt ten onrechte nog steeds bepaald door de wereldoorlog.

Russische en Amerikaanse troepen bij de Brandenburger Tor in Berlijn, voorjaar 1945. Beeld getty

De Tweede Wereldoorlog blijft na zeventig jaar het dominante beeld om internationale ontwikkelingen te duiden. Zo vergeleken president Obama en premier Cameron de Russische acties op de Krim en in Oost-Oekraïne met de territoriale uitbreidingen van nazi-Duitsland in de jaren dertig. President Poetin benadrukte dat het conflict een nieuwe strijd tegen fascisme is. Het lijkt retoriek - bedoeld voor het publieke debat - maar beleidsmakers gebruiken achter gesloten deuren dezelfde verwijzingen.

Bovendien maken zij vaker de vergelijking met de Tweede Wereldoorlog dan met meer recente oorlogen, zoals Vietnam, voormalig Joegoslavië, Afghanistan, of zelfs Irak. Hoewel de motieven van beleidsmakers natuurlijk complexer zijn, levert de Tweede Wereldoorlog ook het raamwerk waarbinnen zij nadenken over Amerikaanse macht, Europese eenwording en het gebruik van de krijgsmacht.

Naoorlogse Amerikaanse regeringen hadden weinig vertrouwen dat Europeanen in hun eigen veiligheid konden voorzien, nadat Duitsland Europa bijna volledig had veroverd. Zij beschouwden Amerikaans leiderschap binnen en buiten Europa voortaan onmisbaar. De wereldwijde Amerikaanse diplomatieke en militaire aanwezigheid kwam daaruit voort, en ook interventies, zoals in Vietnam en Irak, waar Amerikaanse belangen niet direct in het geding waren.

Hoewel Obama de prioriteiten tussen Europa, Azië en het Midden-Oosten probeerde te verleggen, bleef de nadruk op een wereldwijde Amerikaanse rol onveranderd.

Uiteenlopende lessen

Duitsland is op zijn beurt het voorbeeld van het naoorlogse Europese vertrouwen in internationale instituties, zoals de EU, om nationalistische excessen in bedwang te houden. De breuk met het militaristische verleden uit zich in een bedachtzame houding in buitenlands beleid. Tijdens de aanloop tot Irak was die terecht, maar in andere gevallen past het niet bij een staat met het politiek-economische gewicht van Duitsland. Door sommigen wordt Merkels leiderschap in de Oekraïnecrisis gezien als de wending naar een meer proactieve rol in Europa, maar deze blijft beperkt en eenzijdig.

De catastrofale nederlaag in 1940 leidde in Groot-Brittannië en Frankrijk tot sterk uiteenlopende lessen. Door het Britse isolement na het instorten van Frankrijk - totdat de VS bij de oorlog betrokken raakten - geloofden naoorlogse Britse beleidsmakers niet dat de veiligheid van Europa zonder de aanwezigheid van de VS kon bestaan. Daarom benadrukken zij het belang van de NAVO en de 'speciale relatie' met de VS, terwijl zij tegelijkertijd een halfslachtige houding richting Europa aanhouden. De onvoorwaardelijke Britse steun voor het Midden-Oostenbeleid van de VS en het huidige debat over uittreding uit de EU zijn voorbeelden daarvan.

Bondskanselier Angela Merkel. Beeld ap

Voor Frankrijk werd de nederlaag daarentegen veroorzaakt door de onbetrouwbare Britse bondgenoot. Dit leidde tot een naoorlogs Frans beleid gericht op het voorkomen van afhankelijkheid van de VS en het VK. Het verzet tegen de VS bij de aanloop naar de Irakoorlog is een illustratie van die autonome Franse houding, het trage afblazen van de verkoop van de Mistralvaartuigen aan Rusland is een recenter voorbeeld.

Ook voor de andere grote staten speelt de oorlog nog steeds een rol in hun denken. In de naoorlogse mythevorming heeft Rusland eigenhandig de grote overwinning tegen het fascisme behaald (de andere staten van de Sovjet-Unie werden voor het gemak over het hoofd gezien, evenals de westerse bondgenoten). Na het voor Rusland vernederende einde van de Koude Oorlog is de oorlog een symbool geworden van nationale trots en de status die Rusland ontnomen is.

En hoewel China een rijzende macht is, die voorlopig weinig belang heeft bij confrontatie, speelt ook hier historische wrok een rol, met betrekking tot de eeuw van vernedering door imperialistische machten die haar climax vond in de Japanse invasie. Pogingen van de VS om een opkomend China in te dammen, leveren daarom stof voor nationalistische groeperingen om vergelijkingen te trekken met China's verleden.

Verouderde denkbeelden

Westerse staten moeten niet vasthouden aan verouderde denkbeelden in een snel veranderende wereld, waar oude machten krampachtig hun invloed verdedigen, terwijl nieuwe machten met groeiend zelfvertrouwen hun deel opeisen.

De uitdaging van Rusland in Oost-Europa, toenemende spanningen in de Oost-Chinese Zee en aanhoudende chaos in het Midden-Oosten vragen erom dat prioriteiten gesteld worden binnen het Amerikaanse beleid. Maar Amerikaanse beleidsmakers zijn gewend geraakt aan de noodzaak van internationaal leiderschap en relatief lage kosten daarvoor. De geloofwaardigheid van dat leiderschap vermindert nu de kosten stijgen, en dit vergroot weer het risico op escalatie.

Europeanen zijn daarentegen óf direct afhankelijk van Amerikaanse militaire macht, óf indirect door hun ongemak bij het nadenken over militaire middelen. Er is weinig consensus of vertrouwen tussen de grote Europese staten hoe om te gaan met die afhankelijkheid, ook nu de situatie daar om vraagt.

Tot nu toe complementeerden de Amerikaanse en Europese erfenissen van de oorlog elkaar - de VS leidden, Europa volgde - maar dit verandert. Het is goed om de oorlog te herdenken, nog beter om ook de andere lessen uit de geschiedenis te kennen en te gebruiken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden